BestWater en de Inline Link

Blog Het Recht NL
Gepubliceerd: 20 november 2014
Onder redactie van Mr. Kitty van Boven

portret van Daniëlle BeentjesHet Europese Hof heeft twee uitspraken gewezen (Svensson en BestWater) waaruit in veel media de conclusie wordt getrokken dat embedden, inline linken en framen niet inbreukmakend is. Deze conclusie is in mijn optiek veel te ongenuanceerd. Omdat het Europese Hof van Justitie zich enkel kan uitlaten over de feiten die aan haar zijn voorgelegd en nuances van deze uitspraken zich nog dienen uit te kristalliseren in de praktijk is onderstaande beschouwing wellicht wat meer juridisch van aard dan u gewend bent. Mocht u concrete vragen hebben over een eigen casus dan kunt u die uiteraard per e-mail aan mij stellen.

BestWater: de inline link nader bekeken

Het Europese Hof heeft met haar uitspraak in de kwestie BestWater[1] opnieuw van zich laten horen in het vraagstuk omtrent het ‘embedden’ van auteursrechtelijk beschermd materiaal. Het lijkt wel alsof het Hof haast heeft met het drukken van haar stempel op de interpretatie van dit vraagstuk. In haar uitspraak van 21 oktober 2014, nu alleen nog beschikbaar in het Duits en Frans, lijkt het Hof opnieuw te suggereren dat bepaalde wijzen van linken naar beschermd materiaal wel toegestaan zijn, mits geen nieuwe publiek wordt aangesproken.

Een aantal websites trekt na deze uitspraak al snel de conclusie dat embedden dus mag[2]. Zoals eerder deze conclusie ook al werd getrokken toen het Hof van Justitie uitspraak deed in de Svensson-zaak[3] en oordeelde dat het tonen van een aanklikbare (hyper)link naar beschermd materiaal is toegestaan, ook als het lijkt alsof het materiaal direct op de verwijzende website wordt getoond.

Te denken valt dan aan het tonen van een ge-embedde YouTube-video op een eigen website. Dit gebruik levert ingevolge Svensson (in combinatie met de Algemene Voorwaarden van YouTube) in beginsel geen inbreuk op, hoewel aangetekend dient te worden dat het leerstuk nog niet is uitgekristalliseerd wanneer het (evident) onrechtmatig materiaal betreft.[4]  Een ge-embedde video dient men eerst aan te klikken voordat deze zich afspeelt op de verwijzende website.

Embedden, framen en inline linken

Het embedden van bijvoorbeeld een filmpje of audiofragment zou ingevolge Svensson toegestaan zijn, dit is althans de veelgetrokken conclusie uit het arrest dat in de kern eigenlijk alleen gaat over hyperlinken gaat. De nuances omtrent de invulling van het criterium het ‘nieuwe publiek’ zullen in de toekomst moeten uitwijzen of gebruik door derden inbreukmakend is.

Hoe zit het met foto’s en tekst? Kunnen deze ook ge-embed worden?

Foto’s en tekst worden over het algemeen niet via ‘aanklikbare links’ op de verwijzende website geopenbaard. Wel kunnen foto’s en tekst geframed worden, waarbij een gedeelte van een andere website in de verwijzende website wordt getoond. Het lijkt hierbij alsof je naar de website van bijvoorbeeld een krant wordt geleid, waar de foto’s en/of tekst rechtmatig geopenbaard zijn, terwijl je in werkelijkheid op de URL van de verwijzende pagina blijft.

Inline linken is een manier van verwijzen van een heel andere orde. Althans, vanuit juridisch oogpunt. Het grote verschil zit hem in de afwezigheid van een ‘aanklikbare link’. Een foto kan door middel van een inline link getoond worden op elke plaats op een website, zonder dat de bezoeker door heeft dat de foto in werkelijkheid een ‘linkje’ is dat meteen als foto zichtbaar wordt bij het openen van de website. Dit is in mijn ogen niets anders dan een nieuwe openbaarmaking.

Omdat de techniek van embedden, framen en inline linken enigszins op elkaar lijkt, wordt deze soms onder dezelfde noemer geplaatst, namelijk ‘embedden’. Het resultaat dat getoond wordt via de inline link, is echter anders.

Kan men uit BestWater de conclusie trekken dat alle embed-technieken geen nieuwe openbaarmaking opleveren, tenzij een nieuw publiek wordt bereikt?

BestWater en de inline link

De BestWater zaak wil ik nader onder de loep nemen met deze vraag in gedachten. De kwestie betreft twee concurrenten in de waterzuiveringsbranche. BestWater heeft een video over waterzuivering laten maken en haar concurrent heeft deze video op de eigen website geplaatst door de video vanaf YouTube te embedden. Het Hof heeft derhalve uitspraak gedaan over een klassieke manier van embedden, door middel van een aanklikbare link. Na Svensson was de uitkomst van dit geschil dan ook te voorspellen: het Hof oordeelde dat het embedden van deze YouTube video geen inbreuk opleverde nu in casu ook geen sprake was van een mededeling aan een nieuw publiek.

Er werd echter niet in overweging genomen dat BestWater niet degene was die de video op YouTube had ge-upload. Dit speelde in de vraagstelling aan het Hof geen rol, terwijl dit voor het vraagstuk van ‘een nieuw publiek dat de rechthebbende niet eerder in ogenschouw had genomen’ juist wel van belang is. Een gemiste kans in mijn ogen.

Opvallend is ook de bewoording die het Hof gebruikt voor het duiden van embedden. Het criterium in Svensson ‘de aanklikbare link’ lijkt minder van belang en het Hof lijkt te oordelen dat een ge-embedde internetlink (inline link staat er nota bene tussen haakjes bij geschreven) werk toegankelijk maakt, zonder dit werk te kopiëren. Hieruit lijkt het Hof de conclusie te trekken dat er geen sprake is van een mededeling aan een nieuw publiek wanneer de oorspronkelijke URL vrij toegankelijk is. Gebruikers van de link moeten worden beschouwd als mogelijke ontvangers van de oorspronkelijke mededeling en dus als een onderdeel van het publiek dat door de houders van het auteursrecht in aanmerking werd genomen toen zij toestemming verleenden voor de oorspronkelijke mededeling.

Het gehele internet als één publiek

Kan het gehele internet als één publiek worden gezien? Velen beargumenteren dat dit zo is, immers elke internetgebruiker kan elke website (die niet achter een paywall zit) bezoeken. Een auteursrechthebbende moest dan het gehele internet in gedachten hebben toen hij/zij toestemming gaf voor het gebruik op een website. Deze interpretatie is echter onjuist en kan niet de bedoeling zijn van Svensson en BestWater.

Deze interpretatie kan men bovendien ook niet een-op-een uit deze uitspraken destilleren. Immers, in Svensson betrof het de artikelen van nationale kranten. De rechter oordeelde weliswaar dat de schrijver het gehele internetpubliek in gedachten had. Maar is het publiek van de ene krant, hetzelfde als het publiek van de andere krant? En volgende vraag, wanneer men naar de foto’s kijkt bij krantenartikelen: mogen deze foto’s dan ook los van het artikel worden gebruikt via een inline link? Mijns inziens luidt het antwoord daarop duidelijk nee. De fotograaf bedoelde de foto uitsluitend voor bij een artikel in een bepaalde krant voor een bepaalde doelgroep. Zeker niet bedoelde de fotograaf algemeen gebruik voor het hele internetpubliek.

In BestWater betrof het een YouTube video. Wanneer men een video op YouTube upload, dan is men zijn rechten zo goed als kwijt, immers men gaat dan akkoord met de voorwaarden van YouTube. Hierin staat duidelijk dat derden de video’s van YouTube mogen embedden. Dat een rechter ook tot de conclusie komt dat er geen sprake is van een publiek dat de rechthebbende niet al in ogenschouw heeft genomen is dan niet onbegrijpelijk. Dat niet BestWater de video had ge-upload, daar is het Hof in BestWater aan voorbij gegaan. Dit was wel een kans om het criterium ‘nieuw publiek’ meer duiding te geven.

BestWater roept weer veel vragen op. Hoe deze nieuwe Europeesrechtelijke jurisprudentie in Nederland moet worden geïnterpreteerd, moet zich nog uitkristalliseren. Gezien de richting die het Europese Hof lijkt op te gaan, waarbij de definitie van ‘nieuw publiek’ key lijkt te zijn, kan dit nog interessante zaken opwerpen. Dit begrip zal immers Europees dienen te worden ingekleurd. Het gehele internet als één publiek is echter geen werkbare definitie.

Stof tot nadenken dus.

[1] HvJ EU 21 oktober 2014,  zaak C-348/13 (Bestwater), te vinden via de officiële website met Europees recht curia.europa.eu, in het Duits en in het Frans, de Duitse versie is ook via de website www.scribd.com/doc/244360017/EuGH-C-348-13-Framingte vinden.

[2] o.a. tweakers.com op 26 oktober 2014: Europees Hof: embedden auteursrechtelijk beschermd materiaal is toegestaan, tweakers.net/nieuws/99255/europees-hof-embedden-auteursrechtelijk-beschermd-materiaal-is-toegestaan.html copyright4creativity.com op 27 oktober 2014: The CJEU Continues to be the Court of Common Sense: The BestWater Case Ruling or Another Good Day for the Internet, copyright4creativity.eu/2014/10/27/the-cjeu-continues-to-be-the-court-of-common-sense-the-bestwater-case-ruling-or-another-good-day-for-the-internet en nu.nl op 26 oktober en 12 november 2014: Embedden maakt geen inbreuk op copyright, www.nu.nl/internet/3912530/embedden-maakt-geen-inbreuk-copyright.html.

[3] HvJ EU 13 februari 2014, zaak C- 466/12 (Svensson), te vinden via curia.europa.eu.

[4] Het leerstuk rondom evident onrechtmatig materiaal dat niet door de rechthebbende is ge-upload is nog niet uitgekristalliseerd, in BestWater is de rechter voorbij gegaan aan de stelling van de eiser dat zij de video niet op YouTube had ge-upload. Een Belgische rechter oordeelde in maart 2013 dat het embedden van beschermde video die illegaal op YouTube was geplaatst in casu geen auteursrechtinbreuk opleverde, omdat de beklaagde ervan uit mocht gaan dat de video met toestemming van de rechthebbende op internet stond, de rechter haalt o.a. de voorwaarden van YouTube aan. Hof van Beroep Brussel, 19 maart 2013, 2012CO 674 te vinden via www.ie-forum.nl IEF 12569.