Huib van Wersch,
dynamiek door verplaatsbaarheid

foto: © Huib van Wersch

Advertentie

Hier kan uw advertentie staan

view counter

foto: © Huib van Wersch
Huib van WerschAmsterdam, het is 1960. In dat jaar kreeg Huib een fotograaf als vader. Het was nog in de tijd dat een deel van de fotografie zich in het duister afspeelde. Huib stond al vrij jong in dat, voor de fossielen onder ons bekende, geelgroene licht te spelen met ontwikkelbakjes. ‘En niet met de handjes in de ontwikkelaar, gewoon netjes de tang gebruiken om het papier te pakken, want ontwikkelaar is slecht voor je handen…’ De jonge Huib deed dat heel braaf tot hij ontdekte hoe het in veel andere doka’s ging… Dat in de fotografie dingen wel eens anders gaan zou de jonge Huib snel genoeg ontdekken. Een interview met een allrounder met een goede visie op zijn vak.

Het is wat koud, maar dat mag de pret niet drukken. Een van mijn geheime wapens, wagen parkeren bij de Makro, straks meteen wat boodschappen doen,  met de metro verder naar station Wibautstraat. De offerblokken van Parkeerbeheer in Amsterdam zijn onbeschoft gulzig, het uurtarief is twee maal zo hoog als in Parijs en  je kunt in andere plaatsen voor dit bedrag een gehele dag staan. “Dat is slim” klinkt de stem van Huib door de telefoon wanneer ik hem vertel hoe ik het probleem Amsterdam doorgaans weet te tackelen.

Voormalig restaurant, uitzicht op de Amstel

Op de hoek van de Amstel en een van de zijstraten zit een voormalig restaurant. De deur is gewoon open. Huib is nog niet zo lang terug uit Banglahdesh, een project voor Simavi. Er hangt een kleine expositie in de voormalige eetzaal, nu de studio. Indringende beelden, prachtige vergrotingen, messcherp en goed op kleur. Van binnen uit is er een schilderachtig uitzicht op de Amstel. Iets geheel anders dan de bijna benauwde straten van de Pijp, hier is licht en ruimte. Ik loop door en hij zit op mij te wachten in zijn werkkamer beneden, in de kelder. Hij lacht wanneer ik het wenteltrapje naar de kelder afdaal, je moet dit een paar keer gedaan hebben dit soepeltjes te kunnen doen. “Het is inderdaad een wat gevaarlijke trap.” De koffie maakt het weer goed. Huib: “Ik was al lang op zoek naar een pand waar wij konden wonen en werken. Dit stond al heel erg lang te koop, ik heb er vaak naar gekeken. Toen het na een paar jaar nog te koop stond heb ik de stoute schoenen maar eens aangetrokken, de vraagprijs viel uiteindelijk mee. Achteraf bleek waarom, er rustte een bedrijfsbestemming op, je mocht er niet wonen. Ik stelde toen slimme vraag of je in je bedrijf geen woonruimte mocht hebben, een bedrijfswoning dus. Daar kwam een bevestigend antwoord op. Dus de koop was toen snel gesloten. Er zat een serre voor het pand, die mocht echter niet worden gesloopt. Achteraf bezien is dat uiteindelijk wel overkomelijk. Van  het parkeerprobleem heb ik, na 12 jaar wachten, weinig last. Ik heb een busje dat in een parkeergarage staat, daarmee kan ik dan de stad uit. “

foto: © Huib van Wersch

Vak ingegroeid

Je kunt rustig stellen dat Huib het vak is ingegroeid. Na de middelbare school is hij volledig het vak 'ingedoken'. “Op 16-jarige leeftijd maakte ik trouwreportages. Eerst liep ik met mijn vader mee, gewapend met een Leica: trouwreportages. Eerst netjes naar V&D of C&A voor een pak en daarna naast de koetsier het Floriadepark in met mijn vader. Mooie staatsieportretten, mijn vader maakte veel dubbelopnamen. Tot mijn verbazing, na een tijdje mocht ik het helemaal zelf doen. Ik heb in die tijd erg veel van mijn vader geleerd. Maar aan alles komt een eind. Na ruim anderhalf jaar hield ik het wel voor gezien. Ik zei tegen hem 'Ik wil dit niet meer doen. Wél iets belangrijks.' Mijn vader was het er niet mee eens: 'Iets belangrijks? Maar dat doe je toch al?' Zo kwam ik bij de vermaarde Cherry Kamp te werken. Het was echt technisch, één dag doen over een scheerapparaat, gefotografeerd op groot formaat film. De ultieme perfectie. Hier heb ik met veel plezier gewerkt, toen nam ik afscheid.”

Panorama

“Inmiddels was ik een jaar of eenentwintig. Ik werd eerst voor twee jaar assistent bij Ronnie Hertz. Hierna ging ik tóch studeren om te kijken of dit niet iets voor mij zou zijn. Na driekwart jaar belde hij mij, dat ging zo: 'Wat doe jij tegenwoordig?' Ik vertelde dat ik gek werd van dat ‘in-een-bank-met-een-boek’. Ronnie: 'Jij moet gewoon met mij mee. Reizen, werken voor Panorama.' Eigenlijk een goed idee, ik had niet echt zin in een studie. Na een paar jaar bij Ronnie begon ik voor mijzelf. Ronnie kreeg een conflict met Panorama en ik werd meteen door Panorama gevraagd omdat ik de stijl en manier van werken van Ronnie kende. Bij Panorama werd ik serieus genomen, er was ruimte om zelf met ideeën te komen. Het was er heel prettig werken. Ik kon  hier helemaal mijn ei kwijt. Er dienden zich in de jaren daarna vele andere redacties aan, Libelle, Margriet, You, Yes, Viva, VT-wonen, Residence, Elegance, Flair, Kinderen, Troskompas, Varagids, ga zo maar door.

foto: © Huib van Wersch

Aikido en de techniek

Twaalf jaar geleden ben ik met aikido begonnen. Je staat op een punt, dit punt is voor jou centraal. Wanneer je beweegt of  jezelf verplaatst verandert de wereld om je heen. Dat principe pas ik nu ook toe in fotografie. Hierdoor zie je meer dan wanneer je was blijven staan achter je statief. Wat je dan fotografeert heeft alleen met je zelf te maken, het heeft niets te maken met techniek. De techniek is dan een gewoonte geworden, een soort reflex, zoals je ook loopt, ademhaalt of gaat zitten zonder er bij na te hoeven denken. Het fotograferen wordt bewustzijn. Bij Cherry Kamp werd ik geschoold in techniek, in de uiterste perfectie. Het is wel goed om je te realiseren dat voor mij hier de basis ligt voor het onafhankelijk worden van de techniek, van een intuïtieve manier van fotograferen.

Dynamiek versus statische beelden

“Op een gegeven moment heb ik mijn RB 67, de Sinar en de Broncolor verkocht. Ik dacht toen dat foto's gemaakt vanaf statief aan de ene kant misschien wel perfect van scherpte zijn, maar ik miste destijds in veel gepubliceerd werk beweging en spontaniteit. Begin 1990 bracht ik daar verandering in aan. Deze verandering zorgde voor tien jaar werk.”Huib maakt een opmerking terzijde: “Vanaf 2009 ben ik bezig met een serie over kinderkamers. Daar gebruik ik dan toch weer flitslicht bij.” Er komt weer een kop koffie,  daarna gaat hij verder: “Fotografeer je uit de hand dan kun je net even iets door de knieën en een centimetertje naar rechts. Dat is van invloed op je beeld, het wordt wat minder officieel. Een statief moet je iets opdraaien, of iets verplaatsen omdat er iemand anders ineens in beeld komt, en ondertussen is de spanning van dat éne moment uit je foto verdwenen. Wanneer je mensen in een park fotografeert of je maakt portretten op deze manier dynamisch in plaats van statisch, door het reageren in het moment  krijgt het beeld een lading mee, er gebeurt wat. Dat middenformaat heb je in mijn ogen voor mensen echt niet nodig. Cartier-Bresson fotografeerde meest mensen. Behalve zijn visie lag zijn kracht in zijn verplaatsbaarheid. De beroemde foto van de man die over de plassen springt, die maak je niet vanaf een statief.”

Andere werelden

“Het liefst doe ik projecten zoals in Oeganda of Banglahdesh. Je kunt niet voorspellen hoe het daar zal zijn. Wanneer je er bent ziet alles er mooi uit. Daar moet je voorbij, je moet ontdekken hoe het er werkelijk is. In Banglahdesh was Simavi bezig met een drinkwaterproject. Een moeder moest 3 uur lopen om bij een waterpomp te komen. Je kunt dan fotograferen en denken: Waar maak ik mij druk over. Het verhaal is ondertussen wel belangrijk, bij deze fotografie moet je het verhaal zelf doorgronden. Dan wordt je beeld indringender, je gaat anders ineens anders om met de schilderachtige waterhalende vrouw. Wanneer je door een blad wordt ingehuurd dan is er een verhaal, je maakt een foto bij het verhaal. Wanneer het verhaal sterk is wordt de foto gerelateerd aan dat verhaal. Maar maak je een foto met een hogere kwaliteit dan geef je zelfs een 'gewoon' verhaal meer inhoud, het verhaal wordt dan sterker. De foto heeft dan invloed op de kracht van het verhaal. En alleen met kracht kun je lezers raken.”

foto: © Huib van Wersch

Birgitta en de website

De website draagt de naam fotootjes.nl. Een naam die klinkt zoals Huib zelf is. Een naam zonder poeha. Pretentieloos. Ontspannen. Vriendelijk. Birgitta Gadellaa deelt de website met Huib. Zij is styliste en doet productie werk. Uiteraard doen zij veel samen, maar werken ook apart. Het geeft aan hoe deze mensen in het leven staan. Niet per sé op de voorgrond willen treden maar 'gewoon' blijven. Huib fotografeert, bewust maar ook in verwondering over zijn omgeving, observerend. Diepgaand maar ook gezellig. Staan voor wat je doet maar zonder een groot ego. Bij de zoveelste kop koffie komt Birgitta Gadellaa heel even binnen, tussen twee afspraken in.  Het gesprek draait even een iets andere kant op. Er komen wat andere, meer algemene, maar ook serieuze punten aan de orde. Over de wereld ons heen, over opdrachtgevers, over de 'incrowd'. Een aangenaam intermezzo. Zo te zien passen zij goed bij elkaar.  Maar Birgitta moet verder. Eigenlijk jammer. dit had ook een dubbelinterview kunnen worden...

Wat maakt een foto?

Er ontspint zich een gesprek tussen fotografen. Huib “Wat maakt een foto? Daar kun je nu niets van zeggen. Er zijn wetmatigheden, daar trek ik mij niets van aan, vind ik ook niet belangrijk. Soms is orde in de chaos dat wat een foto juist boeiend maakt, zoals in de foto van de stuntskatende jongen. Wel werk ik altijd formaatvullend.” Ik vertel hem hoe ik een compositie maak, ook snel, zonder er veel over na te denken, je voelt dat het goed zit. Maar wel dat ik bepaalde dingen in een compositie in de gaten houd. Bijvoorbeeld door diagonalen zo veel mogelijk in hoeken te laten eindigen. Ik wijs op een paar foto's die er hangen: “Jij doet dat ook. Kijk maar”. Huib is even stil. Hierna bekijken wij verschillende foto's. “Hé, je hebt gelijk! Dat is mij nog nooit zo opgevallen.” Ik zeg: “Je houdt er onbewust rekening mee, doe je het anders dan is de foto saai of voelt onlogisch aan wanneer je er naar kijkt. Zelf houd ik niet van formaatvullend werken, ik maak graag uitsnedes, een breed en laag gebouw laat zich niet in de statische omgeving van een vierkant drukken, een toren past niet in een liggende foto met als verhouding 2:3 of 3:4.” Huib:“Ja, je hebt ook te maken met vaststaande formaten. Er zijn nu eenmaal geen liggende tijdschriften. En een staande vorm voor een trouwalbum is ook onlogisch. Het zijn opvattingen over beeld. Het gekke is dat die steeds veranderen, evolueren. En dat je dan ineens ziet dat iets nieuws al eens eerder is gedaan. Alles herhaalt zich. Hij lacht even: “En later werk ik wellicht weer op grootformaat met een batterij flitsers, terug bij af, maar daar heb ik nog zeker twintig jaar de tijd voor!”

Naar huis

Zo zoetjes aan wordt het voor mij tijd om op te stappen, er moeten nog wat boodschappen worden gedaan en de spits werpt haar dreigende schaduwen reeds vooruit. Zoals het altijd gaat, de afstand tussen de stoel en de voordeur wordt ook royaal gevuld met een gesprek. Fotografen onder elkaar... Ik neem afscheid en weet zeker dat ik Huib, die ik overigens nog uit een vaag en roerig verleden ken, toch weer eens ergens opnieuw zal tegenkomen. Een van de aangename dingen uit ons fotovak, je blijft elkaar altijd op een of andere manier kennen.

www.fotootjes.nl

view counter