Het belangrijke verschil tussen toestemming en toestemming

Blog Het Recht NL
Gepubliceerd: 5 juni 2019
Onder redactie van Mr. Kitty van Boven

afbeelding 28Naar aanleiding van het vonnis van de Rechtbank Noord-Holland van 22 mei 2019 wil ik in deze bijdrage graag het gebruik van een met toestemming gemaakte portretfoto.[1] Ik zal daarbij allereerst een korte samenvatting van de zaak geven, vervolgens ingaan op de juridische aspecten van toestemming bij het maken en publiceren van een portret en tot slot zal ik een conclusie geven.

Eiser in deze zaak werkte als pakketbezorger bij het inmiddels failliete Parcelplus B.V. Parcelplus B.V. voerde opdrachten uit voor Logistics (deel van de PostNL groep). Van eiser zijn foto’s gemaakt in zijn werkkleding. Deze foto’s zijn vervolgens door Logistics gebruikt in een reclamecampagne waarbij ze op busjes en vrachtwagens zijn geplaatst, op internet en in een reclamespot te zien waren. Eiser stelt dat hij slechts toestemming heeft gegeven voor intern gebruik van de foto’s. Logistics stelt dat eiser (onbeperkt) toestemming heeft gegeven voor het gebruikt van de foto’s

In deze zaak is sprake van een portret aangezien eiser herkenbaar is afgebeeld.[2] Het gaat niet om in opdracht van de geportretteerde ex. Art. 19 lid 4 Aw gemaakte foto’s. Deze foto’s waren immers niet gemaakt in opdracht van de eiser, maar in opdracht van zijn werkgever. Verder staat niet ter discussie dat eiser toestemming heeft verleend voor het maken van de foto’s. Wel staat ter discussie waar precies toestemming voor is verleend. Hierover zijn geen (schriftelijke) afspraken gemaakt.

Nu vast staat dat de foto’s zijn gebruikt door Logistics en Logistics verweer voert door te stellen dat toestemming is verleend door eiser, dient Logistics dit standpunt ex. 150 Rv te bewijzen. De rechter overweegt hierbij als volgt:

“De kantonrechter overweegt in dit kader dat toestemming tot het portretteren niet gelijk kan worden gesteld met toestemming tot publiceren. Dat [eiser] zich op een bepaalde manier heeft laten portretteren, betekent dan ook niet dat hij daarmee toestemming voor heeft gegeven voor het (onbeperkte) gebruik van zijn portret door Logistics.”[3]

Logistics was niet in staat om het bewijs te leveren. Eiser wordt daarom grotendeels in het gelijk gesteld, zijn schade wordt begroot op € 5.000,00 te verhogen met de proceskosten en indien Logistics de inbreuk twee weken na betekening van het vonnis niet staakt met een dwangsom van € 100,= per dag.

Te concluderen valt dat het van belang is om vast te leggen dat de geportretteerde toestemming geeft voor het maken en publiceren van het portret, maar minstens zo belangrijk is om duidelijk te maken waar precies toestemming voor is verleend, in het bijzonder indien het portret commercieel gebruikt zal worden. Het advies is dan ook om bij het maken van portretten (die u niet maakt in opdracht van de geportretteerde ex. art. 19 lid 4 Aw) gebruik te maken van een quitclaim waarop duidelijk is aangegeven voor welk soort gebruik en gedurende welke periode de geportretteerde toestemming geeft. Daarbij is het van belang dit zo te formuleren dat de geportretteerde kan overzien wat die toestemming inhoudt.

[1] Rechtbank Noord-Holland 22 mei 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:4245 ro: 4.3 jo 4.4 te raadplegen via: www.ie-forum.nl/artikelen/toestemming-tot-portretteren-is-niet-gelijk-aan-toestemming-tot-publiceren

[2] Rechtbank Noord-Holland 22 mei 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:4245 ro: 2.3 (hier kunt u de foto die gebruikt is voor beplakking van de vervoersmiddelen zien).

[3] Rechtbank Noord-Holland 22 mei 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:4245 ro: 4.3 jo 4.4