Arrest Hoge Raad inzake beroep in cassatie Johan Cruijff versus Tirion - De Jong
Don Johan en het gevecht tegen de windmolens

Het Recht NL
Gepubliceerd: 3 juli 2013

portret van Jurriaan NijkerkGuus de Jong in actie<br />
foto: © Eddy Posthuma de BoerOp 14 juni werd er door de Hoge Raad een arrest gewezen in een al lang lopende zaak tussen Johan Cruijff enerzijds als eiser en Uitgeverij Tirion en Guus de Jong (79) anderzijds als verweerders. Hoewel het arrest van groot belang is was deze eigenlijk al min of meer te voorzien. Het is een grondig gemotiveerd arrest waarin de Hoge Raad zich ook uitspreekt over haar overwegingen die bijzonder waardevol zijn.

Geschiedenis

Internationaal sportfotograaf Guus de Jong (79), die een van de meest uitgebreide archieven heeft met een focus op voetbal en wielrennen  werd benaderd door Uitgeverij Tirion om beelden te leveren voor een fotoboek over Johan Cruijff met biografische inslag.

Johan Cruijff heeft echter heel merkwaardige ideeën over fotoauteursrecht, zo schijnt hij ooit tegen Johan Derksen van Voetbal International te hebben gezegd over foto’s waar hij op staat afgebeeld: ‘Die zijn van mij want ik sta er op.’ Cruijff is echter een publiek persoon en heeft net zo veel auteursrechten op dergelijke foto’s als onze Z.K.H. Willem Alexander op de foto’s die voor de media aan het hof zijn gemaakt.

Toen het boek uit moest komen vond Cruijff dat Uitgeverij Tirion hem toestemming had moeten vragen. Tirion heeft toen, kennelijk  omwille van de lieve vrede, Cruijff een vergoeding aangeboden, terwijl Tirion dit wettelijk gezien niet hoefde te doen. Cruijff heeft dit aanbod afgewezen en zich op zijn ‘portretrecht’ beroepen, hoewel de Auteurswet het in dit verband alleen heeft over portretten, in opdracht van de geportretteerde vervaardigd.

Het leidde tot een confrontatie die voor de rechter(s) werd uitgevochten. Cruijff  werd in eerste aanleg in het ongelijk gesteld waarop hij hoger beroep aantekende. Op 3 januari 2012 werd door het Gerechtshof in Amsterdam [1] arrest gewezen, waarbij de vorderingen van Johan Cruijff niet toewijsbaar werden geacht:

Dat, zoals Cruijff betoogt, het portretrecht aanspraak geeft op een exclusief exploitatierecht, en in zoverre is te vergelijken met een recht van intellectuele eigendom, kan niet als juist worden aanvaard. Daarmee worden rechten van de auteur van de foto’s, zonder wiens eigen creatieve prestatie de foto’s überhaupt niet zouden hebben bestaan, miskend: het portretrecht moet in dit verband in beginsel worden gezien als een beperking van de uit het auteursrecht voorvloeiende exploitatierechten van de maker van het portret met het oog op redelijke belangen van de geportretteerde.

Verderop stelt het hof in het vonnis dat:

Het aanvaarden als algemeen uitgangspunt dat publicatie van foto’s als de onderhavige niet mag plaatsvinden zonder dat de daarop afgebeelde persoon daartoe toestemming heeft gegeven zou de vrijheid om door middel van foto’s inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken te zeer belemmeren. Het hof overweegt daarbij dat Tirion c.s., in dit verband, er terecht op hebben gewezen dat volgens de portretbepalingen in de Nederlandse Auteurswet enkel bij in opdracht gemaakte portretten toestemming van de geportretteerde is vereist voor openbaarmaking[1].

Een uitgebreide annotatie betreffende dit vonnis,  van de hand van Mr. Robert Mijnsbergen, vindt u hier in PhotoNmagazine.

Advertentie

Cover Richtprijzen 2019

view counter

Cassatie bij de Hoge Raad

Cruijff stelde vervolgens een beroep in cassatie in bij de hoogste rechtsinstantie in Nederland, de Hoge Raad. Uitgeverij Tirion c.s. (Guus de Jong) concludeerden hierbij tot verwerping van het beroep.

Door de Procureur Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, Advocaat-Generaal in buitengewone dienst D.W.F. Verkade, tevens een autoriteit op auteursrechtelijk gebied in Nederland,  werd een tussentijdse conclusie genomen op 8 maart die tot verwerping van het ingestelde beroep strekte. Hierop werd door de advocaat van Johan Cruijff  namens hem gereageerd. [2].

Vonnis Hoge Raad

Het is een opmerkelijk vonnis. Bovendien worden hier grenzen gesteld aan de bevoegdheden van gefotografeerde personen. Uiterst belangwekkend zijn de volgende punten uit het vonnis:

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Cruijff is een (voormalig) voetbalspeler, voetbaltrainer en commentator.

(ii) Tirion is een uitgeverij die in 2003 het plan heeft opgevat om een fotoboek ‘Johan Cruijff - De Ajacied’ op de markt te brengen.

(iii) De toenmalige raadsman van Cruijff heeft Tirion op 29 april 2003 schriftelijk bericht dat zij vooralsnog niet gerechtigd was een dergelijk boek te publiceren maar dat bereidheid bestond het door Tirion gedane voorstel voor een financiële vergoeding te bestuderen. Daarop is correspondentie over dit voorstel gevolgd die niet tot overeenstemming heeft geleid.

(iv) Het fotoboek ‘Johan Cruijff - De Ajacied’ (hierna ook: het fotoboek) is op 5 november 2003 in de handel verschenen. De daarin opgenomen foto’s zijn afkomstig uit het archief van De Jong. De foto’s zijn geselecteerd en voorzien van commentaar door Jaap Visser. Zowel Visser als De Jong heeft een kort voorwoord geschreven.

Het betreft een verzameling foto’s, vooral uit de tijd dat Cruijff als voetballer voor Ajax uitkwam.

(v) Het boek is enige tijd uit de handel geweest als gevolg van een door Cruijff en Supportersvereniging Ajax (hierna: SVA) als tussenkomende partij tegen Tirion gevoerd kort geding dat heeft geleid tot een verbod van verdere verkoop en verspreiding van het boek op straffe van verbeurte van een dwangsom ten gunste van SVA.

(vi) Nadat de rechtbank Utrecht bij vonnis van 24 augustus 2005 in de bodemprocedure (onder meer) het gevorderde verbod alsnog had afgewezen, is de verkoop van het boek medio september 2005 hervat. Het boek is sinds eind 2008 uitverkocht en niet meer leverbaar.

Verder is een belangrijke overweging in punt 3.6 van belang waarin bevestigd wordt dat een geportretteerde geen verbodsrecht toekomt.

In punt 3.6.1 van het vonnis wordt overwogen dat voor personen die vanwege hun beroepsuitoefening bekendheid genieten, de openbaarmaking van foto’s tot op zeker hoogte inherent is aan hun beroepsuitoefening en de daarmee gepaard gaande bekendheid en belangstelling van het publiek. Er wordt in zo’n geval een groot gewicht toegekend aan factoren als algemene nieuwswaarde en informatie aan het publiek in verhouding tot het verzet van de geportretteerde tegen openbaarmaking.

In geval van een beroep op verzilverbare populariteit zal gekeken moeten worden naar de omstandigheden van het geval, waarbij een belangrijke rol kan spelen of er een redelijke vergoeding is geboden. Als er een redelijke vergoeding is geboden, dan zijn er bijkomende omstandigheden nodig voor het oordeel dat openbaarmaking onrechtmatig is. Zo oordeelt de Hoge Raad in overweging 3.6.3. Die omstandigheden zouden kunnen zijn dat de publicatie afbreuk doet aan of schadelijk is voor de wijze waarop de geportretteerde zijn bekendheid wenst te exploiteren.

Iconische foto van Cruijff die eigenlijk tot het Nationaal erfgoed hoort<br />
foto: © Guus de Jong

Acht Cruijff zich hoger dan onze koning?

Cruijff moet zich volgens het arrest van de Hoge Raad als publieke figuur, net zoals onze eerder genoemde Koninklijke Hoogheid Willem Alexander, meer laten welgevallen dan iemand die niet in de publieke belangstelling staat en als hem een redelijke vergoeding is geboden, dan zal hij met goede argumenten moeten komen voordat hij zich tegen openbaarmaking van zijn portretten kan verzetten. Het Hof heeft daarom naar het oordeel van de Hoge Raad niet onjuist of onbegrijpelijk geoordeeld.

Dat principes geld kosten lijkt duidelijk, een voorzichtige rekensom leidt tot de conclusie dat er hier inmiddels een kleine € 100.000 is gestoken in het trekken aan een dood paard. Dit geld had beter besteed kunnen worden. Dat Cruijff kennelijk niet kan of wenst te bevatten dat hij geen uitzonderingspositie heeft binnen het rechtsbestel noopt tot nadenken.

Uiteindelijk geldt hier: ‘Dat wat voor onze Koning geldt, zal zeer zeker ook minimaal voor onze ‘godheden’ gelden’.

[1] Gerechtshof in Amsterdam 3 januari 2012 LJN: BU9938

[2] Conclusie Procureur Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 8 maart 2013, zie onder het arrest van de Hoge Raad.

Arrest van de Hoge Raad 14 juni 2013 LJN:CA2788

view counter