Hyperlinke soep

Gepubliceerd: 15 september 2012
Onder redactie van Mr. Kitty van Boven

Carrie BoergonjeOver de reikwijdte van het auteursrecht op het internet bestaat al lange tijd discussie. In (recente) rechtspraak over dit onderwerp is onder meer bepaald dat het plaatsen van een hyperlink naar inbreukmakende content op een andere website niet gezien kan worden als een openbaarmaking in de zin van de auteurswet, en dus geen auteursrechtinbreuk kan opleveren.[1]
In 2010 bepaalde het Hof in Den Haag in de uitspraak tussen FTD en Eyeworks dat FTD als aanbieder van de vindplaatsen van illegaal te downloaden films wel degelijk aangesproken kon worden wegens het ‘onrechtmatig en systematisch faciliteren’ van auteursrechtinbreuken. Hier was volgens de rechter geen sprake van een auteursrechtinbreuk sec, maar het faciliteren van inbreuken was ten opzichte van de rechthebbende wel onrechtmatig.[2]

Op 12 september 2012 oordeelde de Rechtbank Amsterdam dat het plaatsen van een hyperlink naar de Playboy-foto’s van Britt Dekker op de website van GeenStijl in dit geval wel aangemerkt kan worden als een auteursrechtinbreuk.
Dit is een opmerkelijke ontwikkeling gezien de eerdere rechtspraak met betrekking tot hyperlinken. De rechtbank neemt in haar beslissing vooral de omstandigheid mee dat de foto’s nog niet openbaar zijn gemaakt door Playboy zelf en dus daarmee niet toegankelijk zijn voor het publiek. Niet de handeling om de foto’s op de Australische file-site te plaatsen, maar het creëren van een hyperlink naar deze locatie heeft ervoor gezorgd dat het publiek nog voor publicatie kennis kon nemen van de Playboyfoto’s.

Advertentie

Hier kan uw advertentie staan

view counter

Een storm van kritiek ontstond naar aanleiding van deze uitspraak. Dit is niet echt verrassend te noemen. De uitspraak is niet in lijn met de recente rechtspraak en druist op het eerste gezicht in tegen de principes van de vrijheid op het internet. Hoogleraar internetrecht Lodder geeft in een blog over de uitspraak aan dat het niet te bevatten is dat het enkele verwijzen naar elders beschikbare informatie juridisch laakbaar handelen kan opleveren.[3] Indien, zoals Lodder doet, een parallel getrokken wordt met de fysieke wereld, waarbij het verwijzen een belangrijke schakel is binnen diverse communicatieprocessen, zou dit bizarre situaties kunnen opleveren. Lodder illustreert dit met het voorbeeld dat het wijzen naar personen of zaken in de fysieke wereld dan bestraft zou kunnen worden.

Aan de andere kant moeten de belangen van de auteursrechthebbenden wel voldoende gewaarborgd zijn. De rechter heeft in deze Playboy-GeenStijl uitspraak meegewogen dat de foto’s alleen nog maar op een server geplaatst waren maar nog niet getoond werden door Playboy zelf. De foto’s waren slechts bereikbaar via een exacte URL die alleen bij een zeer kleine en selecte groep personen bekend was. Door het openbaar maken van de URL zijn de foto’s getoond aan een nieuw publiek dat anders geen kennis had kunnen nemen van de foto’s. Door de interventie van GeenStijl kreeg een nieuw publiek zogezegd toegang tot de foto’s. De kwestie zou hier anders liggen wanneer de foto’s al eerder openbaar gemaakt zouden zijn danwel via een zoekopdracht of algemene URL zichtbaar zouden worden.

De vrijheid op het internet is een belangrijk gemeengoed maar kan alleen gewaarborgd blijven wanneer ook de rechten van makers goed beschermd zijn. Sommige critici pleiten in het licht van deze internetvrijheden voor het invoeren van een systeem van vergoedingsrechten in plaats van verbodsrechten op grond van het auteursrecht van rechthebbenden. Vergoedingsrechten zouden dan een rechtvaardiging scheppen voor het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal en de exploitatie kan daarmee niet worden verboden. Dit systeem zal dan voornamelijk toepassing vinden in de wereld van de muziek- en filmindustrie waarbij het voor grote producenten mogelijk is om te weigeren toestemming te verlenen voor de exploitatie van films en muziek. Hierdoor wordt het voor derden onmogelijk gemaakt deze werken tegen een vergoeding verder te exploiteren. Het legale aanbod van films en muziek dat afgenomen kan worden door diensten zoals iTunes wordt hierdoor beperkt of onmogelijk gemaakt.

We verwijzen hierbij onder meer naar het recent verschenen artikel van advocaat mr. Alberdink Thijm[4] binnen de discussie over de internetvrijheid waarbij laatstgenoemde pleit voor de herbezinning van het systeem van exclusieve rechten. De invoering van een vergoedingsrecht zou naar zijn mening wellicht een bijdrage kunnen leveren aan de internetvrijheid. De ‘monopolistische mediamolochs’ zoals Alberdink Thijm ze definieert, kunnen de introductie van nieuwe diensten dan niet verhinderen, en daarnaast zal met een dergelijk vergoedingsstelsel worden bewerkstelligd dat voor het gebruik van auteursrechtelijk materiaal automatisch een vergoeding zal worden afgedragen. Naar onze mening is een dergelijke insteek in een aantal gevallen positief, bijvoorbeeld voor het genoemde voorbeeld van de film- en muziekindustrie. Een algemeen vergoedingsrecht in plaats van een verbodsrecht kan echter verkeerd uitpakken waar het afbreuk doet aan het recht van exclusiviteit. Voor fotografen zal dat in veel gevallen een belangrijke rol spelen. De invoering van een algemeen vergoedingsrecht en de afschaffing van het verbodsrecht is dan geen goed idee.

GeenStijl heeft aangekondigd tegen de uitspraak van 12 september 2012 in hoger beroep te gaan. We zijn erg benieuwd welke invloed de discussie over de internetvrijheid zal hebben op de inhoud van het hoger beroep aangezien Alberdingk Thijm de advocaat voor Playboy is.


[1] Ik verwijs naar de Real-Alternative uitspraak waarbij de hyperlinks naar andere websites met daarop gratis verkrijgbare software niet als inbreukmakend op de rechten van de softwareproducent werden geacht. Hierbij speelde ook het proces van downloaden via een andere server een rol. Rechtbank ’s-Gravenhage, 2 november 2011, LJN BU 3223.
Zie echter ook de uitspraak tussen NVM en de Telegraaf uit 2002: Hoge Raad 22 maart 2002, LJN AD 9138.

[2] Hof ‘s-Gravenhage, 15 november 2010, LJN BO 3980.

[3] Zie blog Lodder: jurel.nl/2012/09/12/geenstijl-vs-sanoma-gelekt-bloot-in-de-goot-en-het-internet-er-achteraan.

[4] www.mr-online.nl/digimagazine/sept12/magazine.html?page=20.

Advertentie

Het nieuwe richtprijzenboekje 2018 is uit!

Het richtprijzenboekje dient behalve voor prijsindicatie ook als richtlijn in gerechtelijke procedures bij toewijzing van honoraria en schadevergoedingen bij geschillen. De richtprijzen zijn gebaseerd op onderzoek naar het prijspeil voor publicatie en productie. Bij de prijsberekening worden behalve resultaten van binnenlands onderzoek ook de prijzen van (EU) beheersmaatschappijen zoals het Belgische Sofam meegenomen. Omdat een prijs afhankelijk is van de ervaring, uitrusting en specialisatie van de fotograaf moeten deze prijzen als een gemiddelde worden beschouwd voor hetgeen door afnemers voor fotografie moet worden betaald. Verder bevat dit herziene werkje een link naar de Algemene Voorwaarden Dupho, informatie over licenties, ISO-normen, IPTC metadata en aanlevering van digitale beeldbestanden. Niet alleen voor de fotograaf van nut, maar ook voor de beeldinkoper.

Klik hier voor meer informatie of om het boekje te bestellen.

view counter