Fotograaf verliest rechtszaak vanwege voorwaarden Instagram

Blog Het Recht NL
Gepubliceerd: 29 september 2020
Onder redactie van Mr. Kitty van Boven

afbeelding 28Op 14 april 2020 verscheen er een bericht over een spraakmakende uitspraak waarin zou zijn geoordeeld dat een fotografe haar rechten niet meer kan handhaven omdat zij deze foto via Instagram openbaar gemaakt had.[1] In deze bijdrage wil ik eerst kort de uitkomst van de zaak bespreken, de zaak vervolgens beoordelen naar Nederlands recht en tot slot zal ik een conclusie trekken.

Advertentie

Het nieuwe richtprijzenboekje 2019 is uit!

Het richtprijzenboekje dient behalve voor prijsindicatie ook als richtlijn in gerechtelijke procedures bij toewijzing van honoraria en schadevergoedingen bij geschillen. De richtprijzen zijn gebaseerd op onderzoek naar het prijspeil voor publicatie en productie. Bij de prijsberekening worden behalve resultaten van binnenlands onderzoek ook de prijzen van (EU) beheersmaatschappijen zoals het Belgische Sofam meegenomen.

Klik hier voor meer informatie
of om het boekje te bestellen
.

view counter

Naar Amerikaans recht weet ik niet zeker of embedden een exceptie is, daar hanteren ze natuurlijk met name het zogenaamde fair use criterium als exceptie op het auteursrecht. Als ik de uitspraak snel lees dan lijkt mij dat er (naar Amerikaans recht) geen specifieke exceptie bestaat voor embedden, omdat dat niet als zodanig wordt benoemd. In de plaats daarvan beoordeelt de rechter de zaak als volgt.

De fotografe heeft bij het plaatsen van haar foto op Instagram de voorwaarden van Instagram geaccepteerd en door het accepteren van die voorwaarden een licentie verschaft aan Instagram. Instagram heeft op grond van haar licentie toestemming om sublicenties te verlenen. De gebruiker van de foto (vermeende inbreukmaker) heeft vervolgens rechtsgeldige toestemming van Instagram verkregen voor het embedden van de foto op haar website (dus niet een ander Instagramaccount), omdat gebruik is gemaakt van de deelfunctie. Daarom is dus volgens de rechter geen sprake van een inbreuk. Daar moet ik dan aan toevoegen dat dit een ‘lagere’ rechter is, en de rechthebbende mogelijk nog in hoger beroep gaat.

Hoe zit het naar Nederlands recht?

Naast de Nederlandse (auteurs)wet is hierbij het Europees recht van belang. Op grond van het Europees recht en de jurisprudentie daarover vormt het embedden van een werk geen nieuwe openbaarmaking. Technisch gezien lijkt embedden namelijk sterk op een link, het grote verschil is alleen dat hetgeen waarnaar wordt verwezen op de website zonder doorklikken zichtbaar is (wat bij een link niet het geval is). Bij embedden lijkt het dus alsof er iets op een website wordt getoond, maar eigenlijk wordt dat vanaf de originele website geïntegreerd in de website getoond.

Daarmee zou naar Nederlands recht in de onderhavige kwestie m.i. dus geen sprake zijn van een inbreuk op het auteursrecht.

Wat betreft de algemene voorwaarden van Instagram / Facebook in het Nederlands:

“In plaats daarvan verleen je ons, wanneer je inhoud deelt, plaatst of uploadt waarop intellectuele-eigendomsrechten rusten (zoals foto's of video's) op of in verband met onze Service, een niet-exclusieve, royaltyvrije, overdraagbare, sublicentieerbare wereldwijde licentie om je inhoud te hosten, gebruiken, distribueren, aan te passen, uit te voeren, kopiëren, in het openbaar weer te geven of te vertonen, vertalen en om hiervan afgeleide werken te maken (in overeenstemming met je privacy instellingen en instellingen voor apps). Je kunt deze licentie op elk moment beëindigen door de inhoud of je account te verwijderen. Inhoud wordt echter nog steeds weergegeven als je deze hebt gedeeld met anderen en zij deze inhoud niet hebben verwijderd. Voor meer informatie over hoe we informatie gebruiken en hoe je je inhoud kunt beheren of verwijderen, lees je het Gegevensbeleid en bezoek je het Instagram-helpcentrum.”[2]

Ook op grond van de Nederlandse algemene voorwaarden van Instagram / Facebook valt dus te beargumenteren dat embedden geen inbreuk is (in deze casus). Te stellen valt dan dat de rechthebbende via de algemene voorwaarden zoals hierboven toestemming geeft aan Instagram om sublicenties te verlenen. Instagram kan dan vervolgens rechtsgeldige toestemming verlenen aan derden, en doet dat indien men gebruik maakt van de deelfunctie. Deze argumentatie heeft gezien het eerdere over het Europese recht echter weinig toegevoegde waarde.

Te concluderen valt dat embedded gebruik doorgaans geen inbreuk zal vormen, in dit geval en in het algemeen. Tevens is het voor rechthebbende van belang om op de hoogte te zijn van de voorwaarden die zij accepteren als zij hun werk openbaar maken via een platform.

Korte samenvatting

In deze bijdrage bespreek ik een recente rechtszaak over een foto die via Instagram embedded gebuikt is op een website.

view counter