George Maas:
“Rot op met die kunst”

foto: © George Maas
view counter

foto: © George MaasEen straat in Amsterdam, Oud Zuid. Een voormalige kleuterschool. Op een wat winderige dag bel ik aan, even later doet George Maas open. George is in mijn ogen een fenomeen. Hij ziet er niet exact zo uit als de gemiddelde mens zich een fotograaf voorstelt. Of een kunstenaar. George is een ongrijpbaar persoon, je kunt hem niet in een hokje vangen. Zijn werk oogt ‘gewoontjes’, maar onder de oppervlakte zit een diepere filosofie, over alles is nagedacht. Daar staat hij dus, hij heeft de rust en het postuur van een drukker, van een grafisch vakman. En in hoeverre ook dit juist is volgt uit de rest van dit verhaal.

In 1959 geboren, hield hij zich al vroeg bezig met tekenen, iets waar hij meer dan gemiddeld goed in was. Hij volgde een grafische vakopleiding en stond op zijn achttiende als reproductiefotograaf in een drukkerij. Alleen het tekenen en schilderen trok. Hij bezocht hierna de Rietveldacademie en vestigde zich uiteindelijk als beeldend kunstenaar en fotograaf in zijn geboorteplaats Amsterdam. “Ik vond wind en storm altijd al iets fantastisch. In 2003 begon ik met het creëren van windsculpturen. Ik maakte portretten van vrouwen die ik op stof afdrukte. De stof ging over het hoofd van het model en dat fotografeerde ik dan in de wind. Door de wind vervormde het portret en de beelden werden wat surrealistisch. Al gauw maakte ik contact met galerie Pennings in Eindhoven, daar werd het werk dan ook geëxposeerd.” En het werk werd niet alleen bij Pennings geëxposeerd, wie op de website van George kijkt ziet daar een indrukwekkende lijst van exposities.

Rot op met die kunst

George “Ik zag al snel dat ik minder geschikt was voor het beroep van kunstenaar, het accent ging sowieso al bij mij liggen op fotografisch werk. De bomen groeiden in die tijd de hemel in, als fotograaf kon je nog iets verdienen, als kunstschilder niets. Maar ook kunstfotografie is instabiel, ik had eigenlijk helemaal geen trek in kunst, je moet toch ook ergens van leven, dus voor mij was het op een gegeven moment ‘rot op met die kunst.’ Ik werkte voor bladen en kranten, maar ook voor de gemeente Amsterdam en verschillende instellingen. Daar was goed van te leven. Natuurlijk liep het autonome werk ook door. Ik bracht dus een scheiding aan, ‘Persburo Fotonova’ was geboren. Met één uitzondering, het journalistieke werk en het documentaire werk heb ik altijd vanuit een ander perspectief dan gewoonlijk geprobeerd te fotograferen. Ik wil een bepaalde eigenheid nastreven, jij maakt jouw foto, niet die van een ander.”

foto: © George Maas

Persfotografie en projecten

“Waar je wel achter komt is dat, wanneer je persfotografie bedrijft, het geen moeite kost om ook autonoom kunst te maken. Je kunt het soms tegelijk doen, bijvoorbeeld met de bijschieters. Je verzamelt een aantal beelden door de tijd, dat wordt dan een project. Na de windsculpturen, waar een duidelijke beweging in zit, heb ik een nieuw project gedaan, ‘bevroren sculpturen’. Het concept lijkt op dat van de windsculpturen maar is nét anders, hierbij heb ik de beelden duidelijk bevroren. Vijf beelden uit de serie wind sculpturen zijn geplaatst in de Nederlandse ambassade in Addis Abeba, ik ben er in juni 2007 naar toe geweest om ze op te hangen. Dat had nogal wat voeten in de aarde. Ze zijn geprint op doeken tot 3 x 4 meter. Het materiaal moest ook nog onbrandbaar zijn, en zo waren er nog meer eisen. Maar ze hangen er…”

Portretten en zakken leegmaken

“Bij het werken voor gemeente en bladen hoorde ook het maken van portretten van BN-ers. Ik had bedacht dat het eigenlijk wel interessant was te weten wat mensen in de zak hebben. Zo ontstond in 2008 het project ‘Empty your pocket!’. Ik vroeg de geportretteerden om hun zakken leeg te maken en maakte een portret van hen bij de inhoud van de zakken. Ik maakte een kort praatje en schreef ook teksten bij de foto’s. Het merkwaardige is dat je aan de inhoud van de zakken veel over de persoon kunt afleiden. Ik heb er voor gekozen alleen mannen te portretteren. Die hebben een beperkte ruimte in hun zakken. Dus moeten ze zich beperken tot het allernoodzakelijkste, waardoor je kunt zien wat écht noodzakelijk is. Bij vrouwen is dit minder, die hebben een tasje bij zich waar van alles inzit. Ook minder noodzakelijke spullen. Uiteindelijk heb ik in eigen beheer een boekje uitgegeven met de titel van het project. Het aardige is dat zo’n project ook eeuwig door kan lopen. Een medewerking? Alles gebeurde zonder afspraak, spontaan. Niemand had bezwaar, iedereen vond het prachtig! En zo zag ik dat ook autonome fotografie toepasbaar is in je perswerk, twaalf portreten verschenen in MUG Magazine. Deze werden bovendien gelijktijdig in de Amsterdamse Bibliotheek tentoongesteld met de teksten. Alleen Freek de Jonge wilde eigenlijk liever zelf een kort verhaal aanleveren.”

“Ik heb bewust gekozen voor bekende mensen, die kun je gemakkelijk plaatsen en de indruk die je van hen hebt kun je dan toetsen aan de spullen die zij bij zich hebben.”

“Met Martin Parr had ik er nog een discussie over. Die vond het werk prachtig, zijn kritiek was dat ik met de mensen praatte, ze mogelijk ook in poses zette, hij vindt dat je op de knop moet drukken en weg moet wezen. Maar de essentie is dat ik zo, door een al is het maar vluchtig contact te maken, een beter verhaal vertel.”

foto: © George Maas

Gelijkgekleed (matchy matchy couples)

Het laatste project van George Maas is ‘Gelijkgekleed’. George: “Er zijn veel stellen die in identieke kleding lopen. De vraag is of dat unisex dan van invloed is op de verhouding, blijft het echt een koppel of wordt het een broer-zus verhouding. Het is een open vraag. Mensen die zich zo kleden worden vaak bekeken als identiteitsloze wezens, afhankelijk van elkaar, zij worden gezien als mensen die in de relatie hun identiteit hebben verloren. Maar het getuigt ook van durf, van moed. Je nek uit durven steken, op straat ziet iedereen je immers. In 2007 ben ik met dit project begonnen. Ik fotografeer geen werknemers met bedrijfslogo, of leden van een team of zo. Ook geen tweelingen. Maar mensen die besloten hebben om gelijk gekleed te gaan. Ik fotografeer ze nietsvermoedend, maar ook wel wanneer ze het in de gaten hebben en poseren. Vrijwel altijd vraag ik waarom ze dezelfde kledingstukken dragen en dat schrijf ik op. Hierdoor is deze vorm van straatfotografie informatiever dan wanneer je in de openbare ruimte mensen fotografeert, het is ook indringender. En het is internationaal, ik doe dit op verschillende plaatsen en fotografeer verschillende nationaliteiten.”

Ik maak een tussenwerping. “Jouw beeld is completer, Martin Parr pakt maar één facet, het beeld, fotografeert sec. Dat werkt heel sterk. Jij geeft door jouw benadering een extra dimensie. Mensen zijn geen foto, maar hebben een verhaal, dragen geuren bij zich en produceren ook geluid. De persoon gaat veel verder dan de foto, dat is alleen een weerkaatsing van licht.”

George knikt. “Ik heb dan ook geen moeite met het commentaar, ik doe het toch zoals ik het wil uitwerken.”

Afscheid

Het interview duurt korter dan normaal. George moet namelijk nog even naar de tandarts.  Zo neem ik afscheid van hem, met een vrolijk gevoel. Want dat is wat zijn fotografie doet, het is soms esthetisch, soms verhalend. Maar gemiddeld maakt het vrolijk door de milde humor van de persoon achter de foto’s.

Van het project is een boekje verschenen bij uitgeverij Lecturis. Het is hier te bestellen: www.imagefap.com/video.php?vid=7470

www.georgemaas.com

view counter