Lennen Descamps
Gepassioneerd door auto’s

foto: © Lennen Descamps
view counter

Een langzame snelweg

Een geduldige reeks auto's schuift langzaam over de snelweg langs het restaurant waar Lennen Descamps (° Kortrijk 1982) en ik mekaar ontmoeten om te praten over zijn werk: auto's fotograferen. Lennen DescampsTelkens wanneer ik spreek met iemand die gepassioneerd is door auto's, zie ik de twinkeling in de ogen, de opwinding van het jongetje dat met Matchbox-autotjes speelt. “De belangstelling voor auto's zit er van kleins af in,” zegt Lennen. Het is een fascinatie die niet voorbij gaat, die niet afneemt of verslijt: de vorm van de auto's, het comfortabele interieur, het gebrom van de motoren, de immense hoeveelheid paardenkracht, het vermogen om duizelingwekkende snelheden te bereiken, de mogelijkheid om je zonder inspanning te verplaatsen naar waar je zelf wilt... de wereld rond... het blijft een droom.

Autowrakken fotograferen

De interesse voor fotografie kwam later, pakweg in 2004 toen een vriend een digitale reflex had gekocht. Later kocht hij er zelf één. Daar kon hij meer mee dan met de compacte camera die hij gebruikte om autowrakken te fotograferen. Hij deed de expertise van ongevallen bij auto's voor een opkoopfirma. Daarvoor reisde hij heel België door, behalve de provincies West- en Oost-Vlaanderen. Per jaar reed hij meer dan 100.000 km. Via de centrale website Informex konden alle foto's van alle experts bekeken worden. Kandidaat-kopers konden on-line een bod doen, maar op een bepaald moment liepen de prijzen erg terug. De verkoop naar Polen was sterk verminderd. Lennen kreeg zijn ontslag en ging zich meer verdiepen in de fotografie.

Schoolfotografie

Zijn opleiding volgde hij bij Syntra West te Brugge. Terloops kwamen er opdrachten binnen. Om het officieel te maken ging hij in bijberoep, maar hij dacht er nooit aan om er iets professioneels mee te doen. “Eigenlijk had ik er wel aan gedacht,” zegt Lennen, “ maar ik heb het nooit geloofd.” Vervolgens ging hij op zelfstandige basis aan de slag voor een bedrijf dat schoolfotografie deed. “Schoolfotografie was een bron van voorlopige inkomsten. Ondertussen kon ik uitkijken naar andere opdrachtgevers”, zegt hij. Sinds september 2011 is Lennen voltijds zelfstandig fotograaf.

Desserts fotograferen

Nu combineert Lennen the best of both worlds: auto's én fotografie. Waar gaat zijn grootste voorkeur naar? Dat is moeilijk te zeggen. “Ik kan niet ergens naartoe gaan wat met auto's te maken heeft, zonder mijn toestel mee te nemen, maar foto's maken op zich vind ik ook leuk,” antwoordt hij. “Het hoeft echter niet altijd autofotografie te zijn. Juist heb ik een test gedaan om een boek te maken met allemaal desserts. Ik wacht nog op de goedkeuring. De man die het boek schrijft ziet wel 95% kans op slagen. Bij Dell'Anno, de winnaar van "Mijn Restaurant" had ik eerst het interieur gefotografeerd, en vervolgens de gerechten. Die foto's zouden dienen voor zijn tweede boek, maar dat project is helaas afgesprongen na het faillissement van Dell'Anno. Het boek is er nooit gekomen.”

Mijn foto op de cover

“Sinds 7 nov. 2011 werk ik voor het tijdschrift Autowereld. Dat is het best verkochte autotijdschrift in Vlaanderen. De eerste keer dat een foto van mij op de cover kwam, was die van de Aston Martin Virage. Meestal worden onze eigen opnames in het klein op de voorkaft geplaatst. De grote foto's komen meestal van de fabrikant zelf. foto: © Lennen DescampsDie Aston Martin was fel oranje. Ik heb hem gefotografeerd op de luchthaven van Oostende, met het vliegtuig van de vliegtuigschool in de achtergrond. Die setting deed een beetje denken aan de track van Top Gear. Dat vind ik zo'n toffe TV, omdat het niet uitsluitend over auto's gaat. Het is puur entertainment. Het gaat al lang niet meer om de auto's zelf. Het gaat om het imago van bad boys dat ze creëren. Ze zijn heel chauvinistisch. In België zouden we zoiets niet kunnen doen. Het zou er veel te gemaakt uitzien. Belgen schuiven zich meestal in de positie van de underdog. Daar voelen wij ons het comfortabelst bij. We kunnen ons niet boven iemand anders zetten. Als ze bij Top Gear kritiek krijgen, dan doen ze er meestal nog een schepje bovenop. Dat nostalgisch chauvinisme is op niets meer gebaseerd, want Britannia rules al lang the waves niet meer, maar het is puur amusement.  Hun manier van fotograferen is ook heel sterk. De manier waarop ze het in beeld brengen, dat is adembenemend. De fotografen voor het blad beschikken over een enorm budget. Ze krijgen bijvoorbeeld drie, vier dagen om te werken rond één auto. Hun concept hebben ze ondertussen over de hele wereld geëxporteerd. Het is het meest bekeken programma ter wereld, en hun magazine wordt over de hele wereld verkocht in plaatselijke edities. Mega!”

Zagato

“Ons land is te klein en de verkoop van automagazines is te beperkt. Je hebt ook nog Autogids dat door dezelfde uitgever gemaakt wordt, maar dat richt zich vooral op mensen die een nieuwe auto willen kopen. Autowereld richt zich meer op de “petrolheads”. We  proberen de tests te combineren met commentaar voor de echte liefhebber, zodanig dat niet alleen de potentiële kopers van een nieuwe auto het magazine willen lezen. Zo staat er in het laatste nummer een uitgebreide test van de nieuwe Porsche 911, mét eigen commentaar van Marc Duez, een piloot die veel competities gereden heeft met Porsches. Het wordt met opzet subjectief weergegeven om de lezer de indruk te geven dat hij zelf achter het stuur zit. Auto's in magazines, dat gaat over dromen, niet over de dagelijkse werkelijkheid van de files op de snelweg. Samen met het artikel over de nieuwe Aston Martin Zagato waar ik de foto's van gemaakt heb, is er ook een review van de oude Zagato van 45 jaar geleden bij gekomen. Dat geeft het gevoel van een hoogstaande traditie die verder gezet wordt. De opnames heb ik gemaakt in Banbury, Groot-Brittanië. De fotostudio was gehuurd. Aston Martin had dit helemaal geregeld. Ik kreeg 8 uur om mijn opnames van de Zagato te maken. Dat is een droom! foto: © Lennen DescampsMorgen moet ik opnames maken in een studio in Londen. Aston Martin gaat me oppikken aan Heathrow. Ik had voorgesteld om ter plaatse een auto te huren, maar dat vinden ze niet praktisch. Het verkeer in Londen is heel auto-onvriendelijk. Daarom stellen ze de hele dag een chauffeur tot mijn beschikking. Ze geven door welk materiaal er standaard in de studio voorzien is, en ze vragen me of ik nog iets extra nodig heb. Het wordt allemaal extreem goed geregeld en opgevolgd,” zegt Lennen. “Dat is echt plezierig werken. Ik weet nog niet welke auto ik mag fotograferen. Er zit een embargo op de beelden tot juli. Zolang mogen ze niet vrijkomen. In de studio krijg ik assistentie van iemand die de lichten zet zoals ik ze wil. Zo'n grote opnamestudio's zijn er in België niet. De nabewerking doe ik altijd zelf. Autowereld betaalt mij per opdracht. De onkosten voor hotels en tickets worden betaald door Aston Martin zelf. Alles gebeurt op uitnodiging. Ze zorgen ervoor dat je je beelden kunt maken. Vorige keer hadden ze zes fotografen uitgenodigd. Autowereld gebruikt mijn beelden voor het magazine, maar ze kunnen ze niet doorverkopen. Als ik het overleg met Autowereld, dan kan ik de opnames weer voor andere toepassingen gebruiken. De rechten blijven bij mij. Ook voor hun eigen Facebook vragen ze aan mij de toestemming om de foto's te gebruiken.”

Vijf SUV's in Normandië

“Ik heb geen extra opleiding gevolgd voor autofotografie. Ik doe het zoals ik denk dat het moet. Bovendien kijk ik overal rond om te zien hoe ze het doen. Ik pas dit vervolgens toe in functie van de tijd, het weer, het type auto en de omgeving. Ik heb geen vaste manier van werken. Op voorhand kijk ik welk weer het zal zijn. Ik bekijk waar de opnames gemaakt zullen worden en welke auto het zal zijn. Ik werk liever op locatie dan in een studio. De locatie voor de opnames en de test gebeurt in samenspraak met de journalist. Het idee om de vijf SUV's aan de Normandische kust te fotograferen kwam van mij. De uitgever van het magazine bepaalt zelf de prijs. In het algemeen verdien je via de pers minder dan dat je voor jezelf zou werken. Het magazine brengt op naar gelang het aantal advertenties. Zij stellen zelf het budget voor, en jij moet bepalen of het daarvoor kan. Eén dag opnames wordt meestal gevolgd door een halve dag tot een dag nabewerking. Meestal laat ik de opnames drie à vier dagen liggen voor ik eraan begin. Dan kan ik beter beslissen welke richting ik ermee uitga. Zelf een studio opzetten is budgettair niet te doen. Ten eerste: de aankoop of de huur van de ruimte is al heel duur. Om dat rendabel te maken moet je constant heel veel werk hebben. Bovendien ben je altijd gebonden aan de studio, en ik weet niet of dit zo positief is voor de creativiteit. Op locatie kan je veel creatiever zijn. In de studio ga je veel sneller een routine krijgen. Thuis heb ik een kleine studio om pack shots te maken. De studio is niet groter dan een garage,” lacht Lennen, “maar voor pack shots heb je niet meer nodig.”

foto: © Lennen Descamps

City Marketing

“Mensen fotograferen doe ik ook graag. Niet zo zeer het klassieke, want dan val je snel terug in wat iedereen doet. Als ik mijn eigen ding mag doen, dan is het goed. Momenteel ben ik bezig met het voorbereiden van een project rond city marketing, gekoppeld aan bekende gezichten. Spannend.... Het zullen geen klassieke portretfoto's zijn. Het moet speciaal zijn; anders dan de meeste fotografen. Ik ga waarschijnlijk flitsen op locatie: een sandwich-belichting met een grote sofbox vooraan. Die sandwich-belichting zorgt ervoor dat de mensen uit de achtergrond komen. De Amerikaanse fotograaf Joel Grimes is mijn grote voorbeeld. Hij is gespecialiseerd in al wat sportmensen betreft. Vaak maakt hij opnames in de studio die hij detoureert en daarna plaatst in de sportomgeving. Hij is onlangs op de Amerikaanse TV geweest bij "Framed". Hij maakt ook promofilmpjes voor Wacom tablets, om te demonstreren hoe hij daarmee werkt. Hij heeft zo'n eigen stijl. Soms fotografeert hij de mensen op locatie, maar vervangt dan de natuurlijke achtergrond (bijvoorbeeld een looppiste) door een andere achtergrond om een surrealistisch effect te verkrijgen.”

Analoge camera's

“Momenteel kan ik goed leven van mijn fotografie. Ik heb mezelf een jaar gegeven om te zien of het lukt. Het kan altijd beter, maar voor een begin is dit zeker niet slecht. Pas na vijf jaar kan je je echte inkomen goed bekijken, maar als het zo doorgaat ziet het er niet slecht uit. Middenformaat-camera's geven betere resultaten, maar wanneer ik de beelden bekijk van Joel Grimes, en als ik lees dat hij ze maakt met een Canon Eos Mark II, dan denk ik: “Het kan toch niet beter!”. Nu zou hij gaan overstappen op de Mark III. Een middenformaat camera heeft hij niet nodig. Het is maar wat je doet met je beschikbare materiaal. Je kunt ook struikelen over je materiaal. Het kan in je weg staan voor bepaalde opnames. In de studio heb je meer tijd, maar bij huwelijken en bij andere reportages kan je daar niet snel genoeg mee overweg. Ik werk nog vaak met de Canon AE met een 50mm lens en een TriX zwart-wit film. Zelf ontwikkelen heb ik nooit gedaan. Ik ben er altijd voor geïnteresseerd geweest, maar wanneer heb ik daar de tijd nog voor? En moet ik daarin investeren? Mijn collega Dirk Deknudt is er een ongelooflijke krak in. Ik heb al een paar keer met hem in de Doka gestaan. Het heeft iets magisch. Zeker met de manuele toestellen. Zo heb ik nog een Pentax 67 liggen, en een Rolleiflex. Het gevoel dat je daarmee krijgt... Het analoge, met de film erin steken en zo, dat is toch iets anders. Bovendien moet je altijd wachten tot de film ontwikkeld is tot je weet of het goed was.”

Extra stimulans

“Als ik kan blijven doen waarmee ik vandaag bezig ben, dan zal ik heel tevreden zijn. Ik zou me verder willen specialiseren in wat ik nu doe. Dat zou fantastisch zijn! Ik zou goed willen kunnen leven van de fotografie. Niets doen tegen mijn zin. foto: © Lennen DescampsAls ik iedereen hoor klagen over hoe slecht het gaat in de fotografie, dan is dat voor mij juist een stimulans om door te zetten. Ik vind het wel leuk om tegen de stroom in te roeien. Dat geeft een kick.”

“Mijn droomauto is de Caterham Superlight. Die is een beetje lichter dan de gewone. Of liever nog een Range Rover met een aanhangwagen eraan, zodat ik er de Caterham op kan zetten om mee naar het circuit te rijden. Heerlijk!”

“Combineren van tekst met foto's is niet aan mij besteed. Ik zou het graag kunnen, maar verbaal ben ik niet zo sterk. Als je de inleiding van het artikel over de vijf SUV's in Normandië leest, dat is toch om bij weg te dromen. Je komt zo in de sfeer. Zo kan ik het helaas niet. Wat dat betreft ben ik als Andy Warhol die zei: "I never read. I just look at the pictures.”

Na afloop van ons gesprek stap ik in mijn wagen en rijd richting Brugge. Overal zijn er werkzaamheden om de toenemende stroom auto's nog beter te kanaliseren. Over de zes en een halve kilometer doe ik welgeteld één uur. Ondertussen kijk ik naar al het banale, blinkende staal dat me tegemoet komt op de tegenliggende rijstrook. Geef me maar de opnames van Lennen om bij weg te dromen...

view counter