Van badeenden en wc-eenden

Fotografen verontrust over regelingen Pictoright met beeldarchieven

Al eerder schreven wij in een hoofdartikel over de Rotterdamse badeenden van het Gemeentearchief waar men kennelijk van mening is dat de wet niet voor hen geldt en dat fotografen geen naamsvermelding of vergoeding behoeven te hebben, zelfs niet wanneer werk door dit archief aan anderen wordt geleverd, “omdat dit te ingewikkeld zou zijn.”

Het muisje dat een staartje leek te krijgen is inmiddels geen muisje meer en lijkt de staart te krijgen van een volwassen tyrannosaurus.

Digitalisering

Overheidsarchieven en daarmee gelijk te stellen archieven gaan over tot het digitaliseren van de daar aanwezige foto's. Daar zou in principe niemand bezwaar tegen kunnen hebben, ware het niet dat deze digitaliseringen daarna worden gepubliceerd. Dit zou niet alleen het geval zijn bij genoemd archief, maar ook bij andere archieven. Het is een nieuwe trend deze archieven te 'ontsluiten' en te publiceren op de websites van deze archieven. Het zou wel netjes zijn wanneer dan de auteurs om toestemming wordt gevraagd en hen een passende vergoeding wordt geboden, net zoals anderen, die een website onderhouden, hier ook voor dienen te betalen.

Een groep vooraanstaande fotografen heeft zich verenigd tot een denktank en sprak zich over deze zaak uit in een verklaring. Deze werd aan belanghebbenden aangeboden, onder andere aan Pictoright waar men op dit moment 'namens fotografen' ongevraagd regelingen heeft getroffen en treft met de archieven om tot collectieve overeenkomsten te komen. U vindt de verklaring onderaan dit artikel [1].

Op maandag 25 augustus 2014 is er een bijeenkomst gepland waarvoor enkele fotografen en anderen een 'vertrouwelijke uitnodiging' kregen voor een bijeenkomst. Het zou in de bedoeling liggen van Pictoright om uitleg te geven over de activiteiten tot nu toe met betrekking tot de archieven en mogelijk van gedachten te wisselen over de toekomst. Zoals een oudgediende internationaal werkende fotograaf met een uitgebreid archief tegenover ons opmerkte: “Wanneer ze daar nu eens éérst mee waren begonnen. Maar ik voer mijn zaken zelf en dat blijf ik doen. Ik laat mijn handel toch niet verzieken...”

Van badeend tot wc-eend

Een inbreukmaker die het erg bont maakt is het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam. Volgens ingewijden stelt deze zich bovendien ronduit 'arrogant' op en behandelt fotografen met 'dedain'. En ook Pictoright, een stichting die de gelden die voortkomen uit de secundaire rechten zoals kabelrechten, kopieerheffingen, volgrechten en het voor fotografen bestemde deel van deze gelden verdeelt onder de rechthebbenden (repartitie) klaagt hier ook over op haar website.

De missie van het IISG luidt in het kort:

Werk en arbeidsverhoudingen bepalen ons leven in hoge mate. Daarom onderzoekt het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) hoe deze verhoudingen zich wereldwijd op de lange termijn ontwikkelen. Om dit historisch onderzoek te kunnen verrichten en andere onderzoekers te faciliteren, verzamelen we archieven en data op mondiale schaal. Sinds 1979 is het een instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). De (soms politiek gevoelige) collecties zijn eigendom van – of in bruikleen afgestaan aan – de onafhankelijke Stichting IISG.

Een internationale beoordelingscommissie van de KNAW kwam in 2011 betreffende haar eigen instituut tot het oordeel 'dat de onderzoeksgroep world-class research afleverde en dat het onderzoeksprogramma paradigm-shifting was. (...)' Op zijn minst hoogst merkwaardig dat een zich als professioneel presenterende organisatie zich toch niets aan wenst te trekken van wetgeving en verplichtingen aangaande de haar faciliterende auteurs. In bovengenoemde conclusie lijkt sprake te zijn van een zelfuitgevonden godheidsbesef: 'Wij van WC-eend adviseren IISG...'

Sem PResser 1951 - Foto Ben van MeerendonkPhotoNmagazine.eu en Sem Presser

Bij nader onderzoek bleek ons dat het IISG ook een photosharing-pagina heeft op Flickr. Dit ondanks het gegeven dat er aan regelgeving wordt gewerkt in de EU waarbij het overheidsorganen en gelijk te stellen organisaties wordt verboden data buiten de EU in de cloud te zetten.

Op deze photostreampagina is een goede omschrijving van het onderwerp en auteur te vinden. De foto's lijken niet kopiëerbaar. Nieuwsgierig geworden naar de beveiliging gingen wij op onderzoek uit en gebruikten als testcase bijna symbolisch een met recht historische portretfoto van wijlen Sem Presser, voorvechter van de positie van de fotograaf als auteur en (mede) oprichter van Burafo, met camera en onafscheidelijke sigaar. De link naar de fotopagina is www.flickr.com/photos/iisg/4086740475.

Ons vermoeden werd bewaarheid, iedereen met een beetje handigheid kan de foto's in aanvaardbaar formaat van de site af plukken. Het kostte ons nog géén minuut om de foto "Fotojournalist Sem Presser met camera, 5 maart 1951, Foto Ben van Meerendonk / AHF, collectie IISG, Amsterdam" in een afmeting van 840 x 1024 pixels van de site te halen. Als bewijs plaatsen wij deze foto bij dit artikel. Echter niet de kopie die wij van de site af wisten te halen. Dat wat u hier ziet staat op de IISG pagina bij Flickr, wij wisten deze zonder enige moeite via een hyperlink naar ons toe te halen. Om te laten zien dat we de foto in meerdere formaten kunnen zien wordt deze in door Flickr verkleinde vorm weergegeven van 197 x 240 px. Uiteraard zijn andere formaten ook mogelijk.

Feitelijk dubbel erg, IISG betaalt niet voor plaatsing aan een fotograaf en stelt bovendien iedereen in staat over de foto te beschikken in een absoluut onveilige omgeving...

Als zijsprong een historisch detail: Ben van Meerendonk werkte bij Sem Presser en richtte later zijn  Algemeen Hollands Fotopersbureau op. Hij was tevens een van de grondleggers van World Press Photo en won onder andere enkele Zilveren Camera's.

Pictoright en de piepende badeend

Ik gaf het al aan in het vorige artikel, een badeend is een holle luchtgevulde figuur die piept wanneer je er in knijpt. De archieven stelden bijna jankend dat het ondoenlijk zou zijn om namen van auteurs te vermelden, een administratie bij te houden van wie er geld krijgt en hoe veel omdat dit ondoenlijk zou zijn. Dit is ook de (twijfelachtige?) insteek van Pictoright. Bij monde van directeur Vincent van den Eijnde breekt deze een lans voor een collectieve overeenkomst en geeft op Linkedin de volgende uitleg:

Alle contracten met onder andere het Nationaal Archief en de Koninklijke Bibliotheek zijn altijd in nauw overleg met vertegenwoordigers van de Fotografenfederatie en Burafo aangegaan. Ook worden twee bestuursleden van Pictoright door de Fotografenfederatie benoemd. Uiteraard is het bestuur van Pictoright altijd volledig betrokken geweest bij het tot stand komen van deze regelingen. (…) De fotografen zijn dus wel degelijk vertegenwoordigd geweest in de afgelopen jaren.

Hij gaat daarna verder met:

Bij die eerste component, regelingen voor de toekomst, zoals bij de Koninklijke Bibliotheek, kan het om honderdduizenden afbeeldingen gaan, waarvan het praktisch gezien ondoenlijk is om alle makers individueel te achterhalen. Het achterliggende idee van zo’n regeling is dat een archief niet elke maker afzonderlijk om toestemming hoeft te vragen, maar collectief een op te brengen bedrag betaalt (bijvoorbeeld 10.000 euro per jaar), waarna men het materiaal online kan tonen. Dat leidt tot een jaarlijkse repartitie aan de betrokken makers, maar het is niet uitvoerbaar om eerst alle makers afzonderlijk per archief om toestemming te vragen.

De vraag lijkt gewettigd waarom de archieven het niet kunnen terwij IISG dit wel kan, alle fotos daar zijn perfect gedocumenteerd. Dus onmogelijk is dit niet.

Even een kleine berekening maken van de lucratieve opbrengsten van een collectieve overeenkomst 'Pictorightstyle' gebaseerd op de voor een archief 'op te brengen bedrag...' zoals hier boven gesteld. Laten wij het aantal van 'honderdduizenden foto's' eens tellen op 500.000 foto's, dan betekent dit een vergoeding per foto van € 0.02 bruto, waarvan ook nog een percentage voor Pictoright wegens 'bewezen diensten' van af zou gaan. Kortom, uiterst lucratief.

 In aanmerking genomen dat het IISG allerlei internationale congressen organiseert en ook subsidies verstrekt moet je welhaast aannemen dat zij erg armlastig zijn.

Saillant detail: In het onderzoeksprogramma Global Labour History doet het IISG 'onderzoek naar de vraag hoe verschillende vormen van arbeidsverhoudingen (bijvoorbeeld slavernij, horigheid, vrije loonarbeid en ZZP) elkaar over de hele wereld afwisselen in de periode 1500-2000.'

Wellicht komt er een vervolgonderzoek met daarin het verhaal over de uitbuiting van fotografen.

Over piepende badeenden en gratis artsen

Het argument dat het ondoenlijk zou zijn om een administratie bij te houden, zoals enkele archieven stellen, houdt geen steek en kan worden bestempeld als gierende nekzwets. Tijdens onze speurtocht bij het IISG kwamen wij keurig gedocumenteerde foto's tegen, die genummerd zitten in een overzichtelijk systeem. Wat dit betreft heeft het IISG de zaken uitstekend voor elkaar. Dit is niet te rijmen met de uitspraak dat 'het praktisch gezien ondoenlijk is om alle makers individueel te achterhalen.' Dit wordt mede geïllustreerd door de inbreukmakers die in procedures voor de rechter verklaren dat zij niet wisten wie de foto had gemaakt. Dit argument, deze rotsmoes, kennen onze rechters al jaren en de redenering gaat dan ook vrijwel direct de kleiberg op.

Een tweede rotsmoes is dat er geen geld is om voor het tentoonstellen van het het nationaal erfgoed te betalen en dat het dus niet zou moeten. Deze redenering volgend is het probleem van de kostenexpansie van de zorg ook direct van tafel. Wij kopen de zorg af bij de zorgverleners die dan het royale bedrag van € 0,02 krijgen per patiënt.

Wie worden er nu eigenlijk vertegenwoordigd door Pictoright?

Pictoright stelt bij monde van directeur Vincent van den Eijnde dat zij bij benadering ongeveer 2.000 fotografen vertegenwoordigt en gerechtigd is voor de fotografen overeenkomsten met de archieven te sluiten, waarbij degenen die hier niet mee akkoord gaan, niet mee hoeven te gaan middels een opt-out regeling. Het 'brede draagvlak' van Pictoright lijkt echter toch wat smal. Er zijn bij de Kamer van Koophandel volgens de laatst aan ons bekende gegevens een 12.000 fotografen aangesloten.

Aangezien iedere fotograaf krachtens de Auteurswet als auteur kan worden beschouwd, gaat het formeel om een vertegenwoordiging door Pictoright van hooguit iets meer dan 16% van alle fotografen. Waarbij moet worden aangetekend dat binnen de groep van 2.000 fotografen een aantal fotografen het absoluut niet eens zijn met deze ongevraagde overeenkomsten. Het moet zélfs iemand, die uitsluitend het Voortgezet Kleuteronderwijs met goed gevolg heeft doorlopen, duidelijk zijn dat vanwege het royale draagvlak sprake moet zijn van een expliciete opt-in regeling.

Verder is ons een schrijven van Gkf aan Pictoright bekend waarin wordt gevraagd om alle overleg met de archieven op te schorten en eerst eens met de fotografen te gaan overleggen. Ook zou een van de bezwaren van een aantal fotografen zijn dat de kwaliteit van de door de archieven getoonde foto's (onder andere slechte scans) de kwaliteit van het werk van de fotografen geweld aandoen en daarom een inbreuk betekenen op het persoonlijkheidsrecht ex artikel 25 Auteurswet 1e lid d en 4e lid. De geldende tekst van de Auteurswet vindt u op onze service pagina.

Verdere consequenties

Het zou volgens een aantal ons bekende fotografen wenselijk zijn dat Pictoright zich met haar kerntaak bezighoudt, de repartitie van de collectieve rechten, het innen van volgrechten en het optreden tegen inbreukmakers. Dat schept duidelijkheid. Je moet als gerenommeerd restaurant geen nouvelle cuisine willen brengen en tevens kroketten en friet willen verkopen. De wenselijkheid tot beperking van de activiteiten moge blijken uit het volgende. Pictoright voert onderhandelingen met onder andere IISG. Uit stukken die ons ter hand werden gesteld blijkt dat een van de aangeslotenen van Pictoright op dit moment een procedure tegen IISG voert wegens de weigering tot betaling van het gebruik van zijn foto's. Het gaat om een claim van € 50.000. Hert merkwaardige feit doet zich nu voor dat Pictoright enerzijds de rechten van de bij haar aangesloten fotograaf moet behartigen, anderzijds bij IISG een 'afkoopsom' moet bedingen voor alle gebruik van alle foto's. Dit voor een bedrag dat onder dit claimbedrag zal kunnen liggen, afgaande op de hierboven geciteerde uitspraken van haar directeur.

Ingrijpen van de Autoriteit Consument en Markt

De ACM houdt onder andere toezicht op de concurrentie en marktwerking. In dit kader is het interessant om te kijken naar een persbericht van de toezichthouder over het nationaal fenomeen Buma/Stemra. Deze werden op de vingers getikt na een onderzoek wegens 'mogelijk misbruik van een machtspositie'. De muziekauteurs en tekstschrijvers werd te weinig keus gelaten op welke wijze hun rechten zouden worden beheerd. In dit persbericht staat ook een verwijzing naar het ontwerp toezichtbesluit en met daarin ook de wettelijke kaders. De positie van Pictoright is vergelijkbaar met Buma/Stemra. Hier staat het bericht van ACM en een link naar het toezeggingsbesluit en de motivatie:
www.acm.nl/nl/publicaties/publicatie/13026/Definitief-toezeggingsbesluit-Buma-Stemra.

Voor wat betreft de archieven, en zeker ook het Gemeentearchief, gelden ook regels. Sinds 1 juli 2014 is de overgangstermijn van de nieuwe wet Markt en Overheid voorbij. Deze wet reguleert de concurrentie van de overheden en daaraan gelijkgestelde organen. Deze mogen niet oneigenlijk concurreren met bedrijven “maar moeten alle kosten doorberekenen in de prijs wanneer zij de markt opgaan” aldus Anita Vegter, bestuurslid van ACM. Dit betekent dat overheidsarchieven geen foto's om niet of tegen een lage prijs mogen aanbieden of verhandelen zoals bij het Gemeentearchief Rotterdam gebeurde. ACM handhaaft vanaf 1 juli 2014 actief en verzoekt ondernemers melding te maken van marktverstorende concurrentie door overheden.
www.acm.nl/nl/publicaties/publicatie/13081/Overheden-mogen-niet-oneerlijk-concurreren-met-bedrijven.

Ten slotte

Hoewel niet alle uitgenodigde fotografen aan de bijeenkomst van de 25e wensen deel te nemen omdat zij vinden dat het met het huidige beleid van Pictoright weinig zinvol is, is er bij anderen een sprankje hoop dat een en ander nog in goede banen kan worden geleid. Niet in het minst omdat dit ook de nieuw op te richten Dutch Photographers ernstig kan schaden: Pictoright schermt met een overeenstemming met de Fotografen Federatie en haar aangeslotenen terwijl lang niet alle fotografen zich adequaat vertegenwoordigd voelen. Vast staat in ieder geval dat deze affaire de Nederlandse fotografie geen goed zal doen. In die zin zou mogelijk een tweede rechtenbeheersorganisatie, zoals ook in andere landen het geval is, een uitstekende oplossing zijn die in lijn is met het Lissabon accoord. Voor elk wat wils, het houdt de organisaties scherp...

[1] Verklaring denktank fotografen
 

  • Wij zijn van mening dat het erg vreemd is dat er collectieve regelingen worden bedacht en zelfs aangegaan met archieven over het gebruik van foto’s zonder dat de makers van die foto’s daarvan op de hoogte zijn gebracht of zelfs hun mening hierover hebben kunnen geven.
    De vraag die wij ons stellen is of er wel een goede afweging wordt gemaakt tussen de belangen van de fotografen en het eigen institutionele belang van de organisatie Pictoright.
  • Wij vinden collectieve regelingen heel handig en goed, maar alleen wanneer het onmogelijk is gebleken de regelingen individueel te treffen. In het geval van de archieven is er waarschijnlijk veel meer individueel af te spreken tussen fotografen en archieven dan de huidige regelingen doen vermoeden. Daar zal dan ook eerst heel goed in overleg met de fotografen naar gekeken en over nagedacht moeten worden.
  • Wij vinden dat een overeenkomst met een archief, ruimte moet bieden voor individuele afspraken, maar zeker ook een aantal zaken moet regelen met betrekking tot de kwaliteit van de reproducties en de bij de foto's bewaarde informatie. Ook strakke afspraken over wat er naast het gebruik van de foto's op de internet-site van het archief met de foto's mag en kan worden gedaan, horen in zo’n overeenkomst. Gezien de stand van de huidige digitale techniek is het volgens ons niet zo erg veel werk om per fotograaf zaken individueel te regelen.