Tastbare beelden èn
fotografische beelden

Constantin Brancusi<br />
La Muse endormie (Slapende muze), 1910<br />
brons, 16,1 x 27,7 x 19,3 cm<br />
Arthur Jerome Eddy Memorial Collection.<br />
The Art Institute of Chicago. © 2013 c/o Pictoright Amsterdam

advertentie

Dagcursus colormanagement

volgens ISO 12646:2008 en ISO 3664:2009

In Europa wordt het meer en meer noodzakelijk voor fotografen volgens de recente normen te werken, zowel voor de toelevering aan de grafische industrie als ook aan digitale (multi)media.

In de cursus worden ook andere aspecten behandeld die van invloed zijn op het communicatieve beeld: De menselijke perceptie en de kleurbeleving, hoe de zintuigen op her verkeerde been kunnen worden gezet, de interactie tussen kleur en menselijk gedrag.

ImageLink

Datacommunicatie & Uitgeefprojekten

Telefoon: +31 24 397 08 11
imagelink.photonmagazine.eu/dagcursus-colormanagement

view counter

Om een beeldhouwwerk kun je heen lopen en er van alle kanten naar kijken, maar op een foto zien we alleen het beeld dat de fotograaf bepaalde. Vergelijk op de tentoonstelling Brancusi, Rosso, Man Ray ‒ Framing Sculpture [1]  de beelden met de foto’s: een nieuwe manier van kijken naar sculpturen, via de fotografie van de beeldhouwers zelf.

Medardo Rosso<br />
Enfant malade (Ziek kind), ca. 1909<br />
aristotypie, 7,9 x 6,3 cm<br />
Particuliere collectieAan het begin van de vorige eeuw werkten in Parijs drie beeldhouwers die niet alleen ruimtelijke beelden maakten, maar ook fotografische beelden. De Italiaan Medardo Rosso was eind negentiende eeuw naar Parijs gekomen, Constantin Brancusi kwam daar in 1904 lopend vanuit Roemenië aan, en de Amerikaanse kunstenaar Man Ray, later vooral beroemd als fotograaf, reisde in 1921 naar de Franse hoofdstad, toen het levendige hart van de kunstwereld. Museum Boijmans Van Beuningen toont nu “Brancusi, Rosso, Man Ray ‒ Framing Sculpture”, een schitterende tentoonstelling waar de beelden en fotografie van deze drie kunstenaars voor het eerst naast elkaar kunnen worden vergeleken.

Vormgeven van licht

Medardo Rosso werkte eind negentiende eeuw in Parijs, waar de beeldhouwer Auguste Rodin gold als de grootste van zijn tijd. Hun beider werk hoort bij de impressionistische stroming: ruig geboetseerde beelden, gevangen in een moment van beweging. Rosso’s manier van werken was minstens zo vernieuwend als het werk van zijn Franse collega, maar Medardo Rosso werd nooit erg bekend in het Parijs van de grote Rodin.
Net als zijn concurrent liet Rosso aanvankelijk zijn sculpturen door anderen fotograferen, maar hij bewerkte hun opnamen later tot heel ander, eigen werk. Na 1906 maakte hij geen beelden meer, nog wel afgietsels van eerder werk, maar hij ging steeds meer zelf zijn sculpturen fotograferen, en die afdrukken bewerkte hij tot heel nieuwe, op zichzelf staande kunstwerken. Op afdrukken schildert hij de omgeving van het object weg, zodat alle aandacht naar het beeld gaat, soms snijdt hij de foto schuin af, en maakt weer nieuwe opnamen van de bewerkte afbeelding. Een glasnegatief plakt hij af met briefpapier. Details worden uitvergroot, zodat de ‘huid’, het ruwe oppervlak van het materiaal, schaduw en het lichtplekken een rol gaan spelen. Hiervan maakt hij nieuwe foto’s, die vaak op niet voor de hand liggende papiersoorten worden afgedrukt. Afdrukken worden soms overbelicht zodat het beeld nog slechts vaag te herkennen is. Zowel in zijn sculpturen als in zijn fotografie, gaat het hem om het vormgeven van licht.
Medardo Rosso<br />
Enfant malade (Ziek kind), 1895 (1903-1904)<br />
brons, 25,5 x 14,5 x 16,5 cm<br />
Collectie Galleria d'Arte Moderna, Milaan In tentoonstellingsruimten zorgde hij ervoor dat zijn beelden zo veel mogelijk langs de wanden staan opgesteld, en de achterkant van het beeld, en soms ook de zijkanten, laat hij onbewerkt. Een sculptuur staat op zichzelf in de ruimte, je kunt eromheen lopen, maar, dacht ik daar in de museumzaal, beeldhouwer Rosso dwingt je te kijken vanuit de door hem bepaalde richting, eigenlijk net als een fotograaf dat doet.

Pure essentie

Ook Constantin Brancusi wil dat we zijn sculpturen zien zoals hij dat het beste vindt. Brancusi, de meest vernieuwende beeldhouwer van begin vorige eeuw, begon traditioneel boetserend in klei. Hij werkte zelfs een tijdje in het atelier van Rodin, maar “in de schaduw van een grote boom kan niets groeien” zoals hij zei, en hij verliet de grote meester en diens werkwijze, en begon direct, zonder model of voorstudie, in steen te hakken. Hij maakte de eerste versie van “Le Baiser”, de kus, dat door zijn stenen compactheid en abstrahering minstens zo sensueel en misschien zelfs intenser is dan Rodin’s beroemde beeld “De Kus”.
Brancusi ging veel verder in zijn verabstrahering ‒ “de beeldhouwer van de eieren” werd hij later genoemd. Vormen uit de natuur, vogels, torso’s, hoofden, bracht hij terug tot de pure essentie. Glanzend marmer en gladgepolijst brons waarin licht reflecteert, beelden die door hun bijna abstracte vorm verkeerd soms werden geïnterpreteerd, zoals “ PrincesseX”, het tot de pure essentie teruggebrachte beeld dat door zijn verschijningsvorm Picasso de reactie “ah, een penis!” uitlokte. Schielijk werd het van de tentoonstelling verwijderd. Maar met foto’s van de eerste versie van het beeld in zijn atelier, kon Brancusi aantonen dat de sculptuur een vrouw voorstelt die zich, voorovergebogen, in haar spiegel bekijkt.
Foto’s van zijn beelden, en dan vooral de beelden in zijn atelier, gaven Brancusi de gelegenheid zijn werk te laten zien vanuit zijn eigen visie. Hij was dan ook nooit tevreden over de door anderen gemaakte fotografie. Dat kon hem tot razernij brengen. Toen een overijverige fotograaf de gladgepolijste, glanzend bronzen beelden bepoederde tegen te veel reflecties, gooide hij hem z’n atelier uit en riep dat hij het voortaan zelf wel zou doen.
De foto’s hadden voor Brancusi in de eerste plaats een praktisch doel, hij zond ze naar zijn Amerikaanse verzamelaars die om een afbeelding hadden gevraagd. Maar vooral kon hij zo zijn werk laten zien zoals híj vond dat ernaar gekeken moest worden. Brancusi beschouwde het atelier als de natuurlijke omgeving voor zijn sculpturen, die daar stonden in alle stadia van ontstaan, beschenen door fel licht dat door de hoge ramen naar binnenvalt. De bronzen beelden op zelfgemaakte sokkels weerspiegelen de atelierruimte, nemen de omgeving in zich op. In dat sprookjesachtige landschap van zijn werkplaats reikt “La Colonne sans fin” omhoog en lijkt “La Maïstra”, de mythische vogel uit de Roemeense volksverhalen, op te stijgen. De foto’s van de sfeer in het atelier gaven Brancusi een nieuwe kijk op zijn beelden en brachten hem op nieuwe ideeën.

Man Ray<br />
Le Violon d'Ingres (De viool van Ingres of De liefhebberij), 1924<br />
gelatinezilverdruk, 17,2 x 22,4 cm<br />
Particuliere collectie Turijn<br />
© Man Ray Trust / ADAGP, c/o Pictoright Amsterdam 2013

Gevonden objecten

Man Ray hielp Brancusi met het inrichten van een donkere kamer, maar de fotografie van zijn vriend vond hij nogal amateuristisch. In 1921 kwam hij naar Parijs, waar zij bevriend raakten. Tot die tijd had Man Ray voornamelijk als schilder gewerkt, en net als Brancusi en Medardo Rosso was hij met fotografie begonnen uit onvrede over hoe anderen zijn werk fotografeerden.
Man Ray was op een ongrijpbare manier een zeer veelzijdig kunstenaar. Hij was niet alleen schilder of fotograaf, en een beeldhouwer in de klassieke zin was hij al evenmin. Hij zag in alles om zich heen een kunstwerk. In 1915 had hij Marcel Duchamp ontmoet die alledaagse voorwerpen uit hun context haalde en van een titel voorzag, zoals zijn “Fountain” uit 1917 (het porseleinen urinoir). Man Ray was gefascineerd door Duchamps werk, hij maakte ook “ready-mades” zoals die genoemd werden, maar voegde juist de meest vreemde objecten bij elkaar, maakte er assemblages van zoals je een collage samenstelt. Deze voorwerpen samen fotografeerde hij, of pakte ze in, in papier of in een lap stof. Hij fotografeerde zijn sculpturen tegen een neutrale achtergrond, met een laag camerastandpunt. Op zo’n foto zie je dan een berg, of de vorm van een geheimzinnig dier.
In Parijs werd Man Ray vooral bekend als portret- en modefotograaf, de fotograaf van de beroemde foto’s als “Noire et blanche”, het Afrikaanse masker naast het gezicht van Kiki de Montparnasse, en van “Le violon d’Ingres”, haar naakte rug met de opgetekende f-sleutels als de klankgaten van een viool of cello. Maar naast zijn werk als fotograaf bleef hij altijd bezig met het transformeren van zijn gevonden materialen, de “objects trouvés” zoals de surrealisten ze noemden. Man Ray fotografeerde niet alleen objecten, maar ook situaties, zoals lagen dik grijs stof op een vreemde ondergrond. De foto werd in close-up genomen met een belichtingstijd van een uur in kunstmatig licht, en lijkt een door zand bedekt vreemd landschap, hoog uit de lucht gezien.
In de interactieve ruimte kunnen met een I-pad foto's worden bewerkt, zoals Medardo Rosso dat aan het begin van de vorige eeuw in de donkere kamer deed<br />
foto: © Carina Nods Samen met de fotografe Lee Miller herontdekte hij bij toeval de solarisatietechniek, toen zij per ongeluk tijdens het ontwikkelen van films het licht aandeed. Man Ray noemde de solarisaties die hij later maakte dan ook 'Rayografie'. Bij de tentoonstelling in Rotterdam kun je zelf in een donkere ruimte spelen met deze techniek. Er staan bakken met losse voorwerpen die verder niets met elkaar te maken hebben, waarmee je een assemblage kunt maken die door een korte felle belichting vastgelegd wordt. Spelen en tekenen met licht als Man Ray deed en zelf een geheimzinnig, spookachtige afbeelding maken.
Zoals dingen in elkaar opgaan in het echte leven, zo wilde hij de kunsten met elkaar vermengen, zei Man Ray: ‘Perhaps the final goal desired by the artist is a confusion or merging of all the arts, as things merge in real life’.

Zelf experimenteren in interactieve ruimten

Brancusi, Medardo Rosso en Man Ray hebben bij de tentoonstelling alle drie een aan hun techniek gewijde interactieve ruimte. Zoals zij ieder op hun eigen wijze de experimentele mogelijkheden van de fotografie gebruikten om hun sculpturen een andere aanblik te geven, zo kunnen bezoekers die werkwijzen zelf ervaren. Op de muren hangen uitvergrote afdrukken van hun zelfportretten in het atelier. Ik maakte foto’s van die muren, met zo’n zelfde stoeltje als op de foto ervoor, en probeerde met mijn cameraatje ook een stilleven met Brancusi’s gestileerde vormen, met dramatisch spotlicht.
Helaas was het niet de bedoeling een persoonlijke fotografische interpretatie van de tentoonstelling zelf te maken, zelfs niet van de achterzijde van een door mij geliefd beeld …

[1] Brancusi, Rosso, Man Ray ‒ Framing Sculpture
Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Nog te zien t/m 25 mei 2014.
www.boijmans.nl

view counter