Ballen in de boom, het verdwijnen van GW

Proloog
Gepubliceerd: 24 december 2012

afbeelding 2Zo net voor de Kerst is het de bedoeling dat iedereen vervuld is met warme gedachten, gezelligheid is troef. Behalve vrede op aarde, veilig vuurwerk en ballen in de boom zal er gezelligheid heersen.

De afgelopen week was er iets toch wel schokkends. Er verdween weer een stuk traditie. Een deel van iets dat bepalend is of was voor sommige collega fotografen en zeker voor mijzelf omdat het grafische vak onze beroepsgroep nauw raakt. Op de voorpagina van het 'GW', voorheen het 'Grafisch Weekblad', een afscheidsartikel van de redactie dat het 'GW' ophoudt te bestaan: 'Het GW stopt er mee'.

Nu ben ik weliswaar tegenwoordig een digitale hoofdredacteur, volgens een goede bekende uit het grafische vak heb ik nog steeds drukinkt in mijn aderen. Dit is waar, ik weet nog hoe ik, lang geleden, de eerste door mij bij elkaar gefotografeerde brochure van de pers zag komen. De foto's waar je met veel aandacht aan had gewerkt zag je in seconden in duizendvoud langsglijden. Ineens voelde ik de macht die een fotograaf heeft, jouw product dat de hele wereld over kan gaan. En ik voelde een heilig respect voor die mannen die hier zorg voor droegen. De pers stelden, het papier inlegden, goochelden met de inktbakken en in die tijd vaak kleur voor kleur de vellen bedrukten.

De drukkerswereld en alles daar omheen, van concept tot bedrukt eindproduct, heeft mij altijd gefascineerd. Ik mag dan ook een aantal grafici tot mijn vrienden rekenen. Ik leerde veel van lithografen en drukkers waardoor mijn functie in de keten voor mij duidelijker werd.

Rien Berends en Cees Pfeifer, die tot die tijd de redactie vormden van 'Graficus', richtten met Rai/Langfords het 'Grafisch Weekblad' op als tijdschrift. Nadat het Grafisch Weekblad in1994 uitkwam werd ik er door een vriend op geattendeerd en vond dit, net als 'Graficus', razend interessant. Interviews, achtergronden, maar ook ontwikkelingen in de techniek, nieuwe drukpersen en drukprocedés. En lekker voeten op de grond. Enige tijd nadat het een naamwisseling onderging, de nieuwe naam werd 'GW', schakelde men over naar een tabloid formaat, het weekblad transformeerde van tijdschrift naar blad. Ongetwijfeld ingegeven door een kostenaspect, maar het voelde voor mij nog meer aan als blad, een krant staat nu eenmaal gevoelsmatig dichterbij de gewone mens dan een glossy. Althans, voor mij.

Nu, ineens, is 'GW' verdwenen na 18 jaar een trouwe metgezel te zijn geweest. Het is bijna symbolisch voor de neergang van het grafische vak. De KVGO (Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen) die de helft van haar mensen, de 17 buitendienstleden, moest ontslaan. Price Waterhouse Coopers waar men in een rapport moest concluderen dat de helft van de titels binnen twee jaar zullen verdwijnen. Insiders die verwachten dat er over een paar jaar slechts tweehonderd grafische bedrijven over zullen zijn.

Toch, ingegeven door mijn hart vol drukinkt, denk ik dat in de toekomst deze eens voor de fotografen van levensbelang zijnde branche, zal blijven bestaan. Weliswaar als een niche. Maar net zoals de fotografie de schilderkunst niet kon verdrijven, denk ik dat er altijd gedrukt zal blijven worden. Gewoon, omdat het mooi is en lekker ruikt.

Een van de medewerkers van 'GW', Ton Bennink, beschreef het gevoel dat hij had in een reactie op het afscheidsartikel op de GW website: 'Klote. Maar toch stijlvol op de dag dat de aarde vergaat. Cees en Rien, het was een plezier om met en voor jullie te schrijven.'

Aan zijn commentaar moet ik straks denken tijdens het onvermijdelijk familiair kerstsamenzijn. Met weemoed kijkend naar de ballen, hangend in de kerstboom, met de echo van 'GW' nog in mijn ogen.