Landschap

Over Waffenruhe en de watersnoodramp van 1953

Een keuze uit
Gepubliceerd: 21 februari 2018

In deze maandelijks terugkerende rubriek geven we een selectie van min of meer recent verschenen fotoboeken die we graag onder de aandacht brengen. Steeds wordt minstens één van de vermelde titels nader belicht. Deze keer viel de keuze op de heruitgave van Waffenruhe van Michael Schmidt en op De ramp –  De watersnoodramp van 1953 in documentaire fotografie.

Waffenruhe

1987, twee jaar voor de Val van de Muur, verscheen het boek Waffenruhe dat een somber, duister beeld gaf van de stad Berlijn. Enerzijds waren daar de foto's van Michael Schmidt, zwaarmoedige, monumentale foto's in zwart-wit van stadslandschappen, al of niet in de omgeving van de Muur, en van stukjes natuur, heel af en toe onderbroken door portretten van mensen. Anderzijds was daar – een wel heel nadrukkelijke onderbreking van de fotoreeks – een lange tekst van regisseur en schrijver Einar Schleef: een naargeestig en beklemmend verhaal over een al wat oudere man die na zijn scheiding alleen leeft in een leeggehaald huis met als enig gezelschap het konijntje van zijn dochter.

Karol Plicka

In deze moderne tijd is het nemen van een foto hoegenaamd geen kunst meer. Een druk op de knop van de digitale camera, of de fotofunctie van de smartphone, levert direct een technisch behoorlijk geslaagde foto op, die je ook nog gelijk kunt bekijken, en desgewenst presenteren of delen met de hele wereld. Dat is iets waar menig fotograaf uit de tijd dat digitale camera's nog niet bestonden alleen maar van konden dromen. Hun aanpak dwong tot goed nadenken alvorens de sluiter van de camera te ontspannen. Niet alleen technisch, maar ook met aandacht voor het onderwerp voor de lens. Dat laatste ontbreekt er nogal eens aan bij digitaal verkregen foto's: technisch in orde, maar inhoudelijk vaak oppervlakkig. Uiteraard heeft de mogelijkheid van snel en ongeremd fotograferen ook weer zijn voordelen voor het verkrijgen van interessante spontane foto's. Desondanks is het goed om eens te kijken naar de doordachte werkwijze en inspiratie van de oude meesters.

Er zijn vele beroemde fotografen die ik in het kader van dit artikel nader zou kunnen beschouwen, maar daarover is in de regel al veel geschreven. Het internet staat er vol van, en herhaling van veel bekende zaken acht ik weinig zinvol. Daarom presenteer ik een in Nederland wat minder bekende, maar zeer bedreven en bevlogen fotograaf (en cineast !) uit het voormalige Tsjecho-Slowakije: Karol Plicka. Zijn blik op de wereld, vervat in prachtige, diepgaande, melancholische, bevestigende en soms zelfs dramatische beelden, is ook nu, in deze snelle digitale tijd, een inspiratiebron voor menig toegewijd fotograaf.

Terug naar The New West van Robert Adams

Een keuze uit
Gepubliceerd: 3 juni 2016

In deze maandelijks terugkerende rubriek geven we een selectie van min of meer recent verschenen fotoboeken die we graag onder de aandacht brengen. Steeds wordt minstens één van de vermelde titels nader belicht. Deze keer viel de keuze op The New West van Robert Adams.

Af en toe denk ik wel eens aan de fotoboeken die ik best wel interessant vond maar niet kocht, aan de spijt die ik daarvan kreeg en aan de vergeefse pogingen ze alsnog te kopen voor een redelijke prijs. Ik heb een lijstje van een stuk of tien aldus gemiste boeken waarop titels staan als Valparaiso van Sergio Larrain, Making Chicken Soup van Les Krims en Women are beautiful van Garry Winogrand. Het zijn boeken die schijnbaar nooit of zelden herdrukt worden.

Mijn lijstje zou ongetwijfeld een stuk langer zijn als ik er ook de - achteraf gezien belangrijke - fotoboeken bij reken die ik sowieso liet staan omdat ze me op een of andere manier niet aanspraken. The New West van Robert Adams bijvoorbeeld. De eerste druk van dit boek - inmiddels een collectors item - kwam uit in 1974, de tweede in 2001 en onlangs bracht Steidl een fraai verzorgde herdruk op de markt. Dat laatste gebeurde in het kader van een project dat beoogt het volledige oeuvre van Adams uit te geven, precies zoals de Duitse uitgever dat ook gedaan heeft (en nog doet) met het filmisch en fotografisch werk van Robert Frank.

Pieter van Gaart

Beginjaren 1990 maakte ik al kennis met Pieter van Gaart, toen hij dubbele- en meervoudige opnamen maakte van stadsgezichten, uiteraard nog geheel analoog. Vijfentwintig jaar later doet hij dat even vanzelfsprekend digitaal, en die vooruitgang is hem een zegen. Zijn recente werk is dan ook sterker en gevarieerder geworden. Toen per 6x6 opname bijhouden wat waar stond, om de volgende beelden er precies naar wens overheen te laten vallen. En bij het vergroten minutenlang doordrukken en tegenhouden, een heel gedoe. Het ging moeizaam, met veel nadenken en plannen. Nu is met Photoshop elk beeld met elk ander beeld of detail daaruit te combineren. Hij neemt nu elk beeld afzonderlijk op, en gebruikt ook (gescande) oudere foto’s en dia’s. Per opname is elk beeld te optimaliseren voor het doel. De mogelijkheden zijn oneindig veel groter, het vooraf plannen is afgenomen, de nadruk ligt nu op het combineren van geschikt materiaal uit zijn hele oeuvre.

Persoonlijk wordt universeel

Wat bleef is zijn idee van ‘doubles’. Pieter speelt met clichébeelden van de stad, en gebruikt elementen als bekende gebouwen, gevels, bruggen en torens. Als een soort ‘anker’, zodat de kijker weet: Amsterdam, of een andere stad. Het gaat er feitelijk om, dat hij de drukte en chaos, of de “rust” benadrukt, spanning aanbrengt, en eerder een impressie geeft dan een net stadsbeeld. Dit doet hij met beelden uit zijn 35-jarige praktijk als fotograaf, tientallen oude foto’s zijn in deze samenstellingen verwerkt. Wij zien een jongeman (“dat is mijn zoon”), een mooie vrouw (“dat was een toenmalige vriendin”), of een groep (“dat zijn mijn beste vrienden”), in één beeld gevat als figuranten in de chaotische stad. Voor hemzelf emotionele elementen uit zijn persoonlijke leven, tot en met de wachtkamer van de oogarts in het OLVG. In zijn beelden krijgen al die elementen een universele betekenis.

De donkere kanten van België

Een keuze uit
Gepubliceerd: 8 augustus 2015

Recentelijk verschenen twee fotoboeken over Belgi

Belgische herfst

Tussen het voorjaar van 1982 en het najaar van 1985 werd België geterroriseerd door de Bende van Nijvel, een groep criminelen die moordend en rovend door de provincie Brabant trok. De Belgische fotograaf Jan Rosseel was zes jaar toen zijn vader vermoord werd door de bende, één van de 28 dodelijke slachtoffers. Dertig jaar later komt hij met een bijzonder boek dat misschien geen nieuw licht werpt op de nooit opgehelderde misdaden maar dat intrigeert van de eerste tot de laatste bladzijde.
Het drietalige boek Belgische herfst heeft als ondertitel Een geconfabuleerde geschiedenis. Confabuleren is een medische term die je kunt vertalen als 'de gaten in het geheugen opvullen', zo vertelde Rosseel bij de presentatie van zijn boek in het FoMu te Antwerpen. Daar is ook tot 4 oktober 2015 een gelijknamige tentoonstelling ingericht.

Charleroi gezien door Stephan Vanfleteren, de winterreis van een betrokken fotograaf

De Belgische fotograaf Stephan Vanfleteren heeft al diverse fotoboeken op zijn naam staan. Charleroi -Il est clair que le noir est gris is een nieuw hoogtepunt in zijn oeuvre. Het verscheen bij gelegenheid van een prachtige tentoonstelling in het Musée de la Photographie te Charleroi - op zichzelf al een reis vanuit Nederland meer dan waard.

Charleroi oogt op het eerste gezicht bepaald niet vriendelijk, maar fotogeniek is ze wel. Dat denk ik als ik vanaf het station langs de kilometerslange Avenue Paul Pastur loop aan het eind waarvan het Musée de la Photographie gevestigd is in een prachtig verbouwd voormalig karmelietessenklooster.
Er zijn verschillende redenen om daarheen te gaan maar de voornaamste is de expositie 'Charleroi' van Stephan Vanfleteren. Het is de laatste in een reeks tentoonstellingen waarvoor het fotomuseum diverse fotografen heeft gevraagd hun visie te geven op Charleroi - op zichzelf al een uiterst lovens- én navolgenswaardig initiatief. Bernard Plossu, Dave Anderson, Jens Olof Lasthein en Claire Chevrier gingen Vanfleteren voor. Ik weet niet hoe zijn collega's de opdracht uitgevoerd hebben, maar ik hoef maar een korte blik in de tentoonstellingsruimte te werpen om te weten: dit is prachtig.

Noortje Haegens

Het is even zoeken, daar aan de Teteringsedijk in Breda. Het opgegeven adres blijkt te vinden op een bedrijventerrein, waar ook Jeugdcircus Woenzini en twee christengemeentes huizen, waaronder een voor Chinezen. Achterin doemt een complex op met diverse ateliers. Noortje Haegens deelt er een ruimte met haar collega Lisa Sore. De eerste maakt video- en fotowerken, de ander schildert. In beider werk speelt de eigen persoon een hoofdrol, maar er is een wereld van verschil tussen de twee.

Noortje Haegens werd in 1985 geboren in Steensel, een van de Acht Zaligheden in Zuid-Oost Brabant. "Een mooie omgeving die heel belangrijk is geweest voor wat ik nu maak", zegt ze. "Tijdens de academie ben ik veel gaan wandelen in de natuur." Ze volgde de afdeling Communicatie en Vormgeving op St. Lucas te Boxtel alvorens in 2007 te beginnen aan de Bredase kunstacademie St. Joost. "Ik was ook aangenomen voor Rietveld in Amsterdam maar St. Joost ligt daar aan de rand van Breda zo mooi en in zo'n mooi gebouw. Als je kijkt naar mijn werk, is dat geen gekke keus."

Werelden ontdekken

De herontdekking van de wereld in het mooiste museum van Amsterdam; een boek over straatjongens; en de Sjtetl van Antwerpen.

Huis Marseille, de herontdekking van de wereld

De hoge deur zwaait joyeus open, alsof daarachter iemand op mijn binnenkomst wacht. Van de entree loop je ongemerkt het nieuwe gedeelte binnen van Huis Marseille: het pand ernaast is erbij getrokken. Prachtig gerestaureerde ruimten, zelfs als er niets in staat, niets te zien zou zijn, is Huis Marseille nu helemáál het mooiste museum van Amsterdam.

In de twee aan elkaar verbonden grachtenpanden is de grote openingstentoonstelling “De herontdekking van de wereld” te zien, fotografie van Nederlandse kunstenaars tussen de twintig en veertig, opgegroeid in een tijd waarin alles tot in de verste uithoeken van de wereld op alle momenten wordt vastgelegd, want iedereen maakt foto’s en filmpjes.

Fotofestival Knokke-Heist 2013

Wie nog een kijkje wil nemen op het Internationaal Fotofestival Knokke-Heist moet snel zijn. Tot 9 juni zijn er vijf tentoonstellingen te zien van zeer uiteenlopend karakter - van harde nieuwsfotografie tot werk van beeldend kunstenaars die fotografie als medium gebruiken.

Eerste fotofestival

Wanneer had Nederland zijn eerste fotofestival? In elk geval nog niet, vermoed ik, toen de Belgische badplaats Knokke de eerste stappen zette op dat terrein. Goed, het begon in 1979 allemaal tamelijk simpel met de tentoonstelling 'Humorfoto' waar foto’s te zien waren van een wedstrijd rond het thema ‘humor’, maar in de loop der jaren werd het een volwassen festival waar je ook werk kon zien van beroemdheden als Helmut Newton en Leni Riefenstahl.

De eerste keer dat ik er heen ging, in 2010, waren Tim Walker en wijlen Cecil Beaton de belangrijkste publiekstrekkers. En wat me toen niet op de laatste plaats aangenaam trof, was het gegeven dat je het expositiebezoek op diverse locaties uitstekend kon combineren en afwisselen met een wandeling aan zee of een uurtje rusten op het strand. Om nog te zwijgen van het plezier om zelf wat te fotograferen in deze Martin Parr-achtige omgeving.

Jasmine Debels

Het laatste huis in een doodlopende straat, middenin de maïsvelden te Heusden bij Gent. Nog voor ik kan aanbellen, opent Jasmine Debels de deur. “Ik had je horen aankomen”, zegt ze. “Er is hier niet zoveel passage, en wanneer er eens iemand komt, dan hoor en zie ik die meteen. Ze ontvangt me met koffie en gebak. “Ik had me je anders voorgesteld,” zegt ze. “Hoe dan?” vraag ik. “Wel, euh, minder..., meer..., minder zwaar, zal ik zeggen.” We lachen. Wanneer ik het kruimelige zandkoekje in de koffie dop en vervolgens met veel smaak in mijn mond stop, zeg ik dat dit alles verklaart. “Soms bouw je een idee op over iemand, aan de hand van beelden op Facebook of zo,” zegt Jasmine. “Ook de stem die je aan de telefoon hoort, klopt niet altijd met het beeld dat je je daarbij vormt. Mensen zijn het enige dat me interesseert. Ik ga graag in contact met hen en ik neem de tijd om foto’s te maken. Dat doe ik door eerst met hen te praten.”

China

Joep Jacobs

Een verkeerd geadresseerd mailtje dat netjes wordt teruggezonden, nieuwsgierig kijken op een website en dan een kijk-hij-ook-al-erlebnis. Wie komt erop het idee om met 25 kilo aan apparatuur niet al te misselijke bergtoppen op te sjouwen? Wie heeft er nog een voorliefde voor de fijne gradaties van film? En wie vindt natuurlijke scherpte een must? Natuurlijk, iemand die absoluut niet vies is van digitaal maar zichzelf wel bestempelt als een 'autonoom film addict'.

Wanneer ik arriveer (bij eerste rode Defender rechts) bel ik aan. Vanuit Groesbeek naar Nuenen is de snelste weg binnendoor, zoals Joep ook even met verbazing constateert. “Ik rijd ook liever binnendoor, dat geeft wat meer afwisseling in de omgeving. En met die Defender rijd je gewoon 80, meer is ook niet nodig. Maar kom binnen.” Terwijl er goed voor mij wordt gezorgd kijk ik even rond, een ruim en licht huis maar niet met een te strak design, er is ook nog plaats voor mensen. En wij zitten dan even later tot over onze oren in gesprek.

Doek over de kop

Kamchatka

Waar ligt Kamchatka eigenlijk? Rusland dus, een groot schiereiland in noordoost Siberië, buiten de hoofdstad Petropavlovsk vrijwel onbewoond. Pure wildernis, ca. 1200 x 360 km op zijn breedst, slechts één weg. Het ‘waarom dáárheen?’ is mij helder: thuisland voor zo’n 17.000 bruine beren, ‘s werelds grootste. Bovendien ca. 125 vulkanen, onderdeel van de ring of fire rond de Stille Oceaan, waarvan 29 actief. Beren en vulkanen staan al jaren op mijn verlanglijstje.

Vliegen via Moskou over ‘eindeloos leeg’ Siberië naar Petropavlovsk, tien tijdzones in een nieuwe Airbus, geen overjarige Tupolev. Aeroflot verzorgt ons goed, zij het zonder alcohol. Mijn probleem: de bagage, toevallig nogal veel, maar meer volume dan gewicht. Schiphol is streng: voor twéé reistassen + fotorugzak dik bijbetalen, terug lossen we dat creatiever op.

Dominique Van Huffel

Hoogstraten, de N14. In het centrum de 'Vrijheid' genaamd. Een lange rij van etablissementen waar het goed toeven is. En aan het einde, of aan het begin, afhankelijk of men vanuit Rijkevorsel komt, dan wel uit Minderhout, staat een helder pand, hier huist 'Zwart/Wit communicatie'. Er is behoorlijk verbouwd, na de deur een trap omhoog naar een entresol of trap af naar een souterrain. Het helder ogend domein waar Dominique Van Huffel bewijst dat een grafisch vakman een uitstekend fotograaf kan zijn.

Dominique kreeg zijn opleiding in de drukkersstad Turnhout, een stad met een traditie van het drukken van kaartspelen. En waar ook de grote en helaas te loor gegane drukkerij en uitgeverij Breepols, die het halve continent van onder andere agenda's en kalenders voorzag, als een der laatsten der Mohikanen de geest moest geven. De naam van het opleidingsinstituut: HoRiTo. Hier bekwaamde hij zich in grafische vormgeving en specialiseerde zich met een extra jaar "reprofotografie". Na zijn legerdienst kwam hij in dienst van 'De Schutter' een naam in de grafische wereld en had het geluk een goede leermeester te treffen. Na een opleiding tot kleuretser-monteur volgde een opleiding in England bij Crossfield. Het digitaliseren-reproduceren van beeldmateriaal met scanners werd zijn grote specialisatie.

Rena Effendi

Een enorme tegenstelling: de ramen in de galerie geven een blik op een winterse Amsterdamse gracht met statige panden aan de overkant, binnen aan de muren hangen foto’s van verweesde landschappen waar het leven overheen raasde. Kinderen spelend in afbraakpanden, in haastig opgetrokken en alweer vervallen industriële gebouwen, tussen een wirwar van buizen.
Op een uitgestrekte watervlakte drijft een schoen en andere verloren, ondefinieerbare voorwerpen; vuilnis, industrieel afval, een gasmasker, alles volkomen bedekt met een grijsbruine modderdikke olielaag. Het lijkt een afgietsel van een landschap, of zoals een met chocoladesaus overgoten taart eruit kan zien. Het is op een vreemde manier een fascinerend mooi beeld, als het niet vooral ook zo treurig was.

Licht en sfeer

De Azerbeidzjaanse fotografe Rena Effendi (1977) groeide op in Bakoe, en maakte bewust de laatste jaren van het communistische regime mee. Haar ouders werden beschouwd als dissidenten, haar vader was wetenschapper, hij verzamelde zeldzame vlinders maar werd belemmerd in zijn werk aan het entomologisch instituut. Rena begon de wereld om zich heen te fotograferen, de stad Bakoe waar zij opgroeide, hoe de aanleg van de oliepijplijnen en de industrie die dat meebracht het dagelijks leven en landschap beïnvloedden.
Rena Effendi fotografeert met twee klassieke camera’s, waarbij ze de belichting met de hand moet instellen. Het is of je de rust die je daarvoor nodig hebt afleest aan het prachtige licht en de sfeer op haar foto’s: zij onthult de mooie kant van een desolate wereld.
Op de tentoonstelling hangen afbeeldingen van de zeldzame vlinders die haar vader verzamelde tussen haar foto’s van het vervuilde milieu in de landen langs de oliepijplijn, om te benadrukken dat die vlinders óók horen bij het oorspronkelijk prachtige landschap. Rena Effendi is bewust op zoek naar ‘de schoonheid van de misère’.

Shahidul Alam

Het is extreem koud. En ook zonnig, de zon komt echter niet door de winter heen. Ik wandel rond de middag vanaf de metro langs de Stopera naar de Herengracht alwaar het 'Prince Claus Fund' ofwel het 'Prins Claus Fonds voor Cultuur en Ontwikkeling' is gevestigd. Wanneer ik binnenkom word ik naar een conferentiekamer geleid, waar ik word voorgesteld aan Shahidul Alam. Een gedrongen man die rust uitstraalt vanuit donkere maar open vriendelijke ogen. Een man aan wie je niet kunt zien dat hij als activist wordt bestempeld. Een strijder voor democratie, die van zijn vak gebruik maakt om een rechtvaardiger samenleving af te dwingen door educatie. Dit is het verhaal van een van mijn meest bijzondere ontmoetingen. “Je maakt mooie foto's.” Hij glimlacht alleen maar.

Shahidul werd geboren in 1955, in Dhaka in Bangladesh. In Engeland studeerde hij scheikunde en gaf er ook les in. Hij behaalde daar een graad (PhD) in de filosofie, aan de Universiteit van Londen. De fotografie kwam eigenlijk pas later. “Ik ben altijd enorm geïnteresseerd geweest in fotografie. Met mijn vrij conventionele afkomst was het alleen moeilijk om een minder conventioneel beroep te kiezen. Tijdens de voorbereidingen van mijn promotie in Londen kreeg ik de kans om naar de VS en Canada te gaan. Ik reisde daar liftend rond met een camera die ik op verzoek voor een vriend had gekocht. En fotografeerde daar natuurlijk ook mee. Terug in Londen bleek de vriend het geld niet te hebben om de camera te betalen, dus bleef ik er mee zitten. Ik besloot om te gaan fotograferen. Ik had daar ook een politieke rechtvaardiging voor. Ik dacht altijd al na over politieke vraagstukken, over democratie, over het Westen dat zich superieur voelt aan het Oosten. En ik bedacht mij dat beelden daar verandering in konden brengen. De westelijke wereld ziet Bangladesh als een land dat het bestaan alleen maar dankt aan de ontwikkelingshulp. In werkelijkheid is dit anders.

Willem Kolvoort

“Ik heb altijd al van mooie landschappen gehouden, van mooi licht en hoe het licht zich gedraagt. Ja, als ik een lezing houd, dan wil het publiek ook kikkers en snoeken zien en niet alleen maar landschap. Al duikend kom je veel moois tegen.” Aan het woord onderwater fotograaf Willem Kolvoort, levend bewijs dat je niet na je 65e achter de geraniums hoeft te belanden.

Na zijn boek Oer - de kracht van kijken, twee jaar geleden samen met Martin Kers gemaakt, is Willem Kolvoort zich voor zijn vijfde boek Waterlicht nog meer op het landschap gaan toeleggen, terwijl hij hiervoor ook kon putten uit ongebruikt materiaal voor zijn boek Beeldschoonwater (over het water in Drenthe) en een boek over de Weerribben (samen met Philip Friskorn te maken, maar nooit verschenen). Een klein deel van het nieuwe boek bestaat uit archiefwerk, gescand van de dia’s, maar het merendeel is van de laatste paar jaar. Overigens werkte hij ook mee aan vele andere boeken, o.a. De Halve Oceaan en over de atol Aldabra.

Wil Meinderts

Sinds juli dit jaar woont Wil Meinderts op zo’n tweehonderd meter van de Waaldijk, waar hij eerst noordelijker in een Linge-dorpje woonde. Nu zeg maar tegen de rand van het fruitbomengebied aan de overkant, in een buitenwijk van Zaltbommel. ‘Buiten’ zoals je van een buitenfotograaf verwacht.

Leen Thijsse

De meeste mensen binnen en buiten het vak zegt de naam Leen Thijsse niets. Tóch kan gerust worden gezegd dat hij zich beweegt in de wereldtop. Hoe kan een jongetje dat opgroeide op het Kootwijkerzand een landgoed  bouwen, op wereldniveau werken door indrukwekkende fotografie maken en desondanks in eigen land nagenoeg onbekend zijn? Avonturenromans met een dagprijs van $10.000 bestaan nog.

Leen Thijsse is een simpel mens, sympathiek. Goedgekleed maar niet opvallend trendy, hij spreekt rustig en weet uit te leggen wat hem beweegt en is erg duidelijk in zijn uitspraken. Hij is nog steeds een beetje verbaasd wanneer er ineens vier ton op zijn bankrekening verschijnt. Dit is de tweede keer dat ik hem interview. Enkele jaren geleden leefde hij in een soort 24-uurs economie, waar de Chinezen begonnen met telefoneren wanneer de Amerikanen net naar bed waren gegaan. Hij werkte ruim vijftien uur per etmaal om het allemaal een beetje bij te kunnen houden.

Scott Kelby

Een van de markantste personen uit de wereld van de fotografie is wellicht Scott Kelby. Ook een van de moeilijkst benaderbare mensen. Velen kennen hem als Photoshop- en Lightroom-expert, hij heeft meer dan vijftig boeken op zijn naam staan, geeft zo’n zestig tot zeventig seminars en lezingen per jaar en maakt zich ook zichtbaar met podcasts en andere publicaties. Vraag je fotografen naar Kelby, dan blijkt er verder weinig over hem bekend te zijn. PhotoNmagazine.eu licht een tipje van de sluier op.

Scott Kelby werd geboren in 1960 in Lakeland, Florida. Vanwege zijn interesse voor muziek speelde hij in een rockband. Er moest echter brood op de plank komen en zo werd hij financieel consulent bij Merrill Lynch. “Mijn hele kantoor was behangen met foto’s. Ik hield mij in die tijd veel bezig met reisfotografie, wanneer mijn job dit toeliet. Maar eerlijk gezegd, ik kon soms ‘s nachts niet slapen, want veel van mijn klanten waren al op leeftijd en ik moest adviseren over het beleggen van hun spaargeld. Wanneer de beurs omlaag ging, betekende het meteen een daling van hun maandinkomen. Mijn vrouw vond dat ik eigenlijk niet geschikt was voor dit werk: “Lieverd, je bent te veel begaan met het lot van je klanten, je bent hier niet voor geschapen. En bovendien, zíj willen beleggingen, zij willen geen Scott Kelby, dus laat het los. Je moet iets creatievers gaan doen!”