Verhalen in de donkere kamer

foto: © Christian Boltanski
view counter

Christian BoltanskiHet werk in de donkere kamer was tot voor kort voor fotografen het lastigste aspect van hun vak. De film ontwikkelen – mag niet misgaan! – waarop alle belangrijke opnamen, dan de lange stroken diapositieve film tegen het licht houden, het juiste beeld selecteren en uiteindelijk de afdrukken maken. Een spannend proces. Voor alle anderen, niet-ingewijden, had de ‘donkere kamer’ – ‘doka’ zoals ze ’m noemden – iets magisch, alleen al door dat geheimzinnige rode licht waarbij je toch alles kon zien. In de doka komen beelden van verre reizen te voorschijn, of het gezicht van iemand die je ooit ontmoette, scherper dan in je herinnering.

Dat is natuurlijk romantisch gemijmer; de digitaal werkende vakfotograaf van nu kan zich niet meer voorstellen dat je niet alles letterlijk zelf in de hand kunt houden. Je hebt nu alleen een fijne platte laptop erbij; de grote belichtingskokers en ontwikkelbakken kunnen naar het museum. Nooit meer nachten doorwerken in de donkere kamer na een zware dag fotograferen; niet meer heen en weer rijden naar het ontwikkellaboratorium, in spanning of de dia’s zijn gelukt.
Hoe het allemaal begon, hoe de eerste foto’s gemaakt werden meer dan honderdtachtig jaar geleden, is nu te zien op een permanente tentoonstelling in het Fotomuseum in Rotterdam.
Op de benedenverdieping van het museum, bijna verstopt als een echte donkere kamer, ontvouwt zich de geschiedenis van de fotografie, verteld in verhalen en beelden die je zelf, als in de doka, kunt oproepen door een vel wit papier in een ontwikkelbad te leggen. Een groot stuk stevig karton in dit geval, maar het werkt wel. Door de beweging in de ontwikkelvloeistof (mooi geprojecteerd in de bak) doemen beelden op, eerst vaag maar steeds scherper, en start een verhaal, met foto’s, films en muziek over de geschiedenis van de fotografie, technische ontwikkelingen in de loop der tijd, en verschillende soorten fotografie: journalistieke foto’s in kranten, tijdschriften en op het internet, mode- en kunstfotografie. De zwart/wit foto’s van Ed van der Elsken uit de jaren vijftig in Parijs, die nog steeds voor velen het beeld van die stad bepalen. Spannend om in één ruimte te zien hoe de eerste “foto’s” rond 1825 door een heel lange belichtingstijd op platen “geëtst” werden, en hoe je nu de beelden uit de werkelijkheid in de nieuwe media verwerkt.

Installatie in zwart/wit

foto: © Christian BoltanskiHet Nederlands Fotomuseum geeft de komende drie jaar speciale aandacht aan het thema ZWART/WIT. Niet zo vreemd; tot halverwege de twintigste eeuw was de fotografie zwart/wit, film en televisie, kranten en drukwerk zagen we in zwart-, wit- en grijstonen. Soms lijken zelfs herinneringen zwart/wit.
Dit ZWART/WIT totaalconcept wil het museum verder uitwerken met tentoonstellingen en installaties die de betekenis van zwart en wit onderzoeken. Is zwart wel een kleur? En waarom is wit in het westen een kleur voor een bruidsjurk en in het oosten een rouwkleur?
De eerste installatie was “Chance” van de Franse beeldend kunstenaar Christian Boltanski, vorig jaar te zien geweest op de Biënnale van Venetië. Boltanski monteerde enorme ronddraaiende filmrollen met foto’s achter elkaar. Bij de opening vertelde Boltanski over zijn opvatting van het begrip “chance”: ‘is het is een toevalligheid dat we geboren worden op deze plek, op dit tijdstip? We weten niet waar we zullen sterven. Als ik te veel wijn drink en hier in het water val, kun je dat als noodlot beschouwen, maar ook als een toevalligheid’ – zijn Engels met charmant Franse tongval is niet steeds goed te verstaan, en hij kijkt een beetje of hij het grappig bedoelt, maar het is serieus, het is kunst, en al is de fotografie in dit werk minimaal, het levert wel een fascinerend beeld op, het eeuwige draaien van de portretten in een gigantische stroom, als een symbool voor het doordraaien van het leven, en de onze onwetendheid over het begin en het einde ervan.
De ruimtevullende installatie van bouwsteigers valt wat weg in de zaal waarin hij staat, het plafond heeft zoveel buizen en de wanden en pilaren zijn van beton – er lijkt zo weinig contrast, het geheel zou  een vervreemdend effect moeten geven en dat doet het nu niet.
De installatie brengt een ruisend geluid voort – met m’n ogen dicht en enige fantasie hoor ik een stromende bergbeek. Met open ogen zie ik een enorme filmrol zonder begin of eind in dit bouwwerk ronddraaien, en rond is hier niet helemaal het goede woord, want waar de film een hoek van het steigergebouw ontmoet, wordt hij via een ingenieus apparaat omgeleid; portretten van kinderen flitsen langs in eeuwige wendingen. Tot ineens een alarmbel klinkt en de filmrol stilvalt, een paar momenten zijn de baby- en kinderportretjes goed te zien, dan begint het draaien opnieuw. Op de wanden geven verspringende elektronische tellers de geboorte- en sterftecijfers over de hele wereld weer. De film van het leven draait steeds maar door…
(Als u dit leest is deze installatie helaas al weer weg.)

www.nederlandsfotomuseum.nl

Nederlands Fotomuseum
Wilhelminakade 332
3072 AR Rotterdam

view counter