Documentair

En het paradepaardje heet Lucien Clergue

Tot en met 21 september 2014 vindt de 45e editie van Les Rencontres d'Arles plaats. Het thema is 'Parade'.  En het paradepaardje heet Lucien Clergue, de geestelijke vader van dit wereldberoemde fotofestival.

Les Rencontres d'Arles wordt wel eens 'de moeder van alle fotofestivals' genoemd.  Ik ga er altijd graag heen. Zeker als je toch al vakantie viert in Zuid-Frankrijk is het prima te combineren met een paar dagen 'Arles'. Wat Les Rencontres anders maakt dan de andere fotofestivals die ik ooit bezocht heb is de enorme omvang van het aanbod. Dit jaar stonden niet minder dan 50 exposities op het programma - naast tal van lezingen, workshops, portfoliobesprekingen, fotoboekprijzen en educatieve activiteiten. En dan hebben we het nog niet over de Voies Off - tientallen kleinere exposities van minder bekende fotografen verspreid over de hele stad.

De zomer van de zwart-wit fotografie in Amsterdam

Emmy Andriesse in het Van Gogh Museum, Dirk de Herder in de Eduard Planting Gallery en Ed van der Elsken in het Stadsarchief.

Emmy Andriesse fotografeerde de wereld van schilder Vincent van Gogh

In het Van Gogh Museum, waar honderden buitenlandse toeristen zich verdringen voor het werk van de schilder, zijn nu de foto’s te zien die Emmy Andriesse (1914-1953) maakte in de sfeer van Van Goghs schilderijen.
In 1951 werd haar gevraagd de wereld van Van Gogh te fotograferen, zij reisde daarvoor naar Frankrijk, naar Auvers-sur-Oise in de buurt van Parijs waar Van Gogh stierf, en naar het zuiden, naar Arles en Saint-Rémy-de-Provence waar hij werkte.
Emmy Andriesse is een van de belangrijke fotografen van de eerste helft van de twintigste eeuw, zij is bekend van die indringende afbeeldingen uit de Hongerwinter, en vooral van de foto die het symbool van die periode werd: het jongetje met het pannetje. Het is honderd jaar geleden dat zij werd geboren: een mooie gelegenheid voor het Van Gogh Museum nu haar foto’s uit de collectie te tonen.

Isabel Corthier

Vier hoog brengt de trap mij naar een uitzicht op de Schelde en de ondergaande zon. Zwaar-geladen binnenschepen varen geluidloos voorbij. Op het Galgenweel, aan de andere kant van de rivier, dobberen Optimist-bootjes estafettes. 'Dat ga ik binnenkort ook doen', zegt Isabel Corthier. 'Leren zeilen: dat heb ik al lange tijd willen doen.'

Moderne Nomaden

'We wonen hier tijdelijk', vertelt Isabel. 'Elke keer wanneer we naar België komen, vinden we wel iets. Soms is het een mooi en groot appartement, soms is het een studentenkamer die we voor een tijdje kunnen huren. Deze keer hebben we geluk. Ze wijst naar de gitaar en de partituren op de lounge sofa die zo groot is als een eiland. 'Nu ben ik bezig met gitaarlessen. Heb ik ook altijd willen doen. Het leven is één avontuur. Je moet alle kansen grijpen die je krijgt.'

Architectuur

We kijken samen naar de gerenoveerde vismijn aan de achterkant van het appartement. 'Prachtig gedaan, hé', zegt Isabel. 'Esthetiek in al zijn vormen kan ik enorm waarderen. Van opleiding ben ik architecte. Ik heb het oog voor verhoudingen gekregen. Vijf jaar gestudeerd en dan drie jaar stage gelopen, waarna ik bij verschillende architecten gewerkt heb, waaronder bij Bob Van Reeth. Mijn eigen huis heb ik helemaal verbouwd, maar gaandeweg ervoer ik dat dit niet mijn ding was. Het sociale aspect miste ik. Ik ben zo graag onder de mensen.'

Marielle van Uitert

Terug uit Kiev, het Maydan plein

Een gezellig huis in Vught. ‘Je wilt zeker koffie’. Er is sinds kort weer een hond, omdat aan hondenlevens nu eenmaal een eind komt en het leven gewoon doorgaat. Een mooie Duitse herder uit Bosnië. Denver komt uit een asiel, het dier was zo mishandeld dat er enkele operaties aan te pas kwamen om hem op te lappen, kapotte gewrichten, verwondingen. “Hij is er nu al veel beter aan toe. Maar nog steeds bang, ik pakte in het bos een stok om te spelen en het beest kromp ineen. En hij is zo ongelooflijk lief, dat mensen zo’n dier zoiets aan kunnen doen. Ik ben echt verliefd op ‘m.” Even een stilte. “Je weet dat ik iets heb met underdogs.” Uit Marielles mond een statement, een betere bazin had Denver niet kunnen treffen.

Kerkdriel, toerisme en een ommezwaai

Het leven van Marielle van Uitert begon in 1973 in Kerkdriel. In Breda studeerde zij aan de Hogeschool voor Toerisme en Verkeer waarna zij onder andere werkte als reisleidster. “Het was een voordeel dat ik veel talen beheers, Frans, Spaans, Duits, Engels en wat rugzak-Russisch. De journalistiek begon bij mij met een artikeltje en een kiekje.”

Marielle werkte hier na onder andere voor BN / De Stem als freelance correspondente en als duikinstructrice. Op haar reizen fotografeerde zij. Omdat fotografie natuurlijk ook techniek is besloot Marielle de vakopleiding fotografie in Boxtel te gaan volgen, waar zij ook docent Jan Kok trof, die haar leerde hoe je een beeldverhaal maakt. In 2008 studeerde zij met uitstekend resultaat af.

“De foto uit Vietnam van het huilend wegvluchtende, door napalm verbrande meisje Kim Phuc van de AP fotograaf Nick Ut kwam keihard binnen. Ik denk dat ik toen ineens wist dat ik écht wilde fotograferen, ik wilde in oorlogsgebieden gaan werken en laten zien wat er op de wereld aan waanzin is.”

Onbeschaamde ambtenaar Provincie Gelderland vraagt fotograaf

Tenderplace is een groep op Linkedin waar (technisch) personeel wordt aangeboden en gevraagd. Ook de overheid roert zich daar soms. En zo kwam het dat er een soort tender werd uitgeschreven door een kennelijk verwarde ambtenaar van een van onze Oostelijke bestuurslagen. Kennelijk niet gehinderd door marktkennis en betamelijkheid, liet de Provincie Gelderland weten een plaats vrij te hebben voor een fotograaf.

De eisen waren niet al te misselijk, men had een zware jongen voor ogen, die bovendien bij nacht en ontij beschikbaar moest zijn. Oproepbaar bínnen 4 uur, dus alles uit je handen laten vallen: 'Zur Befehl, Herr General.' Één waarschuwing aan de lezer, ingaan op deze vraag om personeel heeft geen enkele zin, de termijn is helaas verstreken. Eigenlijk jammer, PhotoNmagazine.eu had u, echt en ongelogen eerlijk waar, deze klus want het is geen reguliere baan, van harte gegund. En wie wil er nu niet voor de hier geboden wereldhonorering werken?

www.tenderplace.nl/opdracht/details/1442

In de wereldhoofdstad van de fotografie

Het is al jaren een buitengewoon plezierige traditie om medio november naar Parijs af te reizen met als hoofdbestemming Paris Photo, 's werelds grootste beurs op het gebied van de fotografie. Van 14 tot en met 17 november vond de 17e editie plaats. En ditmaal deden er 136 fotogaleries en 28 uitgevers en antiquariaten mee uit heel de wereld. Hoeveel bezoekers er waren, kon de beursorganisatie niet zeggen, maar wel had men het over '55.239 entrées' - zeg maar bezoeken.

Vond Paris Photo aanvankelijk plaats in het Carroussel du Louvre, sinds vorig jaar heeft de beurs onderdak gevonden in het majestueuze Grand Palais. Op zonnige dagen valt het licht er schitterend binnen door de enorme glaspartijen die aan een reusachtige plantenkas doen denken en alleen al daarom is het geweldig om daar rond te kunnen lopen. Is het ook niet een beetje terug naar de eeuw waarin de fotografie geboren werd?

Werelden ontdekken

De herontdekking van de wereld in het mooiste museum van Amsterdam; een boek over straatjongens; en de Sjtetl van Antwerpen.

Huis Marseille, de herontdekking van de wereld

De hoge deur zwaait joyeus open, alsof daarachter iemand op mijn binnenkomst wacht. Van de entree loop je ongemerkt het nieuwe gedeelte binnen van Huis Marseille: het pand ernaast is erbij getrokken. Prachtig gerestaureerde ruimten, zelfs als er niets in staat, niets te zien zou zijn, is Huis Marseille nu helemáál het mooiste museum van Amsterdam.

In de twee aan elkaar verbonden grachtenpanden is de grote openingstentoonstelling “De herontdekking van de wereld” te zien, fotografie van Nederlandse kunstenaars tussen de twintig en veertig, opgegroeid in een tijd waarin alles tot in de verste uithoeken van de wereld op alle momenten wordt vastgelegd, want iedereen maakt foto’s en filmpjes.

De geest van de plek

Fotograferen hoe een plek aanvoelt, in plaats van hoe een plek eruitziet, dat is wat Stephen Gill doet in een wijk in Oost-Londen.
Koos Breukel en Roy Villevoye portretteerden de inwoners van een geïsoleerd dorpje op Nieuw Guinea, drie dagen varen ver het regenwoud in.

Als je in de grote zaal beneden naar rechts kijkt, krijg je een heel andere indruk dan bij een eerste blik naar links. Misschien dat daarom bijna iedereen op de ijzeren treden van de entree blijft staan om de lange tekst te lezen waarin fotograaf Stephen Gill over zijn werkwijze vertelt. In zijn grote overzichtsexpositie zien we werk van ruim vijftien jaar, gemaakt in de Londense wijk Hackney. Als een objectieve observator legde Gill het leven in Hackney vast.

Fotofestival Knokke-Heist 2013

Wie nog een kijkje wil nemen op het Internationaal Fotofestival Knokke-Heist moet snel zijn. Tot 9 juni zijn er vijf tentoonstellingen te zien van zeer uiteenlopend karakter - van harde nieuwsfotografie tot werk van beeldend kunstenaars die fotografie als medium gebruiken.

Eerste fotofestival

Wanneer had Nederland zijn eerste fotofestival? In elk geval nog niet, vermoed ik, toen de Belgische badplaats Knokke de eerste stappen zette op dat terrein. Goed, het begon in 1979 allemaal tamelijk simpel met de tentoonstelling 'Humorfoto' waar foto’s te zien waren van een wedstrijd rond het thema ‘humor’, maar in de loop der jaren werd het een volwassen festival waar je ook werk kon zien van beroemdheden als Helmut Newton en Leni Riefenstahl.

De eerste keer dat ik er heen ging, in 2010, waren Tim Walker en wijlen Cecil Beaton de belangrijkste publiekstrekkers. En wat me toen niet op de laatste plaats aangenaam trof, was het gegeven dat je het expositiebezoek op diverse locaties uitstekend kon combineren en afwisselen met een wandeling aan zee of een uurtje rusten op het strand. Om nog te zwijgen van het plezier om zelf wat te fotograferen in deze Martin Parr-achtige omgeving.

Jasmine Debels

Het laatste huis in een doodlopende straat, middenin de maïsvelden te Heusden bij Gent. Nog voor ik kan aanbellen, opent Jasmine Debels de deur. “Ik had je horen aankomen”, zegt ze. “Er is hier niet zoveel passage, en wanneer er eens iemand komt, dan hoor en zie ik die meteen. Ze ontvangt me met koffie en gebak. “Ik had me je anders voorgesteld,” zegt ze. “Hoe dan?” vraag ik. “Wel, euh, minder..., meer..., minder zwaar, zal ik zeggen.” We lachen. Wanneer ik het kruimelige zandkoekje in de koffie dop en vervolgens met veel smaak in mijn mond stop, zeg ik dat dit alles verklaart. “Soms bouw je een idee op over iemand, aan de hand van beelden op Facebook of zo,” zegt Jasmine. “Ook de stem die je aan de telefoon hoort, klopt niet altijd met het beeld dat je je daarbij vormt. Mensen zijn het enige dat me interesseert. Ik ga graag in contact met hen en ik neem de tijd om foto’s te maken. Dat doe ik door eerst met hen te praten.”

China

Dominique Van Huffel

Hoogstraten, de N14. In het centrum de 'Vrijheid' genaamd. Een lange rij van etablissementen waar het goed toeven is. En aan het einde, of aan het begin, afhankelijk of men vanuit Rijkevorsel komt, dan wel uit Minderhout, staat een helder pand, hier huist 'Zwart/Wit communicatie'. Er is behoorlijk verbouwd, na de deur een trap omhoog naar een entresol of trap af naar een souterrain. Het helder ogend domein waar Dominique Van Huffel bewijst dat een grafisch vakman een uitstekend fotograaf kan zijn.

Dominique kreeg zijn opleiding in de drukkersstad Turnhout, een stad met een traditie van het drukken van kaartspelen. En waar ook de grote en helaas te loor gegane drukkerij en uitgeverij Breepols, die het halve continent van onder andere agenda's en kalenders voorzag, als een der laatsten der Mohikanen de geest moest geven. De naam van het opleidingsinstituut: HoRiTo. Hier bekwaamde hij zich in grafische vormgeving en specialiseerde zich met een extra jaar "reprofotografie". Na zijn legerdienst kwam hij in dienst van 'De Schutter' een naam in de grafische wereld en had het geluk een goede leermeester te treffen. Na een opleiding tot kleuretser-monteur volgde een opleiding in England bij Crossfield. Het digitaliseren-reproduceren van beeldmateriaal met scanners werd zijn grote specialisatie.

Karel Bönnekamp

Het is een wereld die je je nauwelijks meer kunt voorstellen. Want nu loopt iedereen met een mobieltje met camera rond, en nieuws en foto’s van een gebeurtenis verspreiden zich razendsnel. Achtergrondinformatie komt tegenwoordig van de mensen in de straat, nog eerder dan van professionele nieuwsjagers. Moeilijk je te realiseren dat het ooit anders was; dat mensen leefden in een stad waar hele wijken waren afgesloten, en waar je die wijk slechts op twee plekken in of uit kon. 

De geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog lijkt voor ons, ruim zestig jaar later, bekend, toch is het verbijsterend foto’s van de bezetting en de Jodenvervolging te zien; beelden van het dagelijks leven toen in Amsterdam. Verbijsterend dat het dezelfde stad was als waar ik nu doorheen fiets; ik zie foto’s van een stad met veranderde straatnamen ‒ in 1942 heette de Sarphatistraat “Muiderschans”, en stond er bij de ingang van het Oosterpark een bord “Verboden voor Joden”, net als bij de markt op de Albert Cuypstraat.

Verdekt opgesteld

In een vitrine van het Verzetsmuseum staat de camera waarmee Karel Bönnekamp fotografeerde, een Agfa Karat 6.3. Hij had ’m gekocht toen zijn eerste kind was geboren, en hij ontwikkelde zich in de loop der tijd tot een gedreven amateurfotograaf. In de oorlogsjaren werkte hij voor de landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers, en fietste daarvoor de hele stad door. Overal waar hij kwam maakte hij foto’s van alles wat hem opviel en wat hem niet aanstond aan de Duitse bezetting.

Rena Effendi

Een enorme tegenstelling: de ramen in de galerie geven een blik op een winterse Amsterdamse gracht met statige panden aan de overkant, binnen aan de muren hangen foto’s van verweesde landschappen waar het leven overheen raasde. Kinderen spelend in afbraakpanden, in haastig opgetrokken en alweer vervallen industriële gebouwen, tussen een wirwar van buizen.
Op een uitgestrekte watervlakte drijft een schoen en andere verloren, ondefinieerbare voorwerpen; vuilnis, industrieel afval, een gasmasker, alles volkomen bedekt met een grijsbruine modderdikke olielaag. Het lijkt een afgietsel van een landschap, of zoals een met chocoladesaus overgoten taart eruit kan zien. Het is op een vreemde manier een fascinerend mooi beeld, als het niet vooral ook zo treurig was.

Licht en sfeer

De Azerbeidzjaanse fotografe Rena Effendi (1977) groeide op in Bakoe, en maakte bewust de laatste jaren van het communistische regime mee. Haar ouders werden beschouwd als dissidenten, haar vader was wetenschapper, hij verzamelde zeldzame vlinders maar werd belemmerd in zijn werk aan het entomologisch instituut. Rena begon de wereld om zich heen te fotograferen, de stad Bakoe waar zij opgroeide, hoe de aanleg van de oliepijplijnen en de industrie die dat meebracht het dagelijks leven en landschap beïnvloedden.
Rena Effendi fotografeert met twee klassieke camera’s, waarbij ze de belichting met de hand moet instellen. Het is of je de rust die je daarvoor nodig hebt afleest aan het prachtige licht en de sfeer op haar foto’s: zij onthult de mooie kant van een desolate wereld.
Op de tentoonstelling hangen afbeeldingen van de zeldzame vlinders die haar vader verzamelde tussen haar foto’s van het vervuilde milieu in de landen langs de oliepijplijn, om te benadrukken dat die vlinders óók horen bij het oorspronkelijk prachtige landschap. Rena Effendi is bewust op zoek naar ‘de schoonheid van de misère’.

Samuel Leiter en Dana Lixenberg

New York Reflections

‘Ik ga naar buiten met mijn camera… niet echt naar iets op zoek… ik loop gewoon rond, de Fransen hebben er een naam voor: als een flaneur…’ Fotograaf  Saul Leiter vertelt.

Het was net of ik bij hem op bezoek kwam. Een paar treetjes af in het museum, en daar in die expositiezaal klinkt zijn stem, die op ontspannen verteltoon over zijn fotografie praat. En over hoe hij ook altijd schilderde.
Saul Leiter (nu 88 jaar) is gefilmd in zijn atelier in New York, hij zit midden in een overvolle ruimte, overal stapels boeken en mappen met foto’s, tekeningen en gouaches, kleurige schilderijtjes aan de muur. Hij zit aan zijn met verfpotten en papier overdekte werktafel en tekent met een waterverfpenseel in een boekje, al vertellend, grinnikend om zichzelf, om zijn verhalen en manier van leven.

Huib van Wersch

Amsterdam, het is 1960. In dat jaar kreeg Huib een fotograaf als vader. Het was nog in de tijd dat een deel van de fotografie zich in het duister afspeelde. Huib stond al vrij jong in dat, voor de fossielen onder ons bekende, geelgroene licht te spelen met ontwikkelbakjes. ‘En niet met de handjes in de ontwikkelaar, gewoon netjes de tang gebruiken om het papier te pakken, want ontwikkelaar is slecht voor je handen…’ De jonge Huib deed dat heel braaf tot hij ontdekte hoe het in veel andere doka’s ging… Dat in de fotografie dingen wel eens anders gaan zou de jonge Huib snel genoeg ontdekken. Een interview met een allrounder met een goede visie op zijn vak.

Het is wat koud, maar dat mag de pret niet drukken. Een van mijn geheime wapens, wagen parkeren bij de Makro, straks meteen wat boodschappen doen,  met de metro verder naar station Wibautstraat. De offerblokken van Parkeerbeheer in Amsterdam zijn onbeschoft gulzig, het uurtarief is twee maal zo hoog als in Parijs en  je kunt in andere plaatsen voor dit bedrag een gehele dag staan. “Dat is slim” klinkt de stem van Huib door de telefoon wanneer ik hem vertel hoe ik het probleem Amsterdam doorgaans weet te tackelen.

Carl Lapeirre

Carl Lapeirre vertelt over de blindenschool in Malawi die hij al een paar keer bezocht heeft. “De jonge mensen die ik er fotografeer, zal ik nooit manipuleren om iets voor me te laten doen dat ze niet willen,” zegt hij. “Ik fotografeer hen met respect. Eigenlijk ben ik een voyeur. Ik ga alleen kijken, iets dat zij niet kunnen. Ze realiseren zich dat zelfs niet altijd, want ze weten niet wat “zien” is. Kijk naar het blinde meisje op deze foto.  Die blindheid zit niet alleen in het afschermen van haar ogen, maar ook in het donkere vlak achter haar. Tegelijk zit er echter ook licht in het beeld: hoop! Ze is albino, wat wil zeggen dat ze misschien niet volledig blind zal worden.. Die hoop wil ik haar graag geven. Er is ook de leegte. Die kinderen lopen de muren op van verveling. Er is daar niets te doen, niets te beleven. Het beeld is compleet symmetrisch opgebouwd; juist wat men vandaag soms zo vervloekt. Alles staat er stil. Wanneer ik hen fotografeer, merk ik hoe ze me volgen met hun blinde ogen. Ze “zien” me met hun oren. Hun andere zintuigen zijn dubbel zo sterk ontwikkeld. Altijd heb ik een respectvolle afstand bewaard.

Ingrid, de vrouw van Carl, zegt: “Hoe is het mogelijk dat ze die kinderen zo alleen laten?!” “Dit beeld toont de gelatenheid in hun eenzaamheid,” zegt Carl. “Het kleine beetje licht in het beeld, is de hoop, de zorg van één dame voor deze kinderen. Ik leg het allemaal een beetje symbolisch uit, maar zo zie ik dat. Het is de invloed van mijn mentor die me zo heeft leren kijken naar beelden.” Carl vertelt dat hij en Ingrid sinds 1996 regelmatig naar Afrika reizen. Ze gaan er altijd op bezoek bij mensen die er een project leiden. Zo volgden ze drie jongeren, waarvan één uit Bissegem, de gemeente bij Kortrijk waar Carl en Ingrid wonen, die voor drie maanden naar Malawi gingen om er stage te lopen voor hun studie orthopedagogie. ”We bezochten de blindenschool waar ze werkten,” vertelt Carl. “Eén van de studenten at, sliep en leefde er als de Afrikanen. Ik had voordien al veel respect voor hem,” zegt Carl, “maar daarna nog veel meer. Het bezoek aan die school boeide me meer dan de rest van de reis door Malawi. Het greep me zo aan. In de korte periode dat we er waren, kreeg ik zoveel informatie. Als fotograaf kon ik er zoveel mee doen.