Freelance journalisten pakken De Persgroep aan

foto: © Freelance journalisten pakken De Persgroep aan

De freelance (foto)journalisten Britt van Uem (Tubantia) en Ruud Rogier (Brabants Dagblad) hebben een belangrijke stap in de rechtszaak tegen De Persgroep gezet. Inzet van de rechtszaak is een billijk tarief dat in overeenstemming is met wat journalisten in vast dienstverband verdienen. Nu krijgen deze freelancers gemiddeld 16,50 euro per uur, terwijl (foto)journalisten in vast dienstverband met een vergelijkbare staat van dienst 60 à 80 euro per uur verdienen. In het tussenvonnis dat vandaag verscheen, zegt de rechter dat het voor de bepaling of een vergoeding al dan niet billijk is relevant is wat een freelance (foto)journalist per uur aan een opdracht verdient. Nu betalen media niet per uur maar per woord of per foto of foto-opdracht. Relevant is volgens de rechter ook wat journalisten in loondienst voor datzelfde werk verdienen. Dat de rechter deze twee omstandigheden mee laat wegen bij het bepalen van een billijke vergoeding is nieuw.

De Persgroep weigerde de zaak bij de Geschillencommissie Auteurscontractenrecht te laten behandelen. Dit lijkt onfris te ruiken, maar dat schijnt bij De Persgroep wel vaker zo te zijn wanneer het over freelancers gaat.

Tijdens de rechtszaak op 3 april jl. tegen de freelancers Britt van Uem en Ruud Rogier stelde Bart Verkade, directeur van de Persgroep Nederland, dat de waarschijnlijk door hemzelf uitgevonden ‘exploitatiewaarde’ het criterium was voor het vaststellen van een billijke beloning. Als dat ook wordt gehanteerd bij regioredacteuren in vaste dienst, zou dit salaris naar berekening hun salaris waarschijnlijk uitkomen op nog geen € 15.000 per jaar.

foto: © Freelance journalisten pakken De Persgroep aanBritt van Uem wil 49 cent per woord voor haar schrijfwerk in plaats van de huidige 13,4 cent. Ruud Rogier wil 150 euro per foto in plaats van 42 euro. Als de rechter daar in mee gaat kost dat de Persgroep ongeveer 2800 euro.

Een van de belangrijkst bezwaren die Van Uem en Rogier aandroegen in de rechtszaal is het verschil in vergoeding tussen hun regionale werk en dat van freelancers die voor landelijke media actief zijn. De Persgroep betaalt voor artikelen voor landelijke media aanzienlijk meer. Van Uem en Rogier stellen dat de vergoeding gelijk zou moeten zijn omdat het werk hetzelfde is. De Persgroep stelt dat met werk in regionale kranten minder te verdienen is vanwege het kleinere verspreidingsgebied. En dat de lagere vergoedingen daarvan het gevolg zijn.

Blijkbaar is men bij De Persgroep niet geheel compos mentis. Betrokken op benzine zou volgens deze redenering benzine die regionaal wordt verstookt goedkoper moeten zijn dan benzine waar men landelijk een grote afstand mee rijdt. Helaas is een liter noig steeds een liter, een woord een woord en een foto een foto. Elementaire begrippen die ons in het lager onderwijs reeds werden bijgebracht.

Otto Volgenant, advocaat van Van Uem en Rogier zegt over deze zaak: ‘Rogier werd door de Persgroep op pad gestuurd voor een foto in het Brabants Dagblad, was daar zo’n 2,5 à 3 uur mee bezig, en kreeg daar dan 42 euro voor. Van Uem kreeg voor een artikel van 500 woorden in Tubantia, waar ze zo’n 4 uur mee bezig was, 13 cent per woord. Dat is te weinig om van te leven. Bij de rechter hebben we een billijke vergoeding gevorderd. Wat we vroegen was zeker geen vetpot, maar wel redelijk, zeker als je het afzet tegen de nettowinst van meer dan 100 miljoen euro die de Persgroep per jaar maakt.

De rechtbank van Amsterdam heeft een uitspraak in deze rechtszaak aangehouden. De rechter wil graag meer informatie over de tarieven die De Persgroep hanteert, voordat hij overgaat tot een uitspraak. Dat blijkt uit de tussenvonnissen die afgelopen vrijdag 17mei zijn uitgesproken. Daar hoort in ieder geval een tarieflijst bij, inclusief de daarbij behorende toelichting. Pas na indiening van die stukken velt de rechter een oordeel.

foto: © Freelance journalisten pakken De Persgroep aan‘Van Uem en Rogier hebben een belangrijke eerste stap gezet. Deze twee freelance journalisten deden een beroep op de Wet Auteurscontractenrecht. Die is bedoeld om de positie van de maker te verbeteren en dus de marktmacht aan te pakken. Deze wet geldt nu bijna drie jaar. Dit is de eerste rechtszaak die hierover gevoerd wordt. Uit dit vonnis blijkt dat de rechter de mogelijkheden die de Wet Auteurscontractenrecht biedt aangrijpt om de onderhandelingspositie van individuele freelancers ten aanzien van grote exploitanten zoals De Persgroep te verbeteren. Dat is een gunstig teken’, volgens Rosa Garciá Lopez, secretaris van de NVJ.

Wanneer de rechter de eisen afwijst, zal de NVJ waarschijnlijk het stokje overnemen en de uitspraak uitleggen als het falen van de geschillencommissie. ‘Als je als uitgever weg kunt blijven bij de commissie en daar voor de rechter ook nog eens mee weg komt, dient de wet te worden aangepast’, zo zal de beroepsorganisatie dan bepleiten. De NVJ en de NVF zullen zich blijven inzetten voor billijke tarieven en voor een sterkere onderhandelingspositie voor freelance (foto)journalisten.