Plagiaat door Katy Perry

Blog Het Recht NL
Gepubliceerd: 11 september 2019
Onder redactie van Mr. Kitty van Boven

afbeelding 28Op 30 juli 2019 verscheen er bericht dat Katy Perry zich schuldig had gemaakt aan plagiaat. Haar nummer ‘Dark Horse’ lijkt volgens de jury te veel op het nummer ‘Joyful Noise’ van Marcus Tyrone Gray.[1] Men kan zich naar aanleiding van dit bericht afvragen wat plagiaat nu eigenlijk is. In deze bijdrage wil ik daar nader op ingaan.[2] Daarbij zal ik eerst plagiaat bespreken, vervolgens zal ik de zogenaamde ontleningsleer bespreken en tot slot zal ik de verweren van Katy Perry bespreken.

Plagiaat is geen juridische term. Volgens de Van Dale is plagiaat: “het zich toe-eigenen van het geestelijk werk van anderen en het als eigen werk openbaar maken”.

De vraag is dan hoe plagiaat juridisch gekwalificeerd kan worden.

Plagiaat is een inbreuk op het auteursrecht van de rechthebbende. Op grond van artikel 1 Auteurswet mag het werk van de rechthebbende immers uitsluitend met zijn toestemming vermenigvuldigd en openbaar gemaakt worden. Indien men plagiaat pleegt heeft men geen toestemming van de rechthebbende voor de vermenigvuldiging en of openbaarmaking. Daarmee pleegt men een inbreuk op het auteursrecht van de rechthebbende.

Bij plagiaat wordt vaak niet het volledige werk overgenomen, maar slechts een deel daarvan. En dan hoeft dat deel ook niet eens één of één overgenomen zijn, het overnemen in een ietwat gewijzigde of licht bewerkte vorm kan ook plagiaat zijn. Dit komt veel voor bij muziek en boeken. Of het gebruik van een deel van een werk als plagiaat heeft te gelden is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In ieder geval is geen sprake van plagiaat indien sprake is van een van de beperkingen van het auteursrecht zoals bijvoorbeeld het citaatrecht ex. art. 15 Aw.

Of het gebruik van een deel van een werk heeft te gelden als een vermenigvuldiging van dat werk heeft te gelden wordt bepaald op grond van de zogenaamde ontleningsleer.

Het is namelijk mogelijk dat twee personen een werk maken dat gelijkenis met het werk van de ander vertoont zonder het werk van de ander te kennen. Zoals u zich zult kunnen voorstellen is het (nagenoeg) onmogelijk om te bewijzen of de een het werk van de ander kent. Alleen als er sprake is van ontlening is er dan sprake van een inbreuk. Op grond van het zogenaamde Barbie arrest[3] geldt bij ontlening een omgekeerde bewijslast, het is aan de vermeende inbreukmaker om te bewijzen dat zijn werk niet is ontleend.

Daarvoor is wel vereist dat er een behoorlijke mate van overeenstemming is. De vraag is dan welke mate van overeenstemming vereist is om die omkering van de bewijslast toe te passen. Dat is bepaald in het Una Voce Particolare arrest.[4] Het enkele stellen van de auteursrechthebbende dat sprake is van ontlening onvoldoende:´Daartoe is een mate van overeenstemming vereist die van een zodanige aard en omvang is dat, indien het bedoelde vermoeden niet wordt ontzenuwd, geoordeeld moet worden dat van een ongeoorloofde verveelvoudiging in auteursrechtelijke zin sprake is.´ Er moet dus sprake zijn van een zodanige overeenstemming tussen beide werken dat onafhankelijk identieke schepping bepaald onwaarschijnlijk moet worden geacht. Daarnaast moet er geen redelijke twijfel mogelijk te zijn over welke van beide werken het oudste is. Immers, alleen het jongere werk kan aan het oudere werk ontleend zijn, niet andersom.

Ik heb de processtukken niet ingezien, maar uit de diverse krantberichten komen de volgende verweren van Katy Perry naar voren.[5] Ten eerste luistert zij geen ‘christian rap’. Dit verweer is gezien het eerdere naar Nederlands recht weinig kansrijk. Ten tweede is het werk ‘te simpel voor auteursrechtelijke bescherming’. Ik heb in een eerdere bijdrage de criteria voor auteursrechtelijke bescherming uiteengezet en zal daarom niet nader ingaan op dat standpunt.[6] Deze verweren van Katy Perry zijn door de jury niet gevolgd.

Ik vraag mij af of Katy niet beter het volgende verweer had kunnen voeren.[7] Het deel van de nummers dat gelijkheid vertoond is een zogenaamde ‘descending ostinato’.[8] Marcus Gray was niet de eerste die een ‘descending ostinato’ gebruikte in een nummer. Het is namelijk ook te horen in o.a. Bach’s Violin Sonata in F Minor.[9] Dit werk bevindt zich in het publieke domein en daarom kan Marcus Gray geen beroep doen op auteursrechtelijke bescherming van de ‘descending ostinato’. Een vergelijkbaar verweer is eerder met succes gebruikt in de zaak tussen DJ De Jong en DJ Tiësto.[10]

Al met al is deze zaak belangrijk voor de muziekindustrie. Ik heb in deze bijdrage plagiaat besproken naar Nederlands recht, mogelijk dat de kwestie naar ander recht anders beoordeeld zal worden.

[1] www.nrc.nl/nieuws/2019/07/30/katy-perry-schuldig-bevonden-aan-plagiaat-a3968623
U kunt de nummers hier beluisteren: www.youtube.com/watch?time_continue=33&v=0KSOMA3QBU0
www.youtube.com/watch?time_continue=29&v=QCcW-guAs_s

[2] Zie over het auteursrecht bij gebruik van samples in muziek: www.ie-forum.nl/artikelen/margriet-koedooder-over-de-kraftwerk-zaak

[3] HR 21 februari 1992, NJ 1993/164

[4] HR 29 november 2002, NJ 2003/17

[5] www.washingtonpost.com/opinions/2019/08/02/how-katy-perry-could-have-won-dark-horse-lawsuit/?noredirect=on

[6] www.photonmagazine.eu/hoe-legt-u-uw-auteursrecht-vast

[7] Mogelijk is dat verweer wel gevoerd en simpelweg niet in de berichten over deze zaak verschenen.

[8] ipkitten.blogspot.com/2019/08/jury-awards-joyful-noise-28m-in.html

[9] Zie voor een kritische noot over de gelijkheid van de nummers met meer voorbeelden van een vergelijkbare ‘descending ostinato’: www.youtube.com/watch?v=0ytoUuO-qvg

[10] uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ3393