Hoger beroep Johan Cruijff tegen Uitgeverij Tirion en Guus de Jong

Blog Het Recht NL
Gepubliceerd: 18 januari 2012
Onder redactie van Mr. Kitty van Boven

afbeelding 6Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 3 januari 2012 arrest gewezen in het hoger beroep van Johan Cruijff c.s. tegen Tirion Uitgevers en Guus de Jong (Tirion c.s.). Het hof acht de vorderingen van Cruijff niet toewijsbaar en bekrachtigde het vonnis. In het kort komt het er in deze zaak op neer dat Cruijff geen redelijk belang heeft om zich te verzetten tegen het fotoboek ‘Johan Cruijff – De Ajacied’. Omdat Cruijff in dit hoger beroep niet heeft gereageerd tegen de afwijzing van zijn merkenrechtelijke vordering, beperkt dit hoger beroep zich tot diverse aspecten van het portretrecht en privacy.

Het portretrecht geeft geen aanspraak op een exclusief exploitatierecht

Cruijff voert aan dat hij de door hem opgebouwde internationale reputatie en bekendheid uitbaat door de exploitatie van zijn portret en naam en wijst daarbij op zijn belang om een en ander te controleren en te voorkomen dat anderen daarvan voor eigen commerciële doeleinden gebruik maken en daarmee zijn exploitatierechten schaden. Het hof verwerpt dat standpunt en overweegt: Dat, zoals Cruijff betoogt, het portretrecht aanspraak geeft op een exclusief exploitatierecht, en in zoverre is te vergelijken met een recht van intellectuele eigendom, kan niet als juist worden aanvaard. Daarmee worden rechten van de auteur van de foto’s, zonder wiens eigen creatieve prestatie de foto’s überhaupt niet zouden hebben bestaan, miskend: het portretrecht moet in dit verband in beginsel worden gezien als een beperking van de uit het auteursrecht voorvloeiende exploitatierechten van de maker van het portret met het oog op redelijke belangen van de geportretteerde. Het economische belang van Cruijff om afbeeldingen van hem te exploiteren prevaleert dus niet boven het belang van de maker van de foto om zijn auteursrecht te exploiteren.  
Een kanttekening blijft op zijn plaats. Wanneer sprake is van verzilverbare populariteit, kan het redelijk belang van de geportretteerde zich er tegen verzetten dat tot publicatie wordt overgegaan zonder dat daarvoor een redelijke vergoeding aan de geportretteerde wordt betaald. In deze zaak was Tirion daar ook vanuit gegaan en zij had aan Cruijff een aan de verkoopcijfers gerelateerde vergoeding aangeboden. Omdat Cruijff niet voldoende had toegelicht waarom dit niet aanvaarde aanbod van Tirion in de omstandigheden niet redelijk was, kon Cruijff ook langs deze weg niet opkomen tegen de publicatie.

Zelfbeschikkingsrecht van een geportretteerde?

Cruijff bepleite een zogenoemd ‘zelfbeschikkingsrecht’. Een recht dat hem zou toekomen en waarmee hij publicatie van foto’s zou kunnen voorkomen of kunnen bepalen hoe en wanneer zij worden gepubliceerd. Het hof zegt daarover het volgende: Het aanvaarden als algemeen uitgangspunt dat publicatie van foto’s als de onderhavige niet mag plaatsvinden zonder dat de daarop afgebeelde persoon daartoe toestemming heeft gegeven zou de vrijheid om door middel van foto’s inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken te zeer belemmeren. Het hof overweegt daarbij dat Tirion c.s., in dit verband, er terecht op hebben gewezen dat volgens de portretbepalingen in de Nederlandse Auteurswet enkel bij in opdracht gemaakte portretten toestemming van de geportretteerde is vereist voor openbaarmaking (1).

Recht op bescherming van het privéleven versus vrijheid van meningsuiting

De foto’s die in het boek zijn gepubliceerd zijn voor het overgrote deel gemaakt terwijl Cruijff op voor het algemeen publiek toegankelijke locaties aan voetbalwedstrijden deelnam of zij hadden betrekking op zijn functioneren als voetballer in een eerste elftal van een club of competities waarvan bekend is dat zij een grote publieke aandacht trekken. Die foto’s zijn gemaakt tijdens de actieve voetbalcarrière in het kader van vrije nieuwsgaring en terwijl Cruijff wist dat hij gefotografeerd werd of kon worden. Die foto’s betreffen derhalve niet, althans niet in relevante mate, de persoonlijke levenssfeer van Cruijff. Het hof merkt daarbij op: Het betreft foto’s van een sportman die (nog steeds) als zodanig actief en zeer bekend is en die niet op enigerlei wijze als diffamerend zijn aan te merken.
Het hof is van mening dat hier geen sprake is van een situatie waarin het door artikel 8 EVRM gewaarborgde recht op bescherming van het privé leven is geschonden en/of zou moeten prevaleren boven de door artikel 10 EVRM gewaarborgde uitingsvrijheid. Het hof komt op grond van die omstandigheden, de foto’s betreffen niet het privé leven van Cruijff,  niet toe aan een belangenafweging tussen deze beide grondrechten.

Geen in rechte te respecteren naamrecht

Het hof verwerpt het betoog van Cruijff, dat Tirion c.s. door het boek de naam “Johan Cruijff – De Ajacied” te noemen, een in rechte te respecteren naamrecht hebben geschonden. Voor zover zo’n recht al zou bestaan, los van een handelsnaam of merkrecht, kan dit er niet toe leiden dat de persoon waarop een boek als het onderhavige betrekking heeft in de titel en/of tekst daarvan niet mag worden genoemd.

Associatiegevaar?

Cruijff stelde dat het publiek ervan zal uitgaan dat zijn foto op de voorkant van het boek het publiek blijk gaf van zijn instemming met dat boek en hij daarom een redelijk belang heeft zich te verzetten tegen het gebruik van zijn portret. Rechtbank en hof zagen dat anders. Het boek bevat foto’s die zijn gemaakt in het kader van de vrije nieuwsgaring tijdens de periode dat Cruijff nog actief was als voetballer. Het is duidelijk is dat Cruijff daarvoor niet speciaal heeft geposeerd. Het hof verwoord het als volgt: Het publiek zal menen dat het fotoboek over Cruijff gaat, maar het boek wekt niet (de) indruk dat Cruijff betrokken is geweest bij de totstandkoming daarvan.

Dit alles maakt dat het hof van mening is dat van een onrechtmatig handelen van Tirion c.s. jegens Cruijff niet is gebleken en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam.

Samenvatting

Het exclusieve exploitatierecht dat Cruijff voor ogen stond heeft het niet gehaald. Zo’n recht miskent de eigen creatieve prestatie van de fotograaf, zonder wiens inbreng de foto niet zou hebben bestaan.
Het oprekken van het portretrecht tot een zelfbeschikkingsrecht wordt door het hof evenmin gehonoreerd.  Dat zou de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken te zeer beperken.
Ook is het Cruijff niet gelukt om het hof een uitspraak te ontlokken over de verhouding tussen de grondrechten van artikel 8 en 10 EVRM. De foto’s in het boek hebben geen betrekking op het privé leven van Cruijff. Het hof komt niet toe aan een belangenafweging tussen beide grondrechten.