Professionele voetbalspelers en het portretrecht

Blog Het Recht NL
Gepubliceerd: 24 december 2013
Onder redactie van Mr. Kitty van Boven

In navolging van de kwestie Cruijff/Tirion (lees hier meer) heeft de Nederlandse rechter (Gerechtshof Amsterdam, 10 december 2013 [1]) zich wederom gebogen over het portretrecht van professionele voetbalspelers.

Diverse spelersverenigingen hebben zich op het standpunt gesteld dat de spelers zich op grond van hun portretrecht (artikel 21 Aw) kunnen verzetten tegen de openbaarmaking van hun portret door uitzending van beelden van nationale of internationale voetbalwedstrijden.

Het Gerechtshof te Amsterdam volgt de spelersverenigingen niet in deze stelling. Het Hof bevestigt, in navolging van de kwestie Cruijff/Tirion (Hoge Raad, 14 juni 2013 [2]), dat het portretrecht geen absoluut verbodsrecht behelst. De geportretteerde kan zich verzetten tegen het openbaar maken van zijn portret zonder zijn toestemming voor zover hij daarbij een redelijk belang heeft.

In deze zaak komt groot gewicht toe aan algemene nieuwswaarde en informatie aan het publiek nu de beelden van de voetballers zien op hun beroepsuitoefening waaraan deze hun bekendheid ontlenen en de beelden gemaakt zijn in voor het algemeen publiek toegankelijk plaatsen. Hierdoor kunnen de voetbalspelers zich niet verzetten tegen de openbaarmaking van hun portret door het uitzenden van beelden van door hun gespeelde voetbalwedstrijden.

Hierbij is verder van belang dat de kwestie ziet op (hoofdzakelijk) professionele voetbalspelers die voor hun deelname van (onder meer) voetbalwedstrijden waarvan televisiebeelden worden gemaakt en uitgezonden, een vergoeding ontvangen in de vorm een vast inkomen/salaris.

Laatstelijk overweegt het Hof dat de beelden betrekking hebben op het optreden van de voetbalspelers als onderdeel van hun team en dit doorgaans niet van invloed zal zijn op de exploitatiemogelijkheden van hun individuele verzilverbare populariteit.