Schadevergoeding

De beruchte McDonalds rechtszaak over koffie

In maart 2020 las ik een artikel met de volgende ondertitel: ‘Bizarre schadeclaims: wie kent ze niet? Soms aanstootgevend, als symbool van hebberigheid, maar heel vaak onwijs komisch. Hieronder een ludieke selectie.’[1] Vervolgens volgt een opsomming met als eerste de zaak Liebeck vs. McDonalds. Deze zaak is algemeen bekend en wordt vaak aangehaald als bewijs van de ‘bizarre claimcultuur’ in de Verenigde Staten. Ik ben het daar niet helemaal mee eens en daarom leek het mij leuk om hier een artikel over te schrijven.[2]

Bijna iedereen weet het volgende over deze rechtszaak. Mevrouw Liebeck had koffie gekocht bij een Mc Drive en zat in de auto toen zij hete koffie morste over haar schoot. Zij klaagde vervolgens McDonalds aan omdat de koffie te heet was. In die rechtszaak kreeg zij een vergoeding toegewezen van ongeveer 2,8 miljoen euro.

Wat men vaak niet weet zijn de volgende punten.

Inbreuk via processtuk?

Op 16 oktober 2019 zijn door de Zweedse rechter een paar interessante prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie.[1] Deze vragen komen kort samengevat op het volgende neer: is de rechter deel van het publiek, en zo ja is het inbrengen van een stuk in een procedure een openbaarmaking. Ik zal hierna eerst een korte samenvatting van de zaak geven. Daarna wil ik kort ingaan op het auteursrecht op processtukken naar Nederlands recht.[2]

De casus is als volgt. Er zijn twee particulieren met eigen websites, dit zijn de procespartijen in deze casus. In een zaak tussen een van deze procespartijen en een derde heeft deze procespartij een afdruk van een pagina van de website van de andere procespartij overgelegd aan de rechter als bewijsstuk. De andere procespartij stelt dat hierdoor inbreuk is gemaakt op zijn auteursrecht en vordert daarom schadevergoeding. Deze vordering is door de rechter in eerste aanleg afgewezen, althans er is geen schadevergoeding toegewezen, de rechter die het hoger beroep behandelt heeft de prejudiciële vragen gesteld.

Powned veroordeeld veroordeeld wegens inbreuk

Powned is door de rechtbank Amsterdam veroordeeld tot het betalen van € 4.420, vermeerderd met wettelijke rente, wegens schending van het auteursrecht van journalist Kevin P. Roberson. Powned heeft zonder voorafgaande toestemming beelden uit een door Roberson gemaakte reportage uitgezonden. Schadeverhogende feiten zijn dat de beelden tevens ongeoorloofd bewerkt zijn en er sprake was van doorverkoop van de beelden aan een derde partij.

Roberson heeft in 2015 een reportage gemaakt waarin de rol van tijdens de Tweede Wereldoorlog gevallen zwarte soldaten wordt belicht. Powned heeft zonder voorafgaande toestemming een deel van deze reportage gebruikt in haar uitzendingen van 7 mei 2015 en 14 mei 2015. De beelden in de context waar Powned deze in plaatste betreffen nepnieuws: volgens Powned ging het om een ‘symbolische actie tegen Zwarte Piet’ in de stilte gedurende de Dodenherdenking op de Dam.

Getty Images wint rechtszaak van Tros vanwege inbreuk op website

Op de website www.trosradar.nl hebben 3 foto’s gestaan die door Getty Images worden geëxploiteerd en waarvoor geen voorafgaande toestemming was gevraagd.

De Tros wordt als houder van die website door de Rechtbank Amsterdam veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding die door de rechtbank wordt vastgesteld op 125% van de gederfde licentievergoeding.

De rijdende rechter en het auteursrecht

In de uitzending van 1 april jl. van ‘De rijdende rechter’ boog mr. Visser zich over het auteursrecht van een fotograaf en de handhaving van diens rechten.

De casus was als volgt. De heer Mooren is freelance fotograaf en heeft medio 2009 een foto gemaakt van een vrouw in een rode jurk, op een grasveld in Amsterdam Zuidoost.  Deze foto heeft Mooren ingestuurd aan Zuidoost Partners in het kader van een fotowedstrijd. Een voorwaarde voor deelname aan deze wedstrijd was dat de deelnemer aan Zuidoost Partner toestemming geeft zijn/haar foto’s rechtenvrij te publiceren voor niet commerciële promotionele doeleinden.

Recht hebben, recht krijgen en rechtvaardigheid

Als fotograaf die zijn foto’s gebruikt ziet in magazines, dagbladen en websites – om maar eens wat voorbeelden te noemen - zonder dat daarvoor toestemming is gevraagd, staat u volledig in uw recht als u de uitgever of websitehouder aanspreekt vanwege inbreuk op uw auteursrechten.

Maar recht hebben en recht krijgen, dat zijn twee verschillende zaken. Heel vaak worden foto’s op het eerste verzoek wel verwijderd, maar helaas niet altijd. Een veel gehoord verweer is ‘de foto stond op een rechtenvrije site’ of ‘er staat geen copyrightnotice in de foto’.

Met een ‘rechtenvrije site’ wordt door gebruikers zonder uitzondering bedoeld een website waarop foto’s staan afgebeeld die gedownload kunnen worden zonder enige technische of financiële beperking. Dat is iets anders dan wat de auteursrechthebbenden daar onder verstaan, namelijk een website waarop afbeeldingen staan waarbij de vermelding staat dat de auteursrechthebbende toestemming geeft de foto vrij te gebruiken. Rechtenvrije foto’s bestaan in principe niet, wel foto’s waarvan de rechthebbende aan heeft gegeven dat ze gebruikt mogen worden zonder nadere toestemming.

Hyperlinken en embedden

Er is een groot verschil tussen ‘hyperlinken’ en ‘embedden’. Hyperlinken kan worden aangemerkt als een wegwijzer naar een andere website, terwijl bij het embedden berichten direct op de eigen website worden opgenomen.

Op 2 november 2011 heeft de rechter nogmaals bevestigd dat hyperlinken echt alleen gezien kan worden als ‘digitale bewegwijzering’. Omdat hier slechts sprake is van ‘verwijzing’, worden auteursrechtelijk beschermde werken niet opnieuw openbaar gemaakt en is er geen sprake van auteursrechtinbreuk. (Rb Den Haag, 2 november 2011, Real Networks – X, IEF 10433).

Met toestemming van

Inleiding

Eén van de rechten die een fotograaf heeft, is het recht om uitsluitend zelf te bepalen of een foto gebruikt mag worden en onder welke voorwaarden. De auteurswet kent wel een paar uitzonderingen zoals het citaatrecht en de parodie-exceptie, maar daarbuiten geldt toch dat voor het gebruik van iemands foto vooraf toestemming gevraagd moet worden.

Misverstand

In de praktijk blijkt er een wijdverbreid misverstand te bestaan over wie die toestemming moet geven. Ter illustratie een aantal praktijkgevallen van reacties die fotografen ontvingen toen ze de gebruikers aanspraken op het gebruik van hun foto’s zonder toestemming.
De fotograaf die levensgroot een door hem gemaakte foto van een kat aantrof op de praktijkauto van de lokale dierenarts kreeg te horen: ja, maar ik heb toestemming van de eigenaresse van de kat.

De fotograaf die portretfoto’s leverde aan een landelijke krant en die vervolgens aantrof op de website van de werkgever van de geportretteerde kreeg te horen: ja maar, wij hebben toestemming van de krant.

Nieuwe Algemene Voorwaarden van de Nederlandse Fotografenfederatie

Inleiding

De meeste fotografen gebruiken bij hun overeenkomsten standaard de algemene voorwaarden van de Nederlandse Fotografenfederatie. Algemene voorwaarden zijn bijzonder handig omdat daarin de contractsbepalingen staan die de gebruiker eigenlijk voor elke nieuwe overeenkomst wil overeenkomen. Door bij een nieuwe overeenkomst de algemene voorwaarden van toepassing te verklaren, hoeven die niet steeds bij elk contract opnieuw uitgeschreven te worden. Veel branche-organisaties hebben hun eigen algemene voorwaarden, toegespitst op de specifieke aspecten van die branche.

De praktijk

Toch gaat het in de praktijk met die algemene voorwaarden vaak mis. Om er zeker van te zijn dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn, moet de andere contractspartij die algemene voorwaarden uitdrukkelijk aanvaard hebben. En dan ook nog eens voorafgaand aan de overeenkomst.

JA, MAAR…

Inleiding

Wie regelmatig met opgroeiende kinderen te maken heeft, weet het. Stel een vraag, spreek ze ergens op aan of doe een simpele mededeling en de reactie is standaard: JA MAAR….

Wil je zo even je speelgoed opruimen? Ja, maar …. ik ga er straks weer mee verder spelen, het ligt toch niet in de weg, ìk heb er niet mee gespeeld.
Ik vind het niet goed dat jullie koekjes gebakken hebben toen ik niet thuis was. Ja, maar….. we wisten niet dat het niet mocht, we dachten dat je het wel goed zou vinden, je vindt ze toch lekker, we ruimen echt de keuken wel op, we gaan ze straks naar oma brengen.
We gaan zo eten. Ja, maar…. ik heb nog geen honger, ik wil even dit computerspelletje afmaken.