WhatsApp-groep met contacten en de geheimhoudingsplicht: boete € 25.000?

Blog Het Recht NL
Gepubliceerd: 16 oktober 2019

afbeelding 2Een commercieel medewerker verwisselt in september 2018 van werkgever. Hij heeft een nieuwe zakelijke smartphone gekregen en maakt daar een WhatsApp-groep op aan met contacten. Privé contacten zoals vriendin, familie en kennissen. Maar ook met contacten van oude ex-klanten met wie hij goed door een deur kon en met nieuwe collega’s, tenslotte maakt zijn slimme foon deel uit van zijn nieuwe leven en neemt hij een stuk van zijn oude leven mee. Maar daarmee begint nu de ellende.

Zijn ex-werkgever ontdekt dit en spreekt hem hierop juridisch aan omdat hij met het maken van deze WhatsApp-groep strijdig heeft gehandeld met zijn geheimhoudingsplicht. En stelt dat hij boete die daarop staat (25.000 Euro) moet betalen. Alsmede een schadevergoeding.

De arme werknemer stelt dat hij de geheimhoudingsplicht niet heeft geschonden, dat hij de groep per ongeluk heeft aangemaakt en bovendien ook weer direct heeft verwijderd.

Hierna zijn er nog wat schermutselingen over en weer, de ex-werkgever en zijn voormalige werknemer komen ondanks uitputtende correspondentie niet tot overeenstemming. Er speelt trouwens ook nog een dingetje over de kosten van het privégebruik van de leaseauto. En er moet ook nog tot uitbetaling van een transitievergoeding worden gekomen, Dus komt er een kort geding aan te pas.

De werkgever vordert daarom via de rechter niet alleen de 25.000 euro boete, maar ook nog de kosten van de andere kwesties. En stelt zich op het standpunt dat door het aanmaken van de WhatsApp-groep voor rond de 135 mensen blijvend zichtbaar is wie de klanten van het bedrijf zijn. Het bestaan van een dergelijke gegevensverzameling, die tot in lengte van dagen blijft bestaan en waardoor een deel van de bedrijfsvoering zichtbaar is zou volgens de ex-werkgever uiterst schadelijk zijn voor zijn bedrijf.

De werknemer voert als verweer aan dat hij het geheimhoudingsbeding niet heeft overtreden omdat hij de groep per ongeluk heeft aangemaakt. Ook heeft hij geen klanten van zijn ex-werkgever benaderd. Deze heeft volgens hem dan ook geen schade geleden.

De rechter bestudeert de tekst van het geheimhoudingsbeding en komt tot de slotsom dat dat de verplichting tot geheimhouding ruim is geformuleerd en dat de werknemer met het creëren van de groep het beding heeft overtreden. Dat dit per ongeluk is gebeurd, is niet relevant bij deze afweging, zo concludeert de rechter.

De werknemer vraagt de rechter echter om een matiging van de boete. Dat is in bijzondere gevallen mogelijk. En deze omstandigheden zijn er wel aldus de rechter. Werknemermans heeft de groep per ongeluk aangemaakt en had daar ook geen enkel belang bij. Het leidde hooguit tot vragen van de zijde van de nieuwe werkgever. Ook het gegeven dat de samenstelling van de groep een mix was van zakelijke- en privé-contacten ondersteunt het matigingsbetoog van de werknemer. Bovendien heeft deze onfortuinlijke gepoogd de groep onmiddellijk weer te verwijderen. Het is ook niet vast komen te staan dat er door het aanmaken van de groep sprake was van een ernstige financiële schade aan de zijde van de ex-werkgever. De rechter laat ook meewegen dat een boete van € 25.000 voor een werknemer die een gezin moet onderhouden, financieel ietwat bezwaarlijk is. De rechter matigt op grond van deze omstandigheden de boete tot € 7.000. Toch altijd nog genoeg voor de ex-werkgever om bescheiden van op vakantie te gaan...

Een geheimhoudingsbeding is aan veel minder regels onderhevig dan een concurrentiebeding. En hoewel de waarde van een degelijk beding in feite vaak beperkt is vanwege de bewijsbaarheid, was het bewijs in deze rechtszaak in ieder geval duidelijk geleverd.

De uitspraak: ECLI:NL:RBGEL:2019:4140, 20 september 2019.

Hieruit blijkt echter wel dat men bij het aanmaken van WhatsApp-, mail- en sms-groepen wel uiterst terughoudend moet zijn. Want zelfs je Facebook-’vrienden’ en LinkedIn-contacten zouden mogelijk kunnen worden geschaad in hun privacy en zakelijke belangen...

Advertentie

Het nieuwe richtprijzenboekje 2019 is uit!

Het richtprijzenboekje dient behalve voor prijsindicatie ook als richtlijn in gerechtelijke procedures bij toewijzing van honoraria en schadevergoedingen bij geschillen. De richtprijzen zijn gebaseerd op onderzoek naar het prijspeil voor publicatie en productie. Bij de prijsberekening worden behalve resultaten van binnenlands onderzoek ook de prijzen van (EU) beheersmaatschappijen zoals het Belgische Sofam meegenomen. Omdat een prijs afhankelijk is van de ervaring, uitrusting en specialisatie van de fotograaf moeten deze prijzen als een gemiddelde worden beschouwd voor hetgeen door afnemers voor fotografie moet worden betaald. Verder bevat dit herziene werkje een link naar de Algemene Voorwaarden Dupho, informatie over licenties, ISO-normen, IPTC metadata en aanlevering van digitale beeldbestanden. Niet alleen voor de fotograaf van nut, maar ook voor de beeldinkoper.

Klik hier voor meer informatie of om het boekje te bestellen.

view counter