Een nieuwe beroepsvereniging voor fotografen?

Proloog
Gepubliceerd: 6 november 2013
afbeelding 2

Brief aan leden NVF

Uit een brief van Rimmer Mulder (voorzitter van de NVF) aan de leden blijkt dat er momenteel veel speelt binnen de NVF en binnen de andere bij de Fotografenfederatie aangesloten verenigingen.

De Fotografenfederatie is in de vorige eeuw opgericht als koepel van de verenigingen BFN, GKf en de fotojournalistenvereniging NVF. Eind jaren negentig sloot de NVF zich aan bij de journalistenvereniging NVJ van de FNV en stapte daarna uit de Federatie. Op zich een vreemde zaak, de fotojournalisten in dezelfde club als hoofd- en fotoredacteuren, die juist fotografen traditioneel onder druk zetten om bij voorkeur voor niets te werken. Ik zie mezelf nóg voor het bureau van een niet nader te noemen Reed Elsevier-tiepje zitten. Bovendien was het voor veel andere fotografen een teleurstellende zaak omdat eenheid in het vak nu juist zo belangrijk was. Een eenheid die toch al zo moeilijk was te bereiken met verenigingen die van tijd tot tijd in een stammenstrijd probeerden elkaar de kaas van het brood te eten, zoals ik in het verleden heb mogen ervaren. Nederland is hierin, net als overigens Frankrijk, behoorlijk uniek in de wereld. Of je daar trots op moet zijn is een tweede.

Gegroeid uit historie

Er ontstonden meer beroepsorganisaties, in de loop van de tijd traden ook MPN, MWF (v/h NVMAC), Panl, SVFN en MPN tot de Federatie toe. In 2011 trad de NVF weer opnieuw toe tot de Fotografenfederatie:

omdat we als NVF-bestuur geloven in de bundeling van krachten. Daarmee draaien we mee in het proces naar één beroepsvereniging waarin de aangesloten verenigingen dan zouden kunnen opgaan.

Je zou kunnen zeggen dat de rede heeft toegeslagen bij de bestuurders. Al heeft het deel uitmaken van een journalistieke club, die de pers en andere media als tegenspeler heeft, ontegenzeggelijk voordelen voor de persfotograaf.

In maart dit jaar werd er door de zeven verenigingen die samen de Fotografenfederatie vormen, besloten dat het tijd werd een eind te maken aan de over de verenigingen versnipperde belangenbehartigingen voor de beroepsgroep. Hiermee zouden ook de stammenoorlogen ten einde zijn, hoewel het opvallend is dat die de afgelopen decennia erg meevallen. Het is alleen jammer dat het slechte economische klimaat en de veranderingen die ontstaan door vérgaande digitalisering hier aanleiding toe geven en niet het simpele principe ‘eendracht maakt macht’. Was dit wel zo dan had de bedrijfstak al zo’n twintig jaar slechts één vereniging gekend. De eerlijkheid gebiedt dat ik Lars Boering, als directeur van de Fotografenfederatie, speciaal moet vermelden. Lars heeft een belangrijke rol gespeeld en speelt nog steeds een rol in het bij elkaar brengen van verenigingsbesturen en het streven naar eenheid.

view counter

Fusie of opheffen

Volgens de NVF:

Omdat de zeven verenigingen in omvang, cultuur en werkwijze nogal uiteenlopen, is eerst een externe verkenner (Rob Huisman, oud-directeur BNO) op pad gestuurd om behoeften, wensen en eisen te inventariseren. Hoewel zijn rapportage nog tal van vragen openlaat was de algemene conclusie dat we verder moeten op de gekozen weg.

Al eerder mislukte de fusie van twee organisaties. Het heeft hier verder geen zin om namen te noemen en insiders zijn hier toch wel van op de hoogte. De fusie zou zijn afgeknapt omdat de ene vereniging financieel te krap in het jasje zat en dat de andere vereniging betrekkelijk oversized door het leven ging. De eigendommen van een vereniging zijn ten slotte eigendom van de leden. De meest simpele en gezonde oplossing zou zijn om een nieuwe vereniging op te richten waar iedereen lid van zou worden en de oude verenigingen in staat te stellen om een opheffing volgens de statuten netjes af te handelen.

Rimmer Mulder geeft in zijn brief aan dat er een stuurgroep wordt gevormd die een plan gaat maken voor de nieuwe vereniging, met als kernvraag ‘Wat wordt precies van de beroepsvereniging verwacht, welke diensten moet ze leveren en wat is daarvoor nodig?’

Ballotage?

Een tweede stuurgroep zal zich bezighouden met de vraag wie er lid kunnen zijn van de nieuwe vereniging. Mulder schrijft:

De huidige verenigingen hebben alle zeven hun eigen doelgroep en regels voor toelating. Uitgangspunt is dat de nieuwe organisatie een huis moet zijn voor alle beroepsfotografen in Nederland, maar dan moeten we het er over eens zijn wie zich met recht zo mogen noemen.

Dit wordt een van de heetste hangijzers. Want hoe balloteer je zodanig dat de beroepsfotograaf wordt toegelaten, ongeacht of deze technisch werk doet, pasfoto’s maakt of huwelijksreportages, kunstfotografie of high tech reclame- dan wel architectuurfotografie beoefent? Of zuiver registrerende bezigheden heeft, zoals een medisch fotograaf of een reproductiefotograaf?

Internationaal denken

Gelukkig zijn er buiten Nederland genoeg voorbeelden van goed draaiende organisaties. De Hollanders onder ons moeten dan wel bereid zijn om hier naar te kijken, in weerwil van de oer-Nederlandse doe-het-zelf traditie van het uitvinden van wielen die al eeuwenlang bestaan en die nadat het uitvinden is voltooid, vaak vierkant blijken te zijn. Ook met name de FEP (Federation of European Photographers), een organisatie met 50.000 leden uit 29 landen, waaronder Nederland, zou hier een goede adviserende en ook neutrale rol in kunnen spelen.

Omdat het NVF-bestuur voorstander is van de bundeling van krachten hebben we besloten om mee te draaien in het proces dat naar die ene beroepsvereniging moet leiden en participeren we in beide stuurgroepen. Door actief deel te nemen zijn we van mening dat de belangen van de fotojournalist het beste behartigd worden. Dirk-Jan Visser zal namens de NVJ/ NVF in de groep voor het verenigingsplan (met Gerard Til als plaatsvervanger) plaatsnemen en Rimmer Mulder in de groep voor de ballotageregels.

Rimmer Mulder vervolgt dan met:

De NVF is een sterke en goed georganiseerde vereniging. Daarmee heeft de NVF een andere positie dan de andere zes. Dat heeft een formele en materiële reden. Formeel is de NVF geen zelfstandige vereniging, maar een sectie van de NVJ. De NVF kan zichzelf daarom ook niet opheffen en opgaan in een nieuwe vereniging, mochten we daartoe besluiten. Het NVJ-bestuur zou moeten besluiten de sectie voor de fotojournalisten op te heffen en de leden de keuze moeten laten of ze naar de nieuwe beroepsvereniging over willen stappen.

Materieel onderscheidt de NVF zich ook duidelijk van de rest. De NVF heeft er in de jaren negentig voor gekozen de eigen autonomie op te geven en op te gaan in de veel grotere NVJ. Daardoor heeft ze nu duidelijk een voorsprong op de anderen. In het goed ingerichte huis van de NVJ hebben de fotojournalisten een dienstenpakket (juridische hulp, perskaart, de academie, etc.) dat de kleinere zelfstandige verenigingen voor fotografen hun leden niet konden en kunnen bieden. Daarmee heeft de NVF, vergeleken met de andere, minder te winnen en meer te verliezen bij een eventuele opheffing. Als NVF-bestuur zijn we ons hier heel erg bewust van.

Voorsprong geen argument tegen eenheid

De voorsprong die de NVF hier claimt is slechts relatief. Het hangt er maar net van af hóe je invalshoek is. Voor de meeste fotografen is een perskaart geen noodzaak. En zo er sprake is van de noodzaak tot juridische hulp, is de hulpvraag bij andere takken van sport ook vaak heel anders. Bovendien loopt de politie de meeste fotografen niet hinderlijk voor de voeten.

En dit geldt ook voor andere diensten waar sommige fotografen geen behoefte aan hebben. Het lijkt dan ook evident dat, wanneer je het belang en de noodzaak van één belangenbehartigend orgaan inziet, welke ‘voorsprong’ dan ook nooit als enig tegenargument voor het vormen van een krachtige eenheid kan worden gebruikt. Het onderscheid waar Mulder over schrijft, moet daarom redelijkerwijs als fictief worden gezien.

En ten slotte geldt voor een professionele organisatie als de ANWB ook dat zij opkomt voor groepen leden met zeer tegengestelde belangen: automobilisten, fietsers, wandelaars, luchtreizigers en in de toekomst mogelijk zelfs ruimtereizigers. Leden die elkaar kunnen platrijden, blokkeren, af en toe op de ander neerstorten of op andere wijze elkaars schedeldaken pletten…

NVF:

Toch onderschrijft het NVF-bestuur volledig de noodzaak om de krachten in de beroepsfotografie te bundelen voor de beste belangenbehartiging. We hopen daarom oprecht dat het volgend jaar lukt een nieuwe beroepsvereniging te vormen. Of we dan meteen de fotojournalisten daarheen moeten leiden, is een andere vraag. Er zijn ook andere manieren om bij te dragen aan kracht van de nieuwe organisatie. De NVJ heeft veel te bieden aan de nieuwe club. We denken daarom ook na over een zeer hechte samenwerking, verankerd in een convenant. Alle opties zijn nog open. Veel hangt af van wat de nieuwe vereniging straks kan bieden. Het proces naar een nieuwe start is niet zonder risico's.

Dit gaat overigens niet alleen op voor de NVF, iedere vereniging heeft zo wel een aantal, soms eigenzinnige, kenmerken die voortvloeien uit de doelgroep.

Aansluiting van een fotografenvereniging bij de NVJ, zoals hier voorzichtig wordt gesuggereerd, kan dan wel een aantal voordelen hebben, een nieuwe, krachtige fotografenvereniging zal er niet bij gebaat zijn om zich bij een geheel andere club aan te sluiten. Want wat heeft een medisch- of kunstfotograaf bij een journalistenvakbond te zoeken? Bij de BOVAG zijn ook uitstekende voorzieningen, met een deels eigen opleidings- en trainingscentrum (Innovam).

Dat de NVF zichzelf niet kan opheffen omdat dit aan de NVJ is voorbehouden, is geen issue. De NVF hoeft bij een nieuwe vereniging niet te worden opgeheven. De leden stappen formeel over naar de nieuwe vereniging en daarmee is een eventueel probleem uit de weg geruimd. Geheel in de filosofie van het opheffen, alleen hef je niet op maar laat je achter. Bovendien zal een grote vereniging de samenwerking van ‘haar’ fotojournalisten met een journalistieke organisatie nooit in de weg staan.

Door iedere discipline organisatie ruimte te geven voor een eigen identiteit binnen een vereniging zou dit tot een zeer vruchtbare samenwerking in een nieuwe fotografenvereniging kunnen leiden. Er wordt dan wel een hoge mate van loyaliteit verwacht, anders gaat het niet werken. De creatieve fotografen zouden dan evenzo als de culinaire fotografen subiet achter hun pasfoto’s makende leden moeten gaan staan, de ‘pasfotografen’ en de fotografen ‘met een winkeltje’ zouden ‘de kunstzinnigen’ zonder ook maar één bedenking moeten steunen. Anders werkt een samenwerking niet.

Een goede tussenoplossing zou ook kunnen zijn dat er één vereniging komt met verschillende secties. Zoals de NVJ die overigens ook kent. Politieperskaarten voor de sectie persfotografen, museumjaarkaarten voor de sectie kunstfotografen (!), probleem geklaard.

Het zou de bedoeling zijn om omstreeks 1 februari volgend jaar een plan te hebben dat door de zeven verenigingen ieder afzonderlijk moet worden beoordeeld. Voor opheffing is volgens het verenigingsrecht de toestemming van de meerderheid van de individuele leden noodzakelijk. Bovendien zullen dezen bereid moeten zijn zich aan te sluiten bij een nieuwe, grote vereniging die nu eindelijk wél beleid kan gaan voeren en een vuist maken tegen voor fotografen onrechtvaardige dan wel ongewenste ontwikkelingen.

Wanneer hierover een positieve beslissing ligt, kan de Fotografenfederatie worden ontbonden. Het probleem van een fusie die tot mislukken lijkt te zijn gedoemd, zoals boven omschreven, wordt hiermee omzeild.

Rimmer Mulder:

Voorop staat het belang van de fotojournalisten die bij de NVF zijn aangesloten. Daarom willen wij alle leden ook nadrukkelijk vragen mee te denken en mee te praten. Deze speciale nieuwsbrief is niet alleen bedoeld om te informeren maar juist om leden te betrekken bij de besluitvorming. Laat u daarom horen.

Conclusie, hoe groot wil je zijn

In principe zal voor iedere vereniging het belang van de leden voorop staan. Daarin is de NVF absoluut niet uniek. Het zal alleen volgend jaar niet de keus zijn tussen de specifieke belangen van de bij de verschillende verenigingen aangesloten fotografen en het mogelijk opgeven van bepaalde faciliteiten of opgebouwde tradities.

Het zal de keus zijn tussen dit specifieke belang en de belangen van álle fotografen.
Na jaren vanaf de zijlijn de verschillende organisaties te hebben meegemaakt, geven de veelbelovende ontwikkelingen mij als fotograaf oprecht hoop. De hoop dat er nu eindelijk iets wezenlijks wordt neergezet. En ik weet dat ik daar in mijn vak niet alleen in sta…

view counter