Mathieu Damiens
Autofotografie

Aston Martin DB5
view counter

Als één beeld meer zegt dan duizend woorden, dan is dat een bijzonder moeilijk uitgangspunt voor een geschreven artikel over een fotograaf. Wat moet ik met die duizend woorden, wanneer het beeld toch zoveel meer zegt? Duizend woorden voegen hoogstens een komma toe, zetten een vraagteken, of plaatsen een dik vet uitroepteken bij het beeld. Zo werkt trouwens ook de reclame: onze aandacht wordt getrokken door een krachtig beeld dat meer zegt (of oproept) dan duizend woorden. De toegevoegde tekst zet alles in de gewenste context: “Voor slecht 49,00€ krijg ook jij dit sexy silhouet met Beyoncé’s bikini!” Tieners stelen de H&M posters uit bushokjes, niet omwille van het voordelige prijskaartje van de zuinige lapjes textiel die erop aangeprezen worden, maar wel omwille van de waargeworden droom die ze met plakband boven hun bedje kunnen hangen.

In een roes van A naar B

Zo komt me het beeld voor ogen dat bij de lancering van de nieuwe Rolls Royce Silver Wraith werd gebruikt: een schimmig silhouet als een rooksliert in de nacht; de suggestie dat het om iets ongrijpbaars gaat, een geestelijke verbeelding die het tastbare overstijgt. Dit vage beeld creëert de illusie dat deze auto je in een roes van A naar B brengt, eerder dan dat het een machine met een motor is die je (weliswaar in alle comfort) laat stilstaan in de dagelijkse file op het wegengrijs. Dit beeld, dat meer zegt dan duizend woorden, is een weergave van de ‘ziel’ van deze auto.

Fiat 500

Windtunnel

“Ik heb niets met hedendaagse auto’s”, zegt Mathieu Damiens. Ze lijken allemaal op elkaar, waarschijnlijk omdat ze ontworpen zijn in een windtunnel. Ze hebben geen ziel meer. Ik fotografeer vooral classics en exoten; alles wat een beetje zeldzaam is. Maar als er iemand langskomt met zijn Peugeot 205, en die wil daar mijn prijs voor betalen, dan zal ik die auto ook fotograferen. Zeker als het een GTI 1,9 is,” (lacht).

Gumball

Mathieu neemt me mee naar de ontvangstruimte van zijn fotostudio. Het lijkt op een clublokaal voor autosporters: neonlicht, oude reclameborden en grote foto’s van classics aan de muur. Een feloranje Fiat 500L, ‘Gumball Edition’ staat in de hoek als een stoute puppy die gestraft is. Vurige vlammen bekleden zijn flanken. Ik weet dat hij straks weer grommend zal uitbreken. “Die auto is van 1972, net als ik,” zegt Mathieu. Er staan brede, ruwlederen banken. Stapels automagazines liggen op een salontafel. Mathieu vertelt: “Dit was het naai-atelier van mijn ouders. Hier werden herenbroeken gemaakt. Mijn pa en zijn broer leidden dit. Mijn vader was al een tijdje op pensioen en mijn oom wilde er ook mee stoppen. Mijn broer, die vier jaar jonger is, was net afgestudeerd. Ik was ondertussen al vier jaar bezig met mijn reclamebureau Madam, en ik vond het zonde om het kledingbedrijf compleet stop te zetten. Na overleg hebben mijn broer en ik beslist om ermee door te gaan. We wisten dat we er iets van konden maken. Meteen hebben we de productie in België stopgezet en overgebracht naar Tunesië. Alle naaisters werden ontslagen. Dat was een noodzaak om het terug rendabel te maken. Het ontwerp van de herenbroeken doen we zelf. Het zijn klassieke herenbroeken. Zoveel verandert daar niet aan. Zo moeilijk is dat niet. (lacht). Kleinere reeksen en maatwerk worden hier nog gemaakt. We zijn één van de weinigen in België die dat nog doen. Als er iemand komt wiens ene been korter is dan het andere, of iemand die ziek is en een stoma heeft, of iemand die uitzonderlijk dik is, dan nemen we daarvan de maten en bezorgen we de klant een perfect passende broek op maat.”

Een wolf in schaapsvacht

We gaan door een deur naar de opnamestudio. Mathieu zegt: “Let op: heel groot is het hier niet!” Mijn mond valt open van verbazing wanneer ik de collectie prachtwagens zie die hier in een hoekje staan. De chromen bumpers van een nobele Mercedes 250 SE Coupé uit 1967 worden opgepoetst. Mathieu toont me het verschil tussen voor en na. “Dit is allemaal nog écht chroom. Dat kan je niet vergelijken met wat er vandaag gemaakt wordt.” Daarnaast staat een grijze Audi RS2 uit 1994. Deze onopvallende break zou de dagelijkse wagen van een brave huisvader kunnen zijn, maar het is een wolf in schaapsvacht. Geen enkele andere sportwagen uit die tijd kon zijn tempo bijhouden. Onder zijn pyjama slaapt een Porsche 911 Turbo van de allereerste generatie. De veertigste verjaardag van het model wordt dit jaar gevierd. Mathieu trekt zacht de grijze bekleding weg en toont de perfecte lijnvorming. Hij legt uit hoe de grote achterspoiler deze auto zijn karakter geeft. Als in een stapelbedje slaapt daarboven een Lancia Delta Integrale, dezelfde die we zo goed kennen in zijn gestreepte Martini rally-livrei. Elk van deze auto’s heeft zijn eigen karakter.

Mandarijntjes

 Op de witte rondwand staat een BMW 328 uit 1938. “Hier ben ik momenteel aan bezig,” vertelt Mathieu. “Het naai-atelier heb ik systematisch omgebouwd tot fotostudio: aan één kant is een rondwand geplaatst, aan het plafond is een reflecterend zeil gehangen, en later wil ik de rondwand nog doortrekken aan de andere kant. Als belichting gebruik ik vooral halogeenlicht in de vorm van ‘mandarijntjes’. Dat zijn filmlampen, maar ik vul die aan met Bowens studioflitsen. Sinds een evenement van Studio vzw ben ik overgeschakeld naar een Hasselblad H4D 50 multishot. Ik heb er al redelijk wat ‘akkefietjes’ mee gehad, maar die zijn altijd snel opgelost. Daarnaast heb ik nog een Nikon D3X. Voor mij is dat het verlengde van mezelf. Ik kan er veel vlotter mee werken dan met de Hasselblad, die qua beeld weliswaar perfect is, maar niet zo vlot om mee te werken. Op reportage zal ik meteen naar de Nikon grijpen. Ook het schermpje op de achterkant is veel zuiverder; je ziet veel beter wat je gedaan hebt. Met de Hasselblad is het allemaal wat omslachtiger.”

Jaguar XK140

Madam.be

“Ik heb een opleiding ‘Publiciteit en Fotografie’ gevolgd aan het St.-Lucas in Brussel. Mijn een reclamebureau heet Madam.be. Fotografie is daar een onderdeel van. Met het reclamebureau werk ik voor een paar vaste, grote klanten, maar ik merk dat de markt oververzadigd raakt. Iedereen met een computer in huis kan met opmaakprogramma’s werken. Ik doe zowel de opnames, de lay-out, de vormgeving als de drukbegeleiding. Klanten kunnen natuurlijk ook zelf foto’s aanleveren, maar als die er niet zijn, dan maak ik die ook voor hun.”

550pk

 “Laten we het terug hebben over auto’s,” vraagt Mathieu. “Dat is een passie van jongs af. Het zit in de familie. Mijn pa was ook een grote autoliefhebber. Mijn dochter daarentegen heeft een afkeer van auto’s, maar mijn zoon heeft het dan weer wel te pakken; dat heb ik al gemerkt (lacht). Nieuwe auto’s zijn niet meer speciaal. Ik heb nog een BMW M3 gehad, één van de eerste serie. Het was een auto die speciaal gemaakt was om te kunnen homologeren voor deelname aan rally's en DTM-koersen. Een moderne M3 echter is dezer dagen een gewone 3-serie met wat esthetische toevoegingen. Vroeger ook was Jaguar dé wagen. Daarna zijn ze begonnen met breaks te maken, met diesels, met ik weet niet wat allemaal. Op dat moment verliest dat merk zijn karakter. Alles is te commercieel geworden. In de vroegere auto’s zit veel meer passie. Alle merken zitten bij een paar grote groepen. Alle auto’s lijken op elkaar. Dat heeft natuurlijk te maken met de CX en de milieunormen en zo, maar dat vind ik allemaal heel spijtig. De ontwerpers zijn ook allemaal dezelfden. De lijn van een Jaguar lijkt op een Ford Fiesta, bij wijze van spreken. Oudere wagens zeggen me veel meer. Mijn dagelijkse voertuig is die Mercedes 250 SE Coupé van 1967. Dat vind ik tof. Die nodigt niet uit tot snel rijden. Die dient om mee te cruisen. Maar als je je aan de snelheidsbeperkingen houdt, dan kom je helemaal niet zoveel later op je bestemming. Dat heb ik onlangs nog gemerkt toen ik met mijn Mini achterop de trailer van een rally in Spa kwam. Ik kwam slechts enkele minuten later aan dan mijn snelle vrienden. Het probleem is: ik heb ook nog een Cobra, 7000cc, 550pk. Bij mijn laatste overtreding ben ik geflitst tegen 170km/u waar ik slechts 70 mocht. Het was nochtans op de expresweg van Knokke naar Maldegem; een tweebaansweg. Maar op dat bepaalde stukje was 70 km/h de maximum snelheid…  Ik ben mijn rijbewijs nogmaals gedurende een maand kwijt geweest. Vandaag heb ik het weer teruggekregen. Mijn pa heeft altijd gezegd: “Ze gaan ’t u wel leren, jongen! Ze gaan ’t u wel leren.” En effectief. Ik heb ook een Coyote om flitsers te detecteren, maar wanneer dat spel begint te tuten, dan hoor je dat toch niet in die open auto. Dit moet je niet publiceren, hé! (lacht) Ze gaan denken dat ik een halve gek ben. “

Porsche 550

Afgunst

Hier kom ik zelf tussen en zeg dat we in alles veel te veel gelimiteerd worden. Overal en op alles is er controle. We worden in een keurslijf geperst. Iedereen die buiten de lijntjes kleurt wordt vies bekeken. Alles wordt georganiseerd om ons tegen onszelf te beschermen. Zoveel wettelijke betuttelingen. Nergens is het zo veilig als hier, nergens zijn mensen zo gezond en leven ze zo lang als hier, en toch stappen nergens ter wereld meer mensen uit het leven dan hier.  Mathieu is het hiermee eens: “Dat klopt. Laat de mensen toch eens zelf beslissen wat ze willen. Mensen moeten op de duur zelf geen gezond verstand meer hebben.” Ik zeg: “Er wordt ook veel bestuurd vanuit afgunst. Afgunst is een algemeen aanvaard politiek motief geworden.” Mathieu zegt: “Als iemand een mooie auto heeft, dan denkt iemand anders: “Jij hebt ervoor gewerkt, maar IK heb er recht op!” Ik zeg: “De overheid beslist wanneer je genoeg hebt, want zelf heeft ze nooit genoeg. Zij komt nooit toe.”

Vertrouwen

Aangaande het zakelijke aspect van de autofotografie zegt Mathieu: “Elk jaar investeer ik er meer en meer in. Bijvoorbeeld die Hasselblad, da’s een serieuze investering! Door er meer en meer mee bezig te zijn, krijg ik ook meer en meer klanten. Dat is niet zoiets van: ik zet publiciteit in een krantje, en ’s anderendaags staan de klanten hier op de stoep met hun auto. Soms gaat het over hele dure wagens. Als de mensen je niet via via kennen, dan zijn ze soms bang om de wagen hier af te zetten. Iedereen kan een advertentie zetten in de aard van: “Ik fotografeer juwelen. Kom ze maar brengen!” Ik wil dat wel eens zien gebeuren. Nu heb ik voor iemand een wagen gefotografeerd, en die spreekt daarover in zijn vriendenkring, en die anderen komen ook. Mond aan mond reclame is de meest solvabele reclame die er bestaat,” zegt iemand met een reclamebureau. “Toch sta ik ieder jaar op de beurs in Gent en in Antwerpen. In Gent maak ik ook al een paar jaar de foto die op de affiche moet komen. Zoals de BMW 328 uit 1938 waar ik nu aan bezig ben. In Antwerpen had ik iemand aan mijn stand, en die was al verschillende jaren komen kijken. Hij zei altijd: “Heel mooi! Heel mooi!”, maar voor de rest kwam daar geen verkoop uit. Dit jaar kwam hij aan mijn stand en zag hij een bepaalde foto. Bleek dat hij de auto kende. Die was van een vriend van hem. Toen zei hij: “Ik heb nog dit staan, en dat staan. Zou je mijn auto’s ook een keer kunnen fotograferen?” Die ene foto die ik genomen had was voor hem voldoende om vertrouwen in mij te krijgen.”

Passie

“Je moet zelf liefhebber zijn om zoiets te kunnen doen. Er moet een ‘klik’ zijn. Je mag technisch perfect onderlegd zijn, maar als je geen liefhebber bent, dan voel je niet welke kant van de auto het beste uitkomt, welke belichting je daar op moet zetten, enzovoort. Dan ga je dat puur als een voorwerp fotograferen. Alleen als liefhebber kan je aanvoelen hoe je die auto het best tot zijn recht kan laten komen. Ik heb vroeger nog heel veel motorraces op circuit gefotografeerd. Ik haalde er niet de vedetten uit, maar deed het puur zakelijk. Het zijn de mensen die eens één keer op circuit gaan rijden die de foto’s zullen kopen. Zelf heb ik ook lang met de moto gereden, en je moet weten welke foto’s je moet nemen. Als je een foto neemt waarbij ze gewoon recht passeren, dan zal je weinig succes hebben. Ze moeten kunnen tonen van ‘ik zat zo laag, en mijn knie kwam bijna tegen de grond.' Dan kan je je handeling nog bijsturen waardoor ze nog platter op de grond lijken te liggen. Je moet zelf liefhebber zijn om dat te weten. Een andere fotograaf kan technisch een perfecte foto maken, maar niemand gaat die willen kopen omdat die niet spectaculair genoeg is.  Die ‘klik’ moet er zijn. Als er een klant komt, dan moet die ook kunnen vertellen over zijn auto. Er moet een gemeenschappelijke passie zijn.”

Porsche GT3

Een uniek portret

Mathieu overhandigt me een brochure waarin hij perfect formuleert waar het voor hem om draait: “Wij maken portretten van klassiekers, exoten en competitievoertuigen. In de gecontroleerde omgeving van onze studio schilderen we met licht, schaduw en reflecties. Chique of shock, elegant of stoer, ‘the big picture’ of ‘le petit détail’? Al naargelang de aard van het voertuig en in overleg met u, de klant, wordt de basis van de fotoreportage gelegd. Het resultaat is een authentiek beeld dat op tal van originele manieren kan gepresenteerd worden: als kunstige fotokader in de hobbyruimte, luxueus lederen album op de salontafel of exclusieve publicatie in een magazine... de mogelijkheden zijn eindeloos.. Bij Mathieu Damiens maken we geen snelle snapshots, maar een werkelijk uniek portret van uw eigen voertuig.”

Incontinent

Net als mensen hebben klassieke auto's allemaal hun eigen karakter en ook hun kleine kantjes.... “Eigenlijk is dit een uit de hand gelopen hobby. In het begin heb ik, zoals ieder beginnend fotograaf vermoed ik, een beetje van alles gedaan: huwelijken, communies en wat weet ik al meer, maar als autoliefhebber heb ik toch een keer een auto gefotografeerd. Dat was écht tof. Proefondervindelijk heb ik mijn studio ingericht. Heel veel was er niet over te vinden. Er waren hier bij ons ook geen echte autostudio’s. Wel in Londen en zo; gigantisch grote en dure studio’s. Ik heb hier en daar wat bijgebouwd en wat geëxperimenteerd. Sommige dingen lukken en andere dan weer niet. Je moet de curves en rondingen zien. In de studio zet ik de auto op ’wheeldollies’. Die werken met hydraulische pompjes. Zo kan ik de auto zetten waar ik hem wil, kan hem om zijn as draaien, enzovoort, zonder dat ik zwarte strepen krijg op de achtergrond, en zonder dat ik de motor moet starten. De motoren van zo’n oude auto’s durven wel eens héél zwarte uitlaatgassen én olie geven. De achtergrond is geschilderd met twee-componentenverf zodat ik dat allemaal snel kan schoonmaken. Oldtimers durven wel eens incontinent te zijn. (lacht)”

Advertentie

Klomps & Boor risicobeheer voor al uw verzekeringen

view counter