Natuurfotografie
Jan Vermeer
“Er kan geen nieuwe Frans Lanting meer opkomen”

foto: © Jan Vermeer
view counter

Jan VermeerSteeds vaker kom je Jan Vermeer tegen. Genoemd als “National Geographic fotograaf”, boegbeeld voor fotoreizen, workshop begeleider, redacteur van een natuurfotoglossy en als maker van fotoboeken. Hij is een van de zeer weinigen die van natuurfotografie kunnen leven. Daarom was hij ook niet bereid om voor een brancheonderzoek al zijn geheimen prijs te geven.

Zeven jaar geleden interviewde ik hem als een vakfotograaf met een passie voor natuur, die begon door te breken. Nu is hij uitgegroeid tot de nummer één in zijn specialisme in onze streken. Het is eigenlijk snel gegaan, maar niet zonder hobbels. Jan Vermeer geldt terecht als pool-specialist, na vele reizen naar de Noord- en Zuidpool streken, waarover hij twee monumentale boeken uitgaf en twee in wat bescheidener uitvoering. Ondanks de succesvolle verkoop ervan, werd de uitgeverij echter meegesleept in het faillissement van het moederbedrijf.
“Mijn regelmatig binnenkomende royalties stopten, de boeken bleken opeens onbereikbaar en zelfs de curator stond vrijwel machteloos. De bank had een pandrecht op de voorraad en waande zich ten onrechte eigenaar. Dan ervaar je veel hoogst interessante, maar tijd en energie vretende juridische problemen. Bij faillissement vervalt automatisch het auteurscontract en de pandhouder mag de boeken niet verkopen, in de ramsj gooien, vernietigen of wat ook. Hij mag ze – en moet dat zelfs – opslaan en bewaren en dat kost geld. Het pandrecht is in foto: © Jan Vermeerzo´n geval inhoudloos, maar dat erkende de bank niet voetstoots. Na wat schermutselingen mocht ik tenslotte een bod op de voorraad doen en mijn boeken terugkopen. Mijn bod werd direct geaccepteerd, bood ik toch nog te veel? De boeken komen nu bij mij thuis te liggen. Maar dan? Ik wilt ze uiteraard blijven verkopen, maar via welke kanalen? Kortom, je bent fotograaf, maar je tijd en energie besteed je vaak aan heel andere zaken.”

Succes

Vanuit een ander beroep rolde Jan zo´n vijftien jaar geleden geleidelijk het fotografenvak in. Als ´huisfotograaf´ van Apenheul en later ook van Burgers´ Zoo kreeg hij een bescheiden, maar min of meer regelmatig inkomen, net als uit een reeks zeer succesvolle fotokaarten. Vervolgens een grote opdracht om de foto´s te leveren voor een gerenommeerde reisgids over Nederland, voor een flinke tijdschrift special over Noorwegen en zo voort. Hij werd bekender, mede dankzij zijn vliegende papegaaiduiker in een sneeuwbui, die wereldwijd in het National Geographic Magazine stond. Daarna deed hij opdrachten voor de nationale editie van het tijdschrift.foto: © Jan Vermeer
Hij had succes, in de eerste plaats omdat hij kwaliteit levert (en dan ook meerdere prestigieuze prijzen in de wacht sleepte), zich aan afspraken houdt en met een actief stockbureau werkt. Maar zeker ook omdat hij de goede contacten wist te leggen en als persoon gemakkelijk kan omgaan met allerlei verschillende soorten mensen, privé en zakelijk.
Jan Vermeer is kwalitatief veeleisend, voor zichzelf en anderen, zowel bij de opname (hij wisselde twee maal van merk bij zijn hele en redelijk omvangrijke uitrusting), als bij wat er daarna met zijn foto´s gebeurt.
“Ik wil ook controle houden over de vormgeving van mijn boeken en andere publikaties. Daarover heb ik duidelijke ideeën, een boek is al in concept klaar als ik ermee naar de uitgever stap. Ik kreeg dus het verwijt dat ik wel erg op de stoel van de uitgever ging zitten, hun vormgever kon het alleen wel af. Maar ik werk nu met een prima vormgever, die redelijk dichtbij woont ook en die even eigenwijs is als ik. Dat leidt tot een uitstekende samenwerking.”
Jan werkt nu aan een Veluwe boek (najaar), het zoveelste zou je zeggen, maar het wordt inderdaad nieuw, niet eerder vertoond. Aan een ander boek werkt hij samen met Rob Reijnen, directielid in ruste van 3M. Dit bedrijf geeft traditioneel elke ca. vijf jaar een prachtig 4-talig natuurfotoboek uit als relatiegeschenk (en jaarlijks een kalender). De eerste twee boeken maakte Rob Reijnen samen met Fred Hazelhoff, maar na diens overlijden begin 2002 mocht Jan Vermeer zijn aandeel overnemen. Het verschijnt in april.

E&V Magazine

Zo komen we op de naam Hazelhoff, bij leven de nestor van de Nederlandse natuurfotografie, bij de wat oudere generatie nog altijd een naam.
“Zijn foto´s doen nu wel eens gedateerd aan, maar dat is schijn. Bij het zoeken naar beeldmateriaal voor ons tijdschrift E&V Magazine komen we toch weer vaak bij zijn werk uit. IJzersterk van vormgeving, voor sommige onderwerpen vind je, bijna tien jaar na zijn overlijden en alle digitale ontwikkelingen ten spijt, nog steeds geen beter materiaal.
“Het E&V Magazine ontstond een jaar geleden vanuit het besef dat er geen “natuurglossy” bestaat, nergens. We maken het uit idealisme, het moet een echte glossy zijn, mooi gedrukt, opvallend goed van vormgeving, met grote foto´s en goede artikelen. Er liggen nu zes nummers en we gaan door, al kost het me veel tijd. Maar het groeit gestaag. In de losse verkoop past het moeilijk: het is 2-maandelijks, groot, met 152 pagina´s dik en duur. Dat is wat anders dan de gebruikelijke bladen. Het is heel mooi, doordat Foto Natura weet waar het beste werk zit en wie dat maakt. Danny Ellinger weet bovendien heel veel voor elkaar te krijgen, ook internationaal. Groot misverstand: we hebben het blad natuurlijk niet opgezet om vooral ons eigen werk te publiceren.”
E&V staat voor Ellinger en Vermeer, de beide initiatiefnemers. Danny Ellinger is fotograaf en leidt het stockbureau Foto Natura, dat meer doet dan foto´s distribueren en ook b.v. foto-expedities organiseert en vervolgens de resultaten exploiteert.
“Technisch is er veel vooruitgang geboekt dankzij de digitale fotografie, mooie lange lenzen e.d. Er zijn veel meer fotografen met een passie voor natuur, maar er is voor hen eigenlijk geen platform meer. Er komt geen nieuwe Frans Lanting op, dat kan bijna niet meer. De kwaliteit is er wel, maar die kan zich niet ontwikkelen en perfectioneren door de marktomstandigheden. Het belang van goede natuurfotografie wordt algemeen erkend, het wordt door steeds meer mensen beoefend, de concurrentie is fel. Voor de meerderheid echter is een eigen website het maximum dat eruit voortkomt, dat valt niet voldoende op. Bovendien is er erg veel concurrentie van gratis materiaal en internet. Ik ga gewoon door en bedenk nieuwe projecten, leg nieuwe contacten. En als ik een workshop geef en vooral als ik een reis leid, kan ik ook zelf nog altijd veel fotograferen.”

view counter