Zorgen om drones
Schroefjes los bij de overheid? 

Proloog
Gepubliceerd: 7 mei 2015

afbeelding 2Drones roepen vragen op, blijkt uit een poll onder het Radar Testpanel. Hoe zit het met privacy? En hoe veilig is het dat iedereen een geavanceerd, onbemand vliegtuig vanaf (vaak grote) afstand kan besturen?

Oorspronkelijk werden onbemande vliegtuigen vooral ingezet in het leger. Dat is nog steeds het geval (denk bijvoorbeeld aan de drones die de VS inzetten in het Midden-Oosten), maar drones vinden ook steeds vaker aftrek bij bedrijven en het gewone publiek.

Van de zeshonderd respondenten van de poll hebben 1 procent, dus zes mensen, zelf een drone. 14 procent zou er een willen hebben. 29 procent hoeft er weliswaar zelf geen te hebben, maar heeft er verder geen problemen mee. Verreweg de grootste groep vindt de drone niet zonder meer wenselijk en 50 procent geeft aan zich zorgen te maken over de privacy en de veiligheid.

Drones worden meer en meer gebruikt voor video-opnames en foto’s vanuit de lucht. Dat levert mooie plaatjes op, en kan een effectieve manier zijn om onoverzichtelijke situaties in het oog te houden. Maar wat als jij net half ontbloot lag te zonnen in de beschutting van je eigen achtertuin. Of wellicht geheel ongekleed. Dan hebben wij het nog niet eens specifiek over onze stille maîtresses en minnaars...

De politiek en in haar kielzog het overheidsapparaat liepen uiteraard weer achter de feiten aan. Wat er op het gebied van regelgeving reeds bestond en wat er onnadenkend in elkaar werd gefabriekt was net zo overzichtelijk als een duikpartij in een moddersloot. Politieambtenaren en Rijksluchtvaartdienstbeambten regelden van alles over en door elkaar heen. Zodanig dat er zelfs werd gesproken over de Rijks Kluchtvaart Dienst. Men wist kennelijk het onderscheid niet tussen de gevaren voor de luchtvaart van een brandweerhoogwerker van 32 meter (een Mann Bronto Skylift F32 RLH) en van een onschuldige drone met het gewicht van een maagdelijke postduif op zes meter hoogte...

Er gaapte ineens een belachelijk grote kloof in de inderhaast in elkaar gesleutelde regelgeving. Bedrijven moeten zich sinds de zomer van 2013 aan strenge regels houden. Willen boeren, journalisten, filmmakers en bouwkundig inspecteurs, om maar eens een paar smaken piloot te noemen, met drones vliegen, dan moeten ze eerst een opleiding afronden. Deze duurt 8 maanden en kost 'slechts' 5.000 euro).

De aspirant hemelbestormer moet daarna én slagen voor een theorie- én voor een praktijkexamen. Ook moeten ze hun drones laten keuren en registreren (al gauw een paar duizend euro). En ze moeten een dikke handleiding schrijven voor het gebruikte 'toestel'. Dat is nogal wat inspanning voor een freelance fotograaf of een schaapsherder die zijn kudde vanuit de lucht inspecteert. En dit terwijl de hobbyist, de amateur, zonder meer 'naar boven mag met een al dan niet wrak 'tuigje. Dus ook mijn bijziende opa van tachtig zonder enige medische keuring.

Oftewel, de chirurg moet een afgeronde opleiding hebben, maar wanneer Jantje in zijn buurmeisje wil kerven bij het doktertje spelen en dan ook nog met een bot zakmes, dan mag hij dat gewoon doen...

Inmiddels zijn er wat regels in de maak. Zo wordt de maximum vlieghoogte voor hobbyisten per 1 juli 2015 van 300 meter naar 120 meter teruggebracht. Per 1 oktober dit jaar wil de overheid de grens nogmaals verlagen naar 50 meter. Daarnaast mag de drone vanaf dan niet verder dan 100 meter bij de bestuurder vandaan vliegen. De nieuwe regels gaan gelden voor zowel amateur- als voor commercieel gebruik. Zodat het omzeilen van de regels, een fotojournalist hangt zijn camera onder de hobbyistendrone van de buurman, wordt afgegrendeld.

Meer informatie over drones is te vinden bij het platform drones.